Elke dag is meneer De Haan als eerste wakker. Hij doet het raam open en haalt diep adem. Wat een mooie dag, heerlijk, denkt hij. Blij loopt hij naar buiten. Hij neemt een slok water en roept dan hard: “Kukelekuuu!”
De kippen zijn lui, denkt meneer De Haan en roept nog eens: “Kukelekuuu!”

De deur van het kippenhok gaat open. Geeuwend loopt de eerste kip naar buiten. Dan komen ook alle andere kippend druk pratend naar buiten. “Tok-tok-tok-tok-tok. Toooook-tok-tok-tok. Wat een prachtig weer,” zegt Sara Kip. “Kijk, we zijn mooi op tijd, daar komt ons eten al aan.”
De boer duwt het grote hek open en strooit maïskorrels op de grond. De kippen rennen er snel naartoe en eten hun buikjes vol.

Copyright Arie Smits

Klaartje Kip stopt met eten en kijkt in het rond. “Zeg, Sara, komt jouw kleine Pippa niet eten?”
“Nee,” zegt Sara. “Pippa zegt dat ze niet dik wil worden, daarom eet ze maar heel weinig.”
“Maar,” zegt Klaartje. “Als ze niet eet kan ze geen eieren leggen. Dat vindt de boer niet leuk.”
“Toook-tok-tok,” zegt Sara met een zucht. “Dat heb ik ook gezegd. Dan maakt de boer misschien soep van haar.”
Krakend gaat de deur van het hok open. Er komt een kleine kip naar buiten. Ze kijkt alsmaar omhoog.
“Het heeft allemaal niet geholpen,” zegt Klaartje. “Daar heb je Pippa.”

Pippa gaat op haar rug in het gras liggen en ziet hoog in de lucht een grote vogel vliegen. Zijn vleugels gaan op en neer. Pippa zwaait. De vogel houdt zijn vleugels stil en maakt zwevend grote rondjes. Wauw, denkt Pippa, dat wil ik ook wel. Lekker zweven en heel ver weg vliegen. Wat zal je dan ver kunnen kijken. “Mama!” roept Pippa. “Waarom kunnen kippen niet vliegen?”
Sara, de moeder van Pippa, krijgt een rood hoofd. “Ssst!” zegt ze geschrokken. Alle kippen stoppen met eten en schudden hun hoofd. “Stel niet van die gekke vragen, Pippa, ga eten, dan word je groot en dik.”

Pippa zegt niks meer, ze kijkt naar de meeuwen die spelen in de lucht. Kijk dan, wat leuk, kunstjes doen in de lucht. “Mama!” roept Pippa. “Ik wil ook vliegen!”
De andere kippen worden een beetje boos.
“Sara Kip, zeg eens tegen Pippa dat ze haar snavel houdt, wij willen eten!”
De moeder van Pippa duwt haar in het hok. “Als je niet wil eten blijf je maar in het hok. Ik wil geen gekke vragen meer horen.”
“Goed dan,” zegt Pippa. Maar ze kan alleen maar aan vliegen denken. Dat moet ik ook kunnen, want ik heb vleugels en als je vleugels hebt ben je een vogel. Ik wil niet mijn hele leven eieren leggen.

Pippa schrikt als opeens meneer De Haan binnenkomt. Hij gaat naast Pippa op de stok zitten.
“Luister eens, Pippa, er is nog nooit een kip geweest die kon vliegen. Daar zijn kippen te dik en te zwaar voor. Kippen kunnen alleen maar een beetje rondspringen, meer niet.”
“Maar, meneer De Haan,” zegt Pippa. “Wij hebben toch vleugels? Dan zijn we toch vogels? En vogels kunnen vliegen.”
Meneer De Haan kijkt boos. “Wij zijn geen vogels, wij zijn kippen, en nu wil ik er niks meer over horen.”

Meneer De Haan is vergeten de deur op slot te doen. Pippa loopt stiekem naar buiten. Niemand heeft het gezien, de kippen zoeken op de grond naar eten. Ze loopt naar het verste hek. Pippa gaat klaar staan en kijkt recht voor zich uit. Ik ren gewoon keihard en beweeg mijn vleugels heel snel, dan ga ik vanzelf de lucht in. Ze neemt een aanloop en rent dan zo hard mogelijk. “Opzij!” roept ze. “Aan de kant!”
De kippen schrikken van die rare Pippa, ze rennen alle kanten op. Het hek aan de andere kant komt heel snel dichtbij. Pippa beweegt haar vleugels nog sneller. Ik moet vliegen, denkt ze, anders knal ik tegen het hek. Plotseling staat meneer De Haan in de weg. Pippa botst bovenop hem, samen vallen ze op de grond. Overal vliegen kleine veertjes door de lucht.
“Tok-tok-tok-tok!” roepen de kippen bezorgd.
Meneer De Haan staat snel op en pakt Pippa vast. “Kom jij maar eens mee,” zegt hij. “Jij mag twee dagen niet naar buiten.”
O nee, dat wil ik niet, denkt Pippa, ik moet leren vliegen. Weet je wat? Ik graaf een tunnel, als dan niemand kijkt, ga ik toch naar buiten.

Reageer!