“Ik kan nu niet, Lisa.”
Bram duwt zijn zusje verveeld opzij. Ze trekt een pruillip en kijkt hem beteuterd aan.
“Maar Bram, mama heeft gezegd dat jij me moet helpen met mijn huiswerk. Zij heeft geen tijd want ze is het eten aan het klaarmaken.”
“Ik heb ook geen tijd want ik ben heel druk bezig en ik kan heel zeker niet stoppen. Zie je dat dan niet?”
Hij speelt verder op Pac Man alsof het meisje er helemaal niet staat.
“Dat is niet lief van je, Bram.”
Hij loert vlug eens opzij.
“Lisa! Ik kan er niet tegen als je op die manier naar me kijkt!”
Met een woest gebaar legt hij zijn joystick aan de kant en volgt Lisa naar de woonkamer.
“Goed. Wat moet je weten? En vlug een beetje want ik heb zelf nog genoeg huiswerk te maken.”
“We leren nu delen door 2 maar ik snap het niet.”
“Serieus? Maar als je het niet snapte in de les, kon je dat dan niet gewoon aan de juf zeggen?”
“Nee, want de bel ging. Het was tijd om naar huis te gaan.”
“Mama heeft makkelijk praten. Hoe moet ik dat nu simpel uitleggen?”

Hij kijkt rond op zoek naar iets bruikbaars. Voor hen op tafel staat de fruitschaal.
“Aardbeien. Prima werkgereedschap. We zullen rekenen met aardbeien, zo zie je duidelijk voor je wat we doen.”


Hij neemt acht aardbeien uit de schaal en legt ze tussen hen in.
“Kijk, het zit zo. Het is helemaal niet zo moeilijk. Als je iets moet delen door 2, dan moet je er 2 gelijke groepjes van maken, dus groepjes waar evenveel in zit. Een beetje zoals het verdelen van een zakje snoepjes tussen jezelf en je vriendinnetje. Snap je? Dus, ik heb hier acht aardbeien. Als ik dat moet verdelen, heb ik er vier plus vier, twee gelijke groepjes. Gezien?”

Daarop neemt hij twee aardbeien en stopt ze in zijn mond. Lisa voelt dat ze ook honger heeft.
“Mag ik er ook één?”
“Nee, want dan komt onze rekensom niet meer juist uit. Ik heb nu nog zes aardbeien. Ik ga die nu weer delen door twee. Ik maak twee gelijke groepjes, dus nu twee groepjes van drie. Zie je?”
Opnieuw steekt hij twee aardbeien in zijn mond.

Lisa wordt boos en geeft hem een stomp.
“Bram, je bent gulzig. Dat is onbeleefd. Mama zegt altijd dat we moeten delen met elkaar. Je moet mij er ook één geven en niet allemaal zelf opeten. Slokop.”
“Nu kan ik je er niet meer geven want we moeten verder rekenen met deze aardbeien. We hebben er nu nog vier. Ik verdeel ze in twee gelijke groepjes, dat is dus…”
Maar nog voor hij de aardbeien kan verdelen, pakt Lisa ze voor zijn neus weg en propt ze allevier in één keer in haar mond. Met veel moeite probeert ze fatsoenlijk te kauwen. Het sap loopt langs haar kin naar beneden en drupt op haar T-shirt.
Mama komt net de woonkamer binnen.
“Maar Lisa toch! Waar zijn je manieren! Eet niet zo gulzig; je bent precies een varken. En laat wat aardbeien voor je broer; hij heeft er nog geen gegeten.”

Heeft mama gelijk? Hoeveel aardbeien hebben Bram en Lisa elk gegeten?

Reageer!