CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Het was avond. Terri en Teddy lagen in bed. Papa had hen net ingestopt en was nu de kamer uit. Alles was stil… Terri en Teddy keken naar elkaar en lachten. Toen ze papa de trap naar beneden hoorden gaan, gingen ze weer rechtop zitten.
“De kust is veilig, kom maar!” fluisterde Terri.

Een groen monstertje met een bril en een dikke neus kwam op het bed geklommen. En daarachter kwam een rood monstertje met een slurf.
“Waar is ons paarse vriendje?” vroeg Teddy, toen er geen derde monstertje kwam, “hij is er toch ook altijd graag bij?”

Slurfje keek verdrietig en zuchtte diep.
“Bolletje is er niet bij vanavond,” zei Neusje, “want hij is érg ziek.”
“Oei!” riepen Terri en Teddy geschrokken.
“Gaat hij snel weer beter worden?” vroeg Terri ongerust.
“Het ziet er niet goed uit,” antwoordde Neusje. “Hij heeft een heel speciaal medicijn nodig. Maar dat medicijn is in heel de Monsterwereld niet te vinden!”
Slurfje zuchtte weer diep.

“Welk medicijn is dat dan wel?” vroeg Teddy.
“Het is het sap van een ronde rode vrucht die aan een boom groeit. Het noemt een appel,” legde Neusje uit, “en die heeft heel genezende eigenschappen voor monstertjes. Maar de laatste appelboom is vorig jaar gestorven en nu zijn er geen appels meer!”
Terri en Teddy keken elkaar aan.
“In onze wereld zijn nog appels hoor. En appelsap ook. Er staan een heleboel doosjes in de kast,” zei Terri, “zullen we het hem gaan geven?”
“Oh!” riep Slurfje, die nu weer helemaal blij was, “dat zou fantastisch zijn! Dan kan hij toch genezen!”

Zo gezegd, zo gedaan. Terri sloop langs de trap naar beneden, trippelde stilletjes de keuken in, deed de kast open en…
“Terri, wat doe je daar?” vroeg papa vanuit de living. Hij had haar toch gezien!
“Eum… Eum… Ik had nog dorst?” zei Terri, die snel een appelsapje pakte.
“Ben je wel voorzichtig dat je niet morst in bed schat?”
“Ok papa!”

Stilletjes nam Terri ook nog een appeltje uit de fruitschaal en vluchtte dan met haar buit terug de trap op. Toen ze haar kamer binnenkwam, keek Slurfje hoopvol op.
“Oh kijk, een appel!” wees hij.
“Waar is Neusje?” vroeg Terri. Hij was nergens te zien.
“Die is de toverdrank gaan halen waarmee we naar de Monsterwereld kunnen,” legde Teddy uit, “want zoals we nu zijn, zijn we te groot.”

Als geroepen kwam Neusje van onder het bed gepiept.
“Hier ben ik!” zei hij, en toen hij het doosje appelsap zag: “We kunnen vertrekken, jullie moeten alleen allebei deze toverdrankjes nemen.”
Hij gaf een buisje met een blauw drankje aan Terri en eentje aan Teddy. Ze dronken het allebei uit en dan… Werden ze kleiner. En kleiner. En kleiner! Tot ze allebei nog maar zo groot waren als het Neusje.
“Hier Terri,” zei hij, terwijl hij nog een buisje met een oranje drankje aan Terri gaf, “anders val je te veel op!”
Toen ze ook dat drankje had ingenomen, veranderde ze in een monstertje. Hetzelfde oranje monster als toen Casper was komen logeren! Maar nu in de normale monster-grootte.
“Prima!” zei Neusje.
“En Teddy?” vroeg het oranje Terri-monster. Teddy was nu even groot als zij, maar hij zag er nog hetzelfde uit.
“Die is perfect zoals hij is!” riep Slurfje, “kom, we gaan!”

Samen stapten ze in de schaduw onder het bed. Toen ze diep onder het bed waren en het voor hen helemaal donker geworden was, zagen ze plots een geel schijnsel.
“Wat is dat?” vroeg Teddy nieuwsgierig.
Terri had zijn poot vast, want ze vond het toch wat eng, zo in het donker.
“Dat is de poort naar Monsterwereld. Raak het gele ding aan en je bent er zo!” legde Slurfje uit. Hij stak zijn slurf uit naar het gele schijnsel, er was een ziiip en hij was verdwenen.
“Nu jullie!” zei Neusje.
Terri en Teddy staken samen hun poten uit naar het schijnsel. Opnieuw was er een ziiip en plots stonden ze op een bospaadje.

Het was wel een vreemd bospaadje: het was paars. Langs het bospaadje stonden ook vreemde bomen. Ze hadden groene stammen en bruine blaadjes. Een blauwe zon scheen tussen de blaadjes door.
“Wat vreemd allemaal!” riep Terri.
“Welkom op Monsterwereld!” lachte Neusje, dat achter hen verschenen was. “Kom, Bolletje woont die kant op!”

Na een stukje stappen door het vreemde bos, kwamen ze bij een huisje. In tegenstelling tot alle rare kleuren rond hen, was het huisje gewoon wit. Er zat een deur in, en vensters. Heel normaal eigenlijk.
“Woont Bolletje hier?” vroeg Terri.
“Ja, kom!” riep Slurfje enthousiast. Hij wou Bolletje snel genezen.

Ze gingen naar binnen. Bolletje lag in de zetel. Hij zag er een beetje roze uit in z’n gezicht in de plaats van zijn normale gezonde paars.
“Ohh, vrienden, komen jullie me bezoeken. Wat lief! En wie hebben jullie nog meegebracht?”
“Herken je hen niet? Dit zijn Terri en Teddy, en ze komen je genezen!” riep Slurfje.
“Echt waar? Kunnen jullie dat dan?” vroeg Bolletje.
Het Terrimonster haalde het pakje appelsap tevoorschijn. Ze deed er snel het rietje in en gaf het hem.
“Is dat… Is dat appelsap?” vroeg Bolletje met grote ogen.
“Ja hoor!” antwoordde Terri. “Bij ons bestaat dat in overvloed!”
Bolletje dronk gulzig. Na een paar minuten werd hij weer wat meer paars en wat minder roze.
“Het werkt!” riep Bolletje. “Ik voel me al veel beter!”
“Oh gelukkig!” zuchtte Slurfje. Hij was echt heel ongerust geweest.

“We hebben nog een verrassing, nietwaar Terri?” glimlachte Teddy.
“Eum, ja… We hebben ook een appel meegebracht,” zei Terri aarzelend, “ik dacht dat als je de appel kon planten, dan zou er misschien een appelboom groeien en dan hebben jullie hier ook terug appels om appelsap van te maken. Maar bij ons zijn de bomen wel anders, nu weet ik niet of onze appel hier wel kan groeien.”
Ze haalde de appel tevoorschijn. Neusje kwam wat dichter om goed te kijken.
“Een echte appel!” riep hij verwonderd.
“Terri, als dat drankje werkte om jou om te toveren in een monstertje, zou het dan ook niet werken om de appel om te toveren in een appel die hier kan groeien?” bedacht Teddy.
“Wat goed bedacht Teddy!” antwoordde ze. “Jullie kunnen het alleszins proberen!”
Ze gaf de appel aan Neusje, die het heel voorzichtig aannam.
“Wat een kostbaar cadeau…! Laten we het meteen planten!”

Slurfje haalde een emmer en Neusje maakte in de keuken het monsterdrankje. Dan deed hij de emmer er mee vol.
“We leggen hier de appel in, dan kan hij doordrongen geraken van monsterstof,” legde Neusje uit.
Samen gingen ze naar de tuin van Bolletje. Die was al rechtgestaan uit z’n zetel en volgde.
“Daar is een mooi plekje,” wees hij.
Teddy pakte een spade uit het tuinhuisje en graafde een klein putje. Neusje deed er de appel in en goot dan de monsterstof uit op en rond de appel. Hopelijk zou die nu groeien!

Ze bleven nog even op bezoek bij Bolletje alvorens ze terug gingen naar huis; maar Terri was ondertussen zó moe geworden, dat ze in de zetel in slaap viel. Teddy nam haar in zijn armen en ging dan samen met de monstervriendjes terug naar de poort naar de mensenwereld, stapte onder het bed vandaan, klom op het bed en stopte het Terrimonster in. Even later waren de toverdrankjes uitgewerkt: het kleine Terrimonster werd terug een grote Terri, en Teddy werd terug een grote Teddy. Net op tijd! De deur van de slaapkamer ging open… Het was mama, die kwam kijken of Terri lekker aan het slapen was.
En dat was ze!

Reageer!