We horen bij elkaar…

Zoals elke morgen komen de dieren samen op de open plek in het bos om elkaar een goeiemorgen te wensen.

Goeiemorgen, goeiemorgen, goeiemorgen jij en jij,
goeiemorgen goeiemorgen, ik ben vandaag zo blij.

Het wordt vandaag een drukke dag! Vanavond vieren ze ‘het grote vriendenfeest’. Dit feest vieren ze éénmaal per jaar met alle dieren uit het grote dierenbos. Alles staat in het teken van de vriendschap. Ze vieren dat op 14 februari omdat dat ook de verjaardag van Krisje Krekel is.
Krisje vindt verjaren niet leuk omdat hij niet houdt van verrassingen en cadeautjes. Maar feesten met al zijn vrienden vindt hij wel formidabel. (meer…)

Kindercarnaval

Sanne viert vandaag carnaval in de kleuterklas. Mama heeft voor haar een prinsessenjurk gemaakt. Ze ziet er prachtig uit.
“Wanneer gaan we nu?” vraagt Sanne ongeduldig. Mama zegt: “Nog even Poekie Poes eten geven en dan gaan we”.
Huppelend loopt Sanne naast mama. Straks gaat ze allemaal leuke dingen doen. Een polonaise lopen. Er worden spelletjes gedaan en liedjes gezongen. En je kan je laten schminken.
“Is Jasper ook verkleed?” vraagt Sanne.
“Vast wel”, zegt mama.

Vlakbij de school komen ze Jasper en zijn moeder tegen.
“Hoi, ik ben een piraat”, zegt Jasper.
“En ik ben een prinses”, zegt Sanne. Jasper haalt zijn schouders op. Prinsessen vindt hij maar stom. Een piraat zijn dat is cool! Dan kun je schepen veroveren en de schatkist stelen. Maar Sanne zegt: “Ik kan een prins veroveren met een schatkist”. (meer…)

Kleine speurneuzen

Sanne en Jasper zitten samen op de bank. Sanne laat Jasper haar boek zien.
“Waar gaat het over?” vraagt Jasper.
“Over de kabouters Jonas, Knut en Malin. Mama heeft eruit voorgelezen.”
“Wat een stomme namen”, zegt Jasper.
“Nietes, ze zijn heel stoer. Ze hebben een dief gepakt. Die had het verjaardagscadeau van de Kabouterkoning gestolen.”
“Ik kan ook boeven vangen. Ik ben een detective”, zegt Jasper.
“Wat is nu weer een detective. Dat vind ik raar.”
“Een detective van de televisie. Die vangen hele gemene boeven”, zegt Jasper. (meer…)

Bij de kapper

“Je haar valt voor je ogen. Zo kun je niets meer zien”, zegt mama tegen Jasper.
“Ik doe het zo naar achter”, zegt Jasper. Hij haalt zijn rechterhand door zijn haar. Maar de haren springen terug en hangen weer voor zijn ogen.
“We moeten een afspraak maken met de kapper”, zegt mama. Ze pakt de telefoon en toetst het nummer van de kapper in.
“Ik wil niet”, roept Jasper. Maar mama heeft de afspraak al gemaakt.
“We kunnen vanmiddag al komen”, zegt mama. (meer…)

Pret op de schaatsbaan

“Hebben we alles?” vraagt mama.
Sanne is al naar de voordeur gerend. Ze kan niet langer meer wachten. Vanmiddag gaan ze naar de schaatsbaan. Ze heeft een warme jas aan, een wollen muts en handschoenen. Het vriest buiten. Brrr, het is koud.

Bij de schaatsbaan is het druk. Ze moeten in de rij staan om twee kaartjes te kopen. Eindelijk zijn ze aan de beurt en gaan naar binnen. Op de schaatsbaan zien ze iedereen door elkaar schaatsen. Jongens, meisjes en grote mensen. Sanne schrikt als een meisje op haar billen valt. Maar gelukkig staat ze weer snel op en lacht.
“Kom, hier is een mooi plekje. Ik bind je schaatsen aan”, zegt mama.
Sanne heeft nieuwe kinderschaatsen met ijzertjes eronder. Mama doet ook haar schaatsschoenen aan. Mama pakt Sanne bij de hand. Heel voorzichtig zet Sanne een stapje. Het ijs is glad. Bijna gaat ze onderuit. Maar mama heeft haar stevig vast. (meer…)

Sporen in het winterbos

“Kleed je warm aan. We gaan naar het winterbos”, zegt opa.
Jasper trekt een dikke jas aan, zijn wollen muts en handschoenen. Opa heeft ook een warme jas aangetrokken en hij heeft een pet op zijn hoofd.
Jasper geeft opa een hand en samen gaan ze naar buiten. Er ligt sneeuw op de stoep. Ze lopen voorzichtig, want het is glad.
Opa kijkt achterom en zegt: “Kijk Jasper, we laten sporen achter met onze schoenen”. (meer…)

Een pindaslinger voor de vogels

Mama en Sanne zitten gezellig op de bank. Mama leest voor uit een winterboek met een heleboel verhalen. Een verhaal gaat over een jongen die samen met zijn opa een sneeuwpop maakt.
“Ik wil ook een sneeuwpop maken”, zegt Sanne.
“Dan moeten we wachten tot er sneeuw valt. Misschien gaat het morgen wel sneeuwen. Het vriest buiten”, zegt mama.

Mama en Sanne kijken naar buiten de tuin in. De boom achter in de tuin is kaal. Er zijn nu geen bloemen in de tuin. Een klein vogeltje zit op de waslijn en even daarna komt er nog een naast zitten. Mama kijkt naar ze.
“De vogels hebben het moeilijk in de winter”, zegt mama. (meer…)

Winkeltje spelen

“Wat gaan we vanmiddag spelen?” vraagt Jasper aan Sanne.
“Ik weet het. We gaan winkeltje spelen”, zegt Sanne. Jasper kijkt haar verbaasd aan en zegt: “We hebben helemaal geen winkel”. Sanne pakt een heuse kassa van plastic uit de speelgoedmand en zet die op een tafeltje.
“Jij bent de winkelmeneer”, zegt Sanne. Dat vindt Jasper wel leuk.
“En wat verkopen we dan?” vraagt Jasper. Daar moet Sanne even diep over nadenken.
“We verkopen van alles. Net als bij ons bij de supermarkt”, zegt ze.
“Oh ja. Snoep, groenten, pannen, kattenbrokjes”, zegt Jasper. Sanne kijkt haar kamer rond. Maar in haar kamer zijn geen groenten en andere spullen die je bij de supermarkt koopt.
“Ik ga wat uit de keuken halen. Help je even mee?” vraagt Sanne. (meer…)

Een tekening voor de Kerstman

Mama en Sanne hebben de kerstboom versierd. In de boom hangen gekleurde lichtjes, kerstballen en slingers. Bovenin zit een rode piek. Sanne heeft er ook koekkransjes ingehangen. Van een koekkransje is een stukje afgebeten.
Mama ziet het en zegt: “Dat zal de Kerstman niet gedaan hebben”.
Sanne krijgt een rode kleur. Ze heeft stiekem een hapje genomen van het koekkransje.
“Zal ik een mooie tekening voor de Kerstman maken?” vraagt Sanne.
“Dat zal de Kerstman fijn vinden. Ik schrijf er een briefje bij en dan sturen we het op”.
“Waar woont de Kerstman?” vraagt Sanne.
“De Kerstman woont op de Noordpool, dat is in het hoge noorden”.
Sanne pakt haar viltstiften en een stuk papier. Ze tekent een grote Kerstman. Hij heeft een witte baard en een rode muts op. (meer…)

Koekjes bakken

“We gaan gezellig koekjes bakken”, zegt oma.

Sanne krijgt een schort voor. Op de keukentafel staat een kom, een pak meel, suiker, boter en eieren. Oma weegt het meel op de weegschaal. Sanne mag het meel in de kom doen. Oma doet er suiker en boter bij. Eén voor één gaan de eieren erbij.
“Nu ga ik kneden”, zegt oma.
“Wat is kneden?” vraagt Sanne. Oma doet het voor. Ze knijpt met haar handen in het meel, de suiker, boter en eieren. Ze kneedt net zo lang tot ze een ronde bal deeg heeft. Sanne mag een stukje deeg proeven. Ze vindt het lekker. (meer…)