Hoe Bertje bakker werd…

146

Lang geleden zat Bert in de derde kleuterklas. Op een dag kreeg hij een briefje mee naar huis van zijn juf.
“Bert, de juf laat weten dat jullie volgende week over de bakker gaan vertellen in de klas,” zei mama.
“Oh superleuk! Ik ga later ook bakker worden mama!” riep Bert.
“Dat duurt nog heel lang, we zullen wel zien,” lachte mama.
Bert kon bijna niet meer wachten tot het maandag was.

Eindelijk was het zover. Op maandag gingen de kleuters met hun juf op bezoek bij een echte bakker. Ze stapten de winkel binnen waar het heerlijk rook. De broden, koeken, taarten en nog veel andere lekkere dingen lagen uitgestald in de winkel. Ze mochten verdergaan naar de bakkerij waar de bakker druk in de weer was. Ze moesten allemaal lachen toen ze hem zagen. Hij droeg een witte schort en een witte bakkersmuts en op zijn gezicht zat er meel. Hij leek een beetje op een sneeuwman.
“Goeiemorgen kleine bakkers, komen jullie mij helpen vandaag?” vroeg de bakker.
De kinderen knikten en Bertje zei : “Ja, zeker, want later als ik groot ben word ik ook bakker.”

Ze mochten de bakker helpen om broodjes te maken.
“Eerst gaan we allemaal onze handen wassen en daarna gaan we het deeg maken voor de broodjes, ” zei de bakker. De kleuters mochten de ingrediënten voor de broodjes in een grote kom doen. Ze namen meel, water, gist, een snuifje zout en een beetje olie. De bakker zette de kneedmachine aan. Toen het deeg klaar was, kregen ze allemaal een stukje.
“We gaan een kleine worst rollen en ze op de bakplaat leggen. Dan schuif ik de plaat in de oven en kunnen de broodjes bakken. Als we na een kwartier het belletje horen zijn de broodjes klaar,” vertelde de bakker.
Ondertussen mochten Bert en zijn vrienden nog wat vragen aan de bakker. Vooral Bert wilde van alles weten. “Moet je vroeg opstaan? Wat maak je allemaal in de bakkerij? Wie werkt hier allemaal? Is het moeilijk om een echte bakker te worden?”

Ping, ping… De broodjes waren klaar. Heel voorzichtig schoof de bakker de broodjes uit de oven en liet ze afkoelen.
“Mogen we al proeven?” vroegen enkele kleuters.
“We gaan de broodjes meenemen naar de klas en gaan ze daar beleggen met allemaal lekkere dingen,” zei de juf.
De bakker nam een hele grote broodzak en stopte de broodjes erin. Hij liet de zak open, dan konden de broodjes verder afkoelen.

‘s Middags bleef de derde kleuterklas in de klas eten. Ze smulden van hun lekkere broodjes.
“Het lijkt hier wel een broodjeszaak,” lachte de juf toen alle kleuters hun broodje belegd hadden. Er waren broodjes met kaas, vlees, groenten, met confituur en zelfs met choco. Ze dronken er fruitsap bij. Het was echt feest in de klas.

De volgende dagen vertelde de juf nog heel veel over de bakker. Ze maakten ook een echte bakkersmuts. En op vrijdag bakten ze koekjes. Net als in de bakkerij maakten ze samen het deeg. Alle kleuters kregen een stukje deeg dat uitgerold was met een grote deegrol. De juf had uitsteekvormen meegebracht. Dat waren alle letters van het alfabet. In de derde kleuterklas konden alle kinderen hun naam al schrijven, naam en voornaam. Ze kozen de juiste letters en maakten hun naam. De juf bakte de namen in een klein oventje.
En Bertje had wel een speciale naam gemaakt. Zijn naam was “Bertje Bakker”. De kleuters namen in een klein papieren zakje hun letters mee naar huis.

Toen Bertje thuis kwam, riep hij mama en papa. “Kom eens kijken, we hebben onze naam gebakken in de klas!”
Ze keken hoe Bertje zijn naam legde. “Bertje Bakker”, lazen mama en papa.
“Zo gaan de mensen me later noemen als ik een echte bakker ben,” zei Bertje fier.


En nu, twintig jaar later, is Bertje een echte bakker. Met een mooie winkel waar broden, koeken, taarten en nog veel andere lekkere dingen worden verkocht. En achter de winkel is de bakkerij van onze echte bakker, “Bertje Bakker”.

Reageer!