CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Slurfje keek met half-toegeknepen ogen naar z’n kaarten. Hij had niet de beste hand, maar probeerde die toch zo goed mogelijk te spelen.
Bolletje wachtte, met een glimlach op z’n paarse gezicht. Hij had wel goeie kaarten. Dit zou een leuk spel worden.
Slurfje krabde op z’n hoofd. Hij keek nog ‘s naar zijn kaarten. En naar het lachende gezicht van Bolletje. Slurfje tuitte z’n lippen, koos toen een kaart en legde die neer in het midden van de kring van kaarters.

Iedereen keek nu gespannen naar Bolletje. Die koos zijn kaart en legde die er dramatisch traag bovenop.
“Gekocht,” zei hij.
Slurfje kreunde. Hij had een grote kaart gelegd, die was veel punten waard. En nu ging die naar het team van Bolletje en Neusje…
Terri, met Teddy op haar schoot, gooide haar kaart er bovenop. “Overgekocht,” zei ze, met nauwelijks ingehouden lachen.

“Wat? Maar… Maar…” stamelde Bolletje, die dit helemaal niet had zien aankomen. Hij was er van overtuigd dat hij de grote kaart ging binnenhalen.
Terri giechelde. Ook Slurfje begon nu te lachen en zelfs Neusje, die nochtans met Bolletje in een team zat, kon het lachen niet inhouden.
Bolletje zat een beetje beteuterd te kijken. “Bah,” zei hij.
Nu moesten de anderen nog harder lachen.
“Ach Bolletje,” zei Terri, “je was met zoveel drama aan het spelen, je had je gezicht moeten zien!”
Nu kon Bolletje ook een beetje lachen. “Mja, het was misschien een beetje grappig.”

Ze speelden hun spelletje verder uit. Bolletje had inderdaad goeie kaarten en hij haalde samen met Neusje uiteindelijk wel de meeste punten binnen. Daar vrolijkte Bolletje weer helemaal van op.
Terwijl de kaarten geschud werden voor het volgende spel, zei Teddy: “Jongens, toen we laatst op de rug van Sylvie aan het vliegen waren, zagen we in de verte een berg. Een berg waar water uit leek te komen? Een watervalberg?”

Neusje en Slurfje keken elkaar aan. Neusje zuchtte. “Eum… De Waterberg. Wel, euh, tja… Dat is een tragisch verhaal,” zei hij.
“Oh?” vroeg Terri, “wat is er gebeurd dan?”
“Die berg,” zei Slurfje, “is betoverd. Door een kwaadaardig tovermonster. Het is niet altijd de Waterberg geweest.”
“Euh… Dat tovermonster speelt al een tijdje, eum, de baas daar. We zijn, eh, een beetje bang. De Waterberg ligt dicht bij ons bos. Wat als het tovermonster straks ook ons bos wil inpikken?” bibberde Neusje.
“Er woonden monstertjes op die berg. Een paar goeie vrienden van me,” zuchtte Bolletje. “Ik heb al lang niets meer van ze gehoord.”

Terri en Teddy keken boos. Terri deed haar handen in haar zij. Teddy gromde: “Dat laten we toch niet zomaar gebeuren? Jongens, daar moeten we iets aan doen!”
“Maar… Het tovermonster?” zei Slurfje. “Dat is supersterk. En heel groot! Met grote horens en scherpe tanden. En het kan toveren!”
“Neusje kan toch ook een beetje toveren met z’n toverdrankjes? En we kunnen Teddy een heel klein beetje verkleindrank geven om naar Monsterland te gaan, zodat het daar snel uitgewerkt is en hij weer groot wordt. Dan is hij daar een grote en supersterke Teddybeer!” bedacht Terri.
“Misschien kunnen we het proberen…?” zei Bolletje.
Neusje zette z’n brilletje goed. “Dan moet ik meteen aan de slag om drankjes te maken!”

~~~

De volgende avond verzamelden ze al vroeg in de avond op de kamer van Terri en Teddy.

Neusje had een hele mand met kleine ballonnetjes toverdrank mee. Slurfje had geholpen om alles op tijd klaar te hebben. Ze hadden de hele nacht doorgewerkt.
Terri had een bol touw meegebracht. En Teddy had vandaag in de spiegel geoefend om gevaarlijke gezichten te maken. Ze waren er helemaal klaar voor! Op naar Monsterland!

~~~

Ze waren naar het huis van Slurfje gewandeld. Daar stond Sylvie al op hen te wachten. Slurfje en Neusje maakten zich vast in hun harnas.
“Kom, wij gaan al verder,” zei Teddy. “Jullie halen ons wel in want Sylvie kan veel sneller vliegen dan wij kunnen stappen.”
En inderdaad, toen ze na een heel eind stappen bij de voet van de Waterberg waren gekomen, zat Sylvie er met Slurfje en Neusje op haar rug al te wachten.

“Kunnen we nog eens over het plan gaan?” vroeg Bolletje zenuwachtig.
Iedereen keek naar Terri. Terri keek de cirkel rond.
“We doen het zo, Bolletje. Jij komt met ons mee. We gaan eerst naar de bomen, daar halverwege de berg,” en Terri wees naar de bomen die ze bedoelde.
“We maken ons touw vast aan de stam van één boom en dan leggen we het touw langs de grond tot bij een andere boom. Daar snijden we het af. We verstoppen het touw onder blaadjes en zo, het mag niet gezien worden!
De rest van het touw doen we in stukken en leggen we klaar: een stuk bij die boom,” en weer wees ze waar ze juist bedoelde, “een stuk bij die boom daar wat verder, en dan nog twee stukken bij die twee bomen daar.”
“Ondertussen,” zei Teddy, “blijf ik hier beneden. Ik wacht tot jullie teken doen dat alles klaar is. Dan kom ik naar boven en roep ik het monster. Het monster ziet dat er een indringer is op de berg en komt kijken. Als het monster duwt,” en Teddy grijnsde, “dan duw ik terug. Heel hard. Maar als het monster begint te toveren…”
“Dan zijn wij er om van bovenaf ballonnetjes toverdrank te gooien om dat toveren tegen te werken,” zei Slurfje. “Eum, eh, juist,” bevestigde Neusje.
Ze keken nog eens naar elkaar en knikten. Ze zouden dat monster gaan verslaan!

Terri en Bolletje slopen naar boven en begonnen aan hun werk met de touwen. Aan de voet van de berg bleef Teddy bij Sylvie en de twee monstertjes op haar rug wachten. Neusje gaf hem een drankje, dat het verkleindrankje snel zou tegenwerken. Toen Teddy dat op had, werd hij meteen weer de normale, grote Teddy. Hij was nu groter dan Sylvie!
Samen keken ze naar de berg. Toen ze Terri zagen zwaaien, draaide Teddy zich naar zijn vrienden. “Tijd om eraan te beginnen jongens.”
“Succes Teddy!” riep Slurfje van op de rug van Sylvie.

Sylvie nam een klein aanloopje, klapte met haar vleugels en schoot dan de lucht in. Teddy ging met grote stappen de berg op…

 

Dit verhaal gaat verder in het gevecht om de Waterberg.

Reageer!