CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Toen Neusje en Slurfje tijdens het kaarten vertelden over de Waterberg, waren Terri & Teddy boos geworden. Een tovermonster dat het leven van hun vriendjes stoort? Dat laten ze niet zomaar gebeuren! Ze bereidden zich voor en vertrokken de volgende avond al naar Monsterland. Naar de Waterberg. Terri had een plan…

Wanneer Teddy halverwege de berg was gekomen, begon hij te roepen.
“Welk monster denkt dat deze berg van hem is? Ik pak die terug! Rrrooaaarrr!” brulde hij.
Dichter bij de top van de berg was een grot. Daar kwam nu een groot geel monster uit gestapt. Het had grote horens en scherpe tanden. 
“Wie daagt mij uit op mijn eigen terrein?” riep het gele monster. “Deze berg is van mij en o wee wie die van mij wil afpakken!”
“O ja? Veel praats heb je wel, maar wat ga je doen dan?” riep Teddy uitdagend.
Het monster kwam naar beneden. “Een grote beer? Hier? Ga van mijn berg af!” riep het en het duwde Teddy achteruit. Maar Teddy ging meteen weer een stap naar voren. Het monster duwde opnieuw, maar ditmaal had Teddy zich schrap gezet en hij ging geen millimeter achteruit.
“Zo,” zei het gele monster, terwijl het stopte met duwen, “sterk eh? Maar ik kan meer dan duwen hoor. Dit spelletje heeft lang genoeg geduurd! Tijd voor toverkrachten!
Abracadabra,
ik versla die beer,
abracadabra,
want ik kijk op je neer!
Beer, wordt klein!”

Teddy begon nu te krimpen! Hij werd steeds kleiner, tot hij weer zo groot was als toen hij het toverdrankje van Neusje had gedronken.
“Ahahahahaaaaaa!” lachte het monster, “en wat zeg je nu, klein beertje?”
Maar het monster had niet gezien dat hoog in de lucht een grote vogel aan het cirkelen was. Neusje en Slurfje hadden alles gevolgd en nu nam Neusje een ballonnetje met zijn vergrotingsdrankje uit de mand. Hij gaf het aan Slurfje, die heel goed kon mikken, en die gooide het naar beneden. Pats! Recht op Teddy z’n hoofd!
“Euh, eum… Goed gegooid, Slurfje,” lachte Neusje.

Daar beneden was het monster zó aan het lachen dat het niks had gemerkt. Maar Teddy voelde het toverdrankje al effect hebben en hij begon traagjes weer te groeien.
“Wie noem jij daar klein? Denk je dat je de enige bent die kan toveren?” riep Teddy.
Het monster keek met grote ogen toe hoe Teddy weer zo groot werd als tevoren.
“Hoe… Hoe deed je dat? Je zei zelfs geen toverspreuk!” riep het monster. “Maar denk niet dat ik me zo snel gewonnen geef.
Abracadabra,
ik zorg dat jij mijn berg niet steelt,
abracadabra,
beer wordt een standbeeld!”

En Teddy voelde hoe hij begon te verstijven. Eerst zijn benen, dan zijn middel, dan zijn armen… Hij kon niet meer bewegen!
Snel gooide Slurfje een ballonnetje achter het monster neer. Toen dat neerkwam, gaf het een luide knal, maar deed verder niks. Het monster keek verschrikt om en net op dat moment kwam het tweede ballonnetje met toverdrank op Teddy terecht. Weer had het monster niks gezien!

Het monster draaide zich weer naar Teddy.
“Wel, beer, je bent niet veel zegs meer?” grijnsde het, terwijl het dichter bij Teddy kwam.
“Ik ben meer een beer van actie,” grijnsde Teddy terug, terwijl hij een stap naar voor nam.
Het monster was zo geschrokken, dat het terugdeinsde. Teddy deed nog een stap naar voor.
“Weinig effect, dat getover van je,” lachte Teddy.
Het monster, dat nu een beetje bang begon te worden, zette weer een stap achteruit. En weer deed Teddy een stap naar voor en weer probeerde het monster een stap achteruit te zetten. Maar nu was z’n voet tussen de bomen gekomen waar Terri en Bolletje het touw hadden klaar gelegd. Zij trokken er hard aan zodat het gespannen tussen de bomen hing. Het monster haperde in het achteruit stappen aan het touw, struikelde en viel achterover!

Meteen sprong Teddy er bovenop zodat het monster niet recht kon staan. Bolletje en Terri liepen snel naar de handen en voeten van het monster en maakten die, met de stukken touw die ze eerder hadden klaargelegd, vast aan de bomen.
“Ok Teddy, kom er maar af!” riepen ze, toen ze klaar waren.

Het monster kon z’n handen en voeten niet bewegen. Het zat volledig vast… En was verslagen.
Teddy stond weer op. Sylvie landde op de buik van het monster. Neusje en Slurfje kwamen van haar rug geklauterd en stapten naar het gezicht van het grote monster.
“Jij!” riep Slurfje. “Waarom pik jij onze berg in? Onttover die meteen! En waar zijn de monsters die hier woonden?”
“Ach,” zei het grote gele monster verdrietig, “ik wou alleen maar een eigen plek… Het is niet makkelijk om een groot monster te zijn in een wereld van kleine monsters. En toen ik op deze berg kwam en die mooie grote grot daarboven zag, dacht ik eindelijk een plek gevonden te hebben. Ik dacht, als ik de berg betover, dan blijven de andere monsters hier weg. En dan kunnen ze me niet wegjagen.”
“Euh… Eum… Heb je eigenlijk, eh, eens gevráágd aan de monsters van de berg of ze het erg zouden vinden mocht je in de grot gaan wonen?” vroeg Neusje.
“Nee… Ik dacht dat ze me toch zouden wegjagen…” snikte het grote monster. “Ik had dat eigenlijk moeten doen. Het spijt me… Je kunt alles weer ongedaan maken door het toverlint rond mijn arm door te snijden.”

De monstervriendjes, Terry en Teddi keken elkaar aan. Snel sneed Slurfje het toverlint door en hup, daar stonden plots weer monsterhuisjes op de berg. De kleine monstertjes die er in woonden, kwamen naar buiten.
“Hé, wat is er gebeurd?” riepen ze. En toen ze Bolletje herkenden: “Bolletje! Wat doe jij hier?”
Bolletje was maar wat blij om zijn vriendjes terug te zien: “Kegeltje! Kubusje! Balkje! Jullie zijn er weer!”

Terwijl Bolletje naar z’n vriendjes ging, bleven de anderen bij het grote monster staan.
“Ik snap iets niet,” zei Terri. “Als je het niet leuk vindt om groot te zijn, en je kunt toveren, waarom tover je jezelf dan niet gewoon kleiner?”
“Ach, dat zou ik wel willen,” snikte het monster, “maar ik kan mezelf niet betoveren, alleen anderen!”
“Euh… Als je graag, eum, kleiner wil zijn, ik kan je wel leren hoe je een drankje maakt daarvoor? Eum… Als je er elke dag een beker van drinkt, blijf je de hele dag klein?” vroeg Neusje.
Hij nam een ballonnetje met verkleindrank en goot die uit in de mond van het monster. Dat werd kleiner, kleiner, … Tot het nog maar zo groot was als de andere monstertjes. De horens waren stompjes geworden en de scherpe tanden waren nu gewone tanden.
“Ik ben klein! Ik ben klein!” riep het gele monstertje verheugd. “Eindelijk ben ik klein! Dank je, dank je! Oh, dank je! Ik zal niemand meer betoveren en ik beloof vanaf nu altijd braaf te zijn!”

“Wel,” zei Terri, “dat lijkt me dan opgelost. Het wordt tijd dat we teruggaan naar huis Teddy.”
Teddy stond naar het water te kijken dat de berg afstroomde. Het was minder en minder water, het werd meer en meer dik… en bruin? Nieuwsgierig ging hij er naartoe en rook eraan. Dan klaarde zijn gezicht op.
“Dit is… Dit is chocolade!” riep hij uit.
“Ja!” antwoordde Slurfje, “dit is eigenlijk de Chocoladeberg.”
Teddy en Terri keken elkaar aan en barstten in lachen uit. Wat was Monsterland toch vreemd!

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Reageer!