Vandaag is het een hele leuke dag. Marlon gaat met zijn vader een boomhut bouwen. Achter in de tuin. Het is zaterdag, dus papa is lekker vrij.

“Kom Marlon, hup. In de auto. We gaan hout halen.”
Marlon stapt in en samen rijden ze naar de bouwmarkt. Papa zoekt het juiste hout uit. Daar heeft Marlon geen verstand van. Hij kijkt wat om zich heen. Spannend, er staat een houten huisje midden in de bouwmarkt. Marlon loopt ernaartoe. Nieuwsgierig kijkt hij naar binnen. Er zit een bankje in. Hij gaat even zitten en bestudeert het huisje aandachtig. “Dit zou een ideale boomhut zijn,” denkt hij genietend. “Al helemaal klaar.”
Dan roept papa, die aanschuift aan de kassa. Marlon rent naar hem toe. “Kom jongen, die boomhut raakt niet vanzelf in de boom.”
Samen leggen ze het hout in de kar.

Terug thuis gaan ze direct aan de slag. Papa zaagt en timmert, Marlon geeft het hout aan. Zweet druppelt van papa’s voorhoofd. Ook Marlon heeft het warm. Maar kijk, daar is mama al met een kan koude limonade en twee glazen.
“Even pauze, jongens. Jullie zijn al uren bezig,” lacht mama. “Maar dat ziet er al mooi uit. Nu alleen nog een dak en een deur.”
Papa lacht naar mama. “Ja, Marlon en ik zijn druk bezig. Vanavond is de hut klaar. Niet, Marlon?”
Marlon kijkt papa aan. Vlug neemt hij een slok. Hij knikt. “Vanavond pas?” Marlon vindt het heel lastig worden. Zoveel werk! Had papa maar dat huisje uit de bouwmarkt in de boom getild. Dan waren ze al lang klaar en kon hij met zijn vriendjes uit de straat in de boomhut spelen.
“Kijk niet zo beteuterd, jongen. Het kost nu eenmaal veel tijd om zoiets te maken. En het moet wel veilig zijn. Je wilt toch niet dat jouw boomhut snel stukgaat? Morgen kun je er de hele dag in spelen. Wat zeg je ervan, nog even het dak en de deur afmaken? Dan mag je hem morgen inrichten en aan je vriendjes laten zien.” Papa kijkt hem vragend aan.
“Ok√©, papa, laten we maar snel verdergaan.”

Zo gezegd, zo gedaan. Marlon en zijn vader werken flink door. Aan het eind van de middag staat de boomhut er. Terwijl papa en Marlon samen de boomhut staan te bekijken, komen mama en zusje Miala aangelopen.
“We gaan eten. Hoe staat het met mijn mannen?”
Marlon glundert. Hij is nu ook een man. Hij heeft een heuse boomhut gebouwd. “We zijn klaar,” lacht hij.
Miala klapt in haar handjes. “Ikke binnen, ikke binnen,” kirt ze. Ze klautert het trapje al op.
“Nee jongedame, jij bent nog wat te klein. Dit is Marlons plekje,” lacht papa en tilt zijn meisje op. “Kom, we gaan eten.”

Copyright Ingeborg Nijs

De volgende ochtend nodigt Marlon zijn twee beste vriendjes uit. Ze kijken met bewondering naar de boomhut. Wat zijn ze jaloers. En wat is Marlon trots op zijn mooie boomhut. Ze klimmen naar boven en kijken uit elk raam, doen de deur open en dicht. Ze brengen twee kussens naar boven, een zitzak en een tafeltje. En natuurlijk ook wat lekkers. De hele dag zitten ze in de boomhut. Dan spelen ze piraat, dan zijn ze superhelden, dan weer prinsen in hun luchtkasteel of zelfs eilandbewoners. Dat heeft Marlon, met grootse hulp van zijn vader, toch maar weer mooi voor elkaar gekregen.

Reageer!