In een héél klein dorpje, dat goed verborgen lag tussen bossen, weilanden en rustig kabbelende beekjes, werkten alle dorpsmieren van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat ijverig aan het opknappen en verbeteren van hun huis. Ze brachten allerlei materiaal bijeen om te bouwen en om nieuwe wegen aan te leggen. Er zat werkelijk niemand stil.

Op een vroege lentedag ging de burgemeester van dit mierendorpje met pensioen. Steeds werd er gepraat over wie de nieuwe burgemeester zou worden. Ondertussen gingen de dagen voorbij zoals altijd. Er werden mierenbaby’s geboren en er werden nieuwe huizen gebouwd. Bovendien zorgde iedereen voor elkaar. Ook verzamelden de inwoners voldoende voedsel voor de komende herfst en winter.

Image by Clker-Free-Vector-Images from Pixabay

Maar opeens was er een hoop lawaai in het dorpje. Iedereen krioelde door elkaar heen. “Wat is er aan de hand?” vroeg Thea aan haar buurvrouw, die ook naar buiten was gekomen.
“We krijgen eindelijk een nieuwe burgemeester,” vertelde de buurvrouw.
“O, daar had ik nog niets over gehoord,” zei Thea. “Maar waarom is iedereen dan zo aan het schreeuwen?”
“Och, Thea, als je eens wist…” Zuchtend ging de buurvrouw weer naar binnen om haar dochtertje eten te geven.

Toch wel nieuwsgierig geworden, besloot Thea om eens wat meer te weten te komen.
Ze wandelde naar het dorpsplein. Tot haar verbazing waren veel van haar dorpsgenoten aan het demonstreren op het plein, vlak voor de burgemeesterswoning. Sommigen hadden zelfs spandoeken meegebracht waarop stond: “Wij willen geen mankepoot!”
Thea vroeg zich af wat daarmee bedoeld werd. “Waarom gaat iedereen zo tekeer?” vroeg Thea met luide stem aan een demonstrant. Ze kon zichzelf nauwelijks verstaan door het kabaal.
“Weet je het nog niet? Onze nieuwe burgemeester mist een poot!”
Hoofdschuddend liep Thea naar huis. Ze vroeg zich af waarom haar dorpsgenoten zoveel drukte maakten. Iemand die een poot mist, kan toch nog wel een goede burgemeester zijn, dacht ze.

Intussen was haar dochter thuisgekomen van haar werk. Ze zat gezellig te praten met een onbekende jongen. Thea zag meteen dat die twee smoorverliefd op elkaar waren.
“Zo, Mieke, wie is die jongen?”
“Hoi mam, dit is Bob,” zei Mieke met een rode kleur.
“Dag Bob, ik heb jou geloof ik nog nooit eerder gezien in ons dorp,” zei Thea vriendelijk.
“Dat klopt, mevrouw, ik kom van ver en de gemeenteraad heeft mij gevraagd om naar uw dorp te komen,” vertelde Bob. “En onderweg ben ik uw dochter tegengekomen. En euh… ik vind haar heel erg lief!” zei hij enigszins stotterend.
“We willen zo snel mogelijk gaan samenwonen, mam,” zei Mieke.
Thea fronste haar voorhoofd. Dit ging haar toch wel wat te snel.

Thea, die de jongen wel aardig vond, keek nog eens goed naar hem.
Hij ziet er goed uit, dacht ze. Mooie ogen, lange antennes, sterke schouders en flinke poten. Flinke poten? Maar… Wat zag ze daar, of beter gezegd: wat zag ze daar niet?

Bob was haar al voor. “Tsja… Ziet u mevrouw, mijn ouders maken zuurstokken voor op de kermis. En als kleine jongen ben ik met mijn rechterachterpoot in het zuurstokkenzuur terechtgekomen… En daarom mis ik nu een stuk van die poot.”

Thea moest toen wel even slikken. Maar Mieke en Bob keken heel verliefd naar elkaar en konden het kennelijk goed met elkaar vinden. Thea vond dat die twee heel goed bij elkaar zouden passen. “Laat ik eerst maar een kopje thee maken, dan kan ik mijn gedachten even op een rij zetten,” zei Thea.

“Wel kinderen, als jullie echt willen samenwonen, dan vind ik het goed. Waar zijn jullie van plan om te gaan wonen?” vroeg ze terwijl ze van haar mierzoete thee proefde.
“In het huis van de burgemeester, mam,” zei Mieke.
“M-m-maar dan moet Bob onze nieuwe burgemeester zijn!” riep Thea verbaasd. Pas nu had ze door dat Bob en de nieuwe burgemeester één en dezelfde persoon zijn. “Oh, jongen, ik heb gezien hoe ze in het dorp over je denken…”
“Ja, mevrouw, ik heb ook het een en ander gehoord, maar ik ben dat wel gewend.”
“Mijn steun heb je, hoor,” zei Thea bemoedigend.

“BRAND, BRAND!!!” Thea’s buurvrouw, die in paniek was, schreeuwde het uit. Haar woning stond in brand en… Haar dochtertje was nog binnen.
Zo snel als hij kon, rende Bob naar de brandende woning. Thea en Mieke probeerden de buurvrouw te kalmeren. Er waren ondertussen al veel nieuwsgierigen bij de brandende woning. Ze keken naar het gloeiende schouwspel. Niemand durfde dichterbij te komen!

“Mijn dochtertje is nog binnen!” schreeuwde de buurvrouw. Bob bedacht zich geen moment en ging – met gevaar voor eigen leven – de woning binnen. Even later droeg hij het kleine meisje naar buiten. “Hier is uw dochtertje, mevrouw,” zei Bob tegen de buurvrouw, die de kleine meid sprakeloos in haar armen nam.
Ondertussen had de brandweer de brand geblust. De woning was helaas helemaal verloren gegaan.

“Jullie mogen wel zolang bij ons intrekken,” zei Thea tegen haar buurvrouw, die haar zeer dankbaar was. Met man en macht werd meteen aan de bouw van een nieuwe woning begonnen. Je begrijpt zeker wel, dat Bob nu juichend werd onthaald.
“Lang leve onze burgemeester!” klonk het overal.

Mieke was supertrots op haar Bob. Ze werden samen in een lange colonne begeleid op weg naar de burgemeesterswoning in het midden van het dorp. Tot in de kleine uurtjes werd nog lang nagepraat over deze wel heel bewogen dag.

De volgende dag ging het mierenvolkje weer verder met het vergroten en verbouwen van hun goed verborgen dorpje – hun werk van alledag.

2 REACTIES

Reageer!