Terri zat in bed met haar trouwe knuffelbeer Teddy. Ze waren nog wat aan het napraten over de dag.
“Teddy!” klonk er plotseling. Wat was dat?
“Teddy, kom je even helpen?” werd er geroepen van onder het bed. De monstertjes waren er! Teddy klom naar beneden om te kijken wat er aan de hand was.

Even later kwamen de monstertjes het bed op geklommen. Ze waren er allemaal: Neusje, het groene monstertje met een dikke neus en een bril, Slurfje, het rode monstertje met de olifantenslurf, en Bolletje, het paarse monstertje met een lijfje als een bol. Achter hen kwam Teddy. Maar wat had hij daar met zijn éne poot vast?

Rainer Zenz, Vogeleier, grootte en kleur aangepast door Jeroen, CC BY-SA 2.5

Het was een ei! Een rood ei. Het zag er dezelfde grootte uit als een kippenei.
“Waar hebben jullie dat vandaan?” vroeg Terri verbaasd.
“Gevonden in het bos!” riep Bolletje enthousiast. “Het is een StruiseVogel-ei!”
“Een struisvogel-ei?” vroeg Terri.
“Ehm, euh, wel, eigenlijk niet,” zei Neusje, “een StruiseVogel is een vogelsoort uit Monsterland. Het is een grote vogel die heel slim is.”
“Waar zou dat ei vandaan komen?” vroeg Teddy zich af.
“We hebben die plek in het bos helemaal doorzocht,” antwoordde Slurfje, “maar nergens een StruiseVogel-nest gevonden. En er waren ook geen StruiseVogels in de buurt die op zoek konden geweest zijn naar het ei. Het lag daar gewoon helemaal alleen… Dus hebben we het meegenomen. Misschien kunnen we het vogeltje dat erin zit nog redden?” vroeg hij hoopvol.

“Wat heeft een StruiseVogel-ei nodig om uit te komen? Moet het uitgebroed worden?” vroeg Terri. Ze had een bureaulamp die warm werd na een tijdje aan te liggen, misschien kon ze daar iets mee doen.
“Ehm, ik denk, ja, ik denk dat ik daar eens over gelezen heb. StruiseVogel eieren hebben licht en warmte nodig. Ze liggen meestal gewoon in het nest in de zon. En er was nog iets…”
Neusje dacht diep na. Hij kneep zijn ogen dicht en nam zijn hoofd in zijn handen. “Melk!” riep hij plots uit. “StruiseVogel eieren liggen in het nest in de melk. En zo in de zon. En dan broeden ze heel snel uit.”

“Hmh, daar kunnen we denk ik wel voor zorgen,” zei Terri. Ze gaf het ei aan Teddy. “Leg je dit op mijn schrijftafel onder de lamp? Dan heeft het veel licht en warmte. Ik ga melk halen.”
Terri ging de kamer uit, sloop langs de trap naar beneden, trippelde stilletjes de keuken in, deed de koelkast open en…
“Terri, wat doe je daar?” vroeg mama vanuit de living.
“Ik had nog dorst mama” zei Terri, die snel een kommetje vulde met melk.
“Niet morsen schat!” zei mama.
“Ik doe heel voorzichtig mama!” antwoordde Terri.
“Heeft ze nu alweer dorst? Gisteren is ze ook nog naar beneden gekomen om drinken te halen,” hoorde ze papa tegen mama zeggen. Terri lachte stilletjes – ze moesten eens weten waarvoor het was!

Goed oplettend dat ze niet zou morsen, ging Terri met haar kommetje melk weer naar boven. Teddy had het ei onder de lamp gelegd en de lamp aangezet. Het werd al flink warm eronder! Snel nam Terri het ei, legde het in de melk en schoof het kommetje onder de lamp.
“En nu?” vroeg ze aan de monstertjes.
“Nu moeten we wachten…” zei Neusje.

Ze gingen allemaal op bed zitten. Teddy haalde de kaarten boven en deelde ze uit. Neusje schoof zijn bril wat hoger op zijn neus, Slurfje gebruikte zijn slurf om z’n kaarten goed te steken en Bolletje vond een zacht plekje op het hoofdkussen. Nauwelijks 2 spelletjes later hoorden ze een krak
“Wat… wat was dat?” Slurfje deed z’n kaarten in een stapeltje en keek rond.
“Wat denk je?” lachte Teddy, “ik denk dat het StruiseVogeltje uit z’n eitje wil…”

Ze troepten samen rond het kommetje melk. Aan de zijkant van het ei zat nu een barst. Terwijl ze keken, werd die barst nog wat groter… Een stukje eierschaal viel er uit. Een oogje tuurde door het gaatje!
“Kom maar,” zei Slurfje zachtjes, “we helpen je wel, kom er maar uit…”
piepiep klonk er vanuit het eitje. Er brak nog een stukje af.
“Ja goed zo,” zei Slurfje.

Het begon nu sneller te gaan. Overal verschenen barstjes en vielen stukjes van de eierschaal eraf. En dan was er een grote krak en… Het ei was helemaal kapot. En daar zat het StruiseVogeltje! Het was helemaal zacht en donzig met mooie gele pluimpjes en grote ogen – superschattig.
Het vogeltje keek rond.
“Waarschijnlijk de mama StruiseVogel aan het zoeken…” mompelde Neusje.
“Ah hoe triest… Kom maar bij mij lieverd, ik zal wel voor je zorgen!” zei Slurfje, “ik noem je Sylvie!”
Het StruiseVogeltje keek Slurfje dankbaar aan en trippelde dichter. Voorzichtig gaf Slurfje een knuffel aan het vogeltje.
piepiep klonk het weer. Sylvie vond de knuffel leuk.

“Wat eet een StruiseVogeltje, Neusje?” vroeg Slurfje.
Terwijl Neusje nadacht, ging Sylvie naar het kopje en dronk alle melk er uit. Met een dik buikje trippelde ze dan weer naar Slurfje en die deed zijn arm om haar heen.

“Euhm, melk alleszins,” lachte Teddy.
“Ik heb er thuis wel iets van in een boek staan, Slurfje,” zei Neusje, “ik zoek het op en kom dan bij jou, goed?”
En zo vertrokken de monstertjes terug naar Monsterland. Met Sylvie, het StruiseVogeltje, onder de arm van Slurfje, en Neusje druk aan het denken waar hij dat boek nu weer gelegd had.
“Daag!” zei Terri.
De monstertjes zwaaiden en verdwenen onder het bed.

“Wat een avond!” zuchtte Terri.
“Ja, het was me wel iets. Hopelijk gaat alles goed met Sylvie,” zei Teddy.
Moe gaven ze elkaar nog een knuffel en kropen dan lekker onder de dekens.
“Slaapwel Teddy!” zei Terri.
“Te rusten, Terri,” zei Teddy.

 

Reageer!