Hoe ik op de kabouterberg belandde

Het is natuurlijk heel bijzonder dat ik als groot mens wel in kabouters geloof. Andere Grote Mensen lachen me soms uit als ik dat zeg. Heb jij dat ook wel eens? Dat mensen lachen om iets dat je zegt? Helemaal niet leuk, he? Maar weet je, het geeft niet: want ik heb iets dat zij niet hebben: ik ken kabouters!

Waarom geloof ik in kabouters?
Omdat ik ze echt heb gezien. Ik heb ze gezien met mijn eigen ogen. En eigenlijk zie ik ze elke dag nog steeds een beetje. Want als ik naar mijn linkerhand kijk, zie ik het dunne litteken dat daar loopt. De wonde die ik had toen ik half bevroren bij de rivier gevonden werd en die de kabouters hebben gehecht. Je ziet het bijna niet, want kabouters kunnen ontzettend mooi hechten, met hele dunne zijde van de zilverspin. Maar als je onder een vergrootglas kijkt zie je de 112 piepkleine stipjes waar 112 piepkleine hechtinkjes hebben gezeten. Een gewone mensendokter had misschien 12 hechtingen gedaan, maar van kabouterhechtingen heb je er meer nodig hebt.

Wil je weten hoe ik de kabouters heb leren kennen? Het is best wel een lang verhaal, dus ga er maar even lekker voor liggen… (meer…)

Rimbo wordt een held

De zon schijnt en Rimbo ligt op zijn rug in het zand. Als je goed luistert kan je hem zachtjes horen zingen.

Wat is het fijn een mier te zijn.
Met heel veel broertjes en veel zusjes
krijg ik elke dag heel veel kusjes,
la la la la la la la…

Zijn papa en grote broers zijn aan het werk en mama en de zusjes zorgen voor de eitjes die mama gelegd heeft. Nog enkele dagen en Rimbo krijgt er weer een heleboel broers en zussen bij. Dat is leuk. (meer…)

Kabouters bestaan niet

Ik ga jullie een verhaaltje vertellen over het leven van kabouters.
En nu denk je misschien: kabouters? Maar die bestaan toch helemaal niet? Die bestaan toch alleen in verhaaltjes?
Wel… Kan het zijn dat je dat gehoord hebt van een Groot Mens? Juist, daar was ik al bang voor. Grote Mensen geloven meestal niet meer in kabouters. Dat komt omdat ze Grote Mensen zijn. Kijk, dat zit zo. (meer…)

Puppy voor Bella

Een klein meisje vraagt aan mama: “Ik wil ook een hondje, net als Emma.”
Maar het kleine meisje had al twee konijntjes en ook vissen. Mooie vissen in alle kleuren van de regenboog. Lieve konijntjes die knuffelzacht zijn.
Mama zei: “Lieve schat van mij, je hebt al genoeg diertjes, waarom ook een hondje?”
Het meisje vertelde: “Ik wil een hondje om mee te knuffelen, en er mee te wandelen. Lekker naar het strand. Samen ravotten en spelen met de bal. Ik maak zijn mandje op en zet zijn eten klaar. Alsjeblieft mama, mag ik een hond?” (meer…)

Bobi en Babi carnaval

Het was al laat ‘s avond en Bobi was nog wakker. Hij kon maar niet slapen. Elke keer kwam mama zeggen dat hij moest gaan slapen omdat hij anders morgen nog moe zou zijn. Bobi ging dan in zijn bed liggen en dan vertrok mama. Terwijl mama de trap afging, stond Bobi weer op en ging voor de kleerkast staan. Wat moest hij morgen aantrekken? Morgen was het carnaval en hij wist niet welke kleren hij moest aandoen.

Bobi hoorde mama weer naar boven komen.
“Bobi, ga toch slapen,” zei ze rustig. Mama was ook moe en wilde graag gaan slapen.
“Ik kan niet slapen. Ik weet nog niet welke kleren ik morgen moet aandoen,” zei Bobi.
“Maak je daar maar niet druk over, ik weet wat je morgen gaat aandoen. Je zult morgen stralen,” zei mama om Bobi te laten slapen.
Bobi ging weer in bed liggen. Nu merkte hij dat hij echt moe was en viel uiteindelijk in slaap. Hij droomde dat hij een drakenpak aanhad. Iedereen stond naar hem te kijken en juichte hem toe. Morgen zou het ook zo moeten zijn, dacht Bobi. (meer…)

De avonturen van Femke en Nina

Ik heet Femke en ik ben acht jaar oud.
Ik ben heel lief… maar soms een beetje stout.
Met mijn beste vriendin Nina ga ik altijd buitenspelen.
We zoeken altijd het avontuur op, anders gaan we ons vervelen.
Ik moet van mama altijd voor het donker binnen zijn.
Want als het donker is en ik ben nog buiten, dan vindt mama dat niet fijn. (meer…)

De boze bus

De Bus-Trommel staat op tafel. Het is een mooie trommel, vindt Jona. Het is een trommel in de vorm van een rode autobus. Een dubbeldekker bus met lachende mensen voor de ramen, en een conducteur op een trap. Een zwart hondje zit naast de chauffeur. Het hondje lacht ook.
Jona vindt het hondje heel leuk. Maar eigenlijk vindt hij wat in de trommel zit nog leuker. Spekkies! Het aller, allerlekkerste dat Jona kent.

Hij heeft al een spekkie op. Papa had de Bus-Trommel opengemaakt en Jona mocht er één uitkiezen. Roze en geel met suiker erop. Jona trok eraan. Langer en langer werd het spekkie. Dat was grappig en papa moest een beetje lachen. Toen stopte Jona het uitgerekte spekkie helemaal in zijn mond. Lekker! Hij vond het leuk dat het zachte spul op zijn tong smolt. (meer…)

Movi leert alles over vogelkinderen

Het zonnetje straalt en Movi vos huppelt door het bos. Vanmorgen is hij samen met juf Viola en zijn klasgenootjes op stap geweest. Ze wandelden langs alle plaatsen waar ze enkele weken geleden bloembollen hebben gezet. Wat waren ze verbaasd toen ze die vele mooie kleuren zagen. Er waren licht gele bloempjes, roze en lichtblauwe bloempjes. Voor het eerst zag Movi ook paarse bloempjes. Zo mooi! En nu wil hij een ruiker bloemen plukken voor mama. (meer…)

Maartjes verdriet

Er was eens een eendje dat woonde in Eendenland, hier ver vandaan. Het eendje heette Maartje en woonde bij papa en mama Eend.

Toen, op een dag, lag er ineens een ei in het nest waar Maartje, papa en mama Eend woonden.
“Wat is dat?” vroeg Maartje zich af. Ze bekeek het vreemde ronde ding van alle kanten. Voorzichtig voelde ze er aan met het puntje van haar vleugels. “Mmm, beetje hard en koud. Wat zou het zijn?” verbaasde Maartje zich. (meer…)

Pannenkoeken bakken

Op een dag mochten Tom en Marjan zelf weten
wat ze die avond wilden eten.
“Pannenkoeken!” riepen ze allebei.
“Okee,” zei mama, “maar dan helpen jullie mij”.
“Hoi, hoi,” riepen ze opgewonden
en kregen een groot schort voorgebonden. (meer…)