In een leuk huis met een al even leuke tuin in een lange straat met bomen woont Juultje.
Juultje is een vrolijk meisje dat graag van alles wil weten. Ze stelt dan ook de hele dag vragen. Meestal aan papa, mama en oma, want die ziet ze het meest.

Soms vindt Juultje dat mensen heel rare, grappige zinnen uitspreken. Daar moet ze dan even over nadenken. En als Juultje die zinnen niet begrijpt, dan vraagt ze wat ze betekenen. Oma heeft verteld dat die rare, grappige zinnen ook een grappige naam hebben. Ze worden ‘spreekwoorden’ of ‘gezegdes’ genoemd. En heel soms gebeurt het dat Juultje zo’n spreekwoord of gezegde al direct begrijpt, als iemand ze zegt.

~~~

In je eigen sop gaar koken

Op een middag is Juultje bij oma. Oma staat in de keuken en snijdt een paar worteltjes.
Op het vuur staat een grote oranje pan met stukjes vlees erin. Het ruikt heerlijk in de keuken. Oma schuift de worteltjes van de plank, hup de pan in.
“Wat maak je, oma?” vraagt Juultje.
“Ik maak stoofvlees, Juul. Heerlijk suddervlees dat we vanavond kunnen eten,” zegt oma. “Wil je eens in de pan kijken?”

Oma zet een krukje bij het aanrecht, zodat Juultje daarop kan klimmen. Juultje kijkt in de pan. Ze ziet bruine stukjes vlees in lichtbruin vocht liggen. De oranje worteltjes die oma er net in heeft gedaan, ziet ze ook liggen. Oma schept de worteltjes om en ze zakken in het bruine water. Even later ziet Juultje dat het bruine water begint te borrelen.

“Hé, oma! Het bruine water gaat borrelen!” zegt Juultje enthousiast.
Oma ziet het ook. “Dat bruine vocht dat borrelt, is inderdaad voor een groot deel water, Juultje,” zegt oma. “Maar het is meer dan alleen maar water.”
“Wat zit er dan nog meer in?” vraagt Juultje.
“Er zit ook vet in van het vlees en ik heb er een scheutje bier in gedaan.”
Oma lacht. “Dat vinden opa en ik heel lekker.”
“Ik vind dat ook lekker, hoor,” zegt Juultje.
“Dat geloof ik meteen,” zegt oma. “Nu moet het vlees gaar worden. Dat doet het in dit sop van water, vet en bier. En nu kan ik drie uur lang iets anders gaan doen,” zegt oma, “want met het deksel op de pan kookt het vlees helemaal in zijn eentje gaar.”
“Dat is een handig sopje, oma!” lacht Juultje. “Want nu kunnen wij samen spelen!”

JPS68Carbonnade flamande, cropping by voorleestuin.be, CC BY-SA 4.0

De volgende dag speelt Juultje buiten in de speeltuin vlak bij haar huis.
Er zijn nog vier andere kinderen in de speeltuin. Het zijn Kiki en Twan, de tweeling die twee huizen verder dan Juultje woont. En dan zijn er nog Tess en Roos. Die wonen tegenover Juultje in de straat. Met Tess en Roos speelt Juultje vaak, maar ze gaat niet zo graag bij hen binnen spelen. Luuk, de broer van Tess en Roos, is al veertien en soms is hij niet aardig tegen zijn zusjes.

Als Juultje met Tess aan het klimrek hangt, hoort ze dat Luuk zijn zusjes roept. “Tess en Roos, jullie moeten binnenkomen, we gaan zo eten!”
Luuk staat aan de rand van de speeltuin met zijn handen in zijn zakken. Zijn moeder heeft hem gestuurd. Maar Tess heeft nog geen zin en reageert niet. Ze draait nog een paar rondjes om het klimrek heen. Roos roetsjt van de glijbaan en loopt dan naar haar broer toe.
“Tess, kom nu,” zegt Luuk.
Tess doet net of ze het niet hoort. Ze staat op van het klimrek en loopt naar de glijbaan.
“Tess!” roept Luuk boos.

Juultje hangt stil aan het klimrek en kijkt naar Tess. En dan naar Luuk en Roos.
Luuk haalt zijn schouders op. “Kook dan maar in je eigen sop gaar,” zegt Luuk. Hij draait zich om en loopt weg met Roos.
Juultje denkt na. Hm, waar heeft ze dat eerder gehoord?

Reageer!