Er was eens een huis met een prachtige tuin vol bloemen in allerlei mooie kleuren: gele, rode, paarse, roze met witte strepen, … je kon het zo gek niet bedenken.  In het midden van de tuin stond een indrukwekkende fontein waarin echte goudvissen rondzwommen. En als je heel goed keek, zag je in het gras rond de fontein een heel klein holletje. In dat holletje woonde Kevertje.

Kevertje zag er op het eerste gezicht heel gewoon uit. Hij had zes pootjes, aan elke kant drie. En zoals de meeste insectjes, was Kevertje heel klein. Zo klein als de nagel van je duim. Maar dit kevertje was niet zomaar een kevertje, Kevertje was namelijk een heel bijzonder kevertje: hij kon praten! Wel heel zachtjes natuurlijk, omdat hij zo klein was.

Het huis was ook prachtig, met lavendelblauwe luiken voor de ramen en een grote schoorsteen op het dak. In het huis woonde het vriendje van Kevertje, Daniël. Als Kevertje met Daniël wou spelen, kroop hij naar de achterdeur van het huis en trok hij aan het belletje dat Daniël speciaal voor Kevertje bij de drempel had opgehangen: KLINGELINGELING. Niet te hard natuurlijk, want dan deden Kevertjes oren pijn, maar net hard genoeg zodat Daniël het kon horen.

~~~

Op een mooie, zomerse dag kruipt Kevertje langzaam naar het huis. Maar dit keer niet in zijn gebruikelijke zwarte jasje. Dat is namelijk nog iets wat bijzonder is aan Kevertje. Hij is niet alle dagen zwart, maar hij heeft verschillende keverjasjes. Als hij naar een feestje gaat, doet hij zijn mooie groen glimmende jasje aan. Als hij in de tuin gaat spelen, draagt hij zijn gewone zwarte keverjasje en op de insectenschool dan weer zijn rode jasje met zwarte stippen. Vandaag heeft hij echter een heel speciaal jasje aan, een jasje zo wit als sneeuw. Zijn mama heeft het speciaal voor hem gemaakt deze morgen.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Als hij bij de deur is aangekomen, trekt hij aan het belletje: KLINGELINGELING. En ja hoor, de deur zwaait open en daar staat Daniël in zijn pyjama.
“Goedemorgen, Kevertje,” zegt Daniël nog wat slaperig terwijl hij in zijn ogen wrijft.
“Kom je buiten spelen?” vraagt Kevertje zacht.
“Ja, leuk! Wacht even, dan ga ik me snel aankleden.” Even later knielt Daniël naast Kevertje in de tuin. “Hé, dat witte jasje heb ik nog nooit gezien, wat mooi, Kevertje!”
Kevertje werpt een trotse blik op zijn nieuwe witte jasje, maar slaakt dan een diepe zucht.
“Wat is er, Kevertje?” vraagt Daniël bezorgd.
“Ik mis de sneeuw,” antwoordt Kevertje met droevige ogen.
Daniël begrijpt er niets van. “Maar Kevertje, hoe kun je nu aan sneeuw denken midden in de zomer?”
Dan vertelt Kevertje hem over wat hij deze nacht heeft gedroomd. Hij droomde over zijn avonturen van vorige winter met Daniël in de sneeuw. Hoe ze samen een grote sneeuwpop hadden gemaakt en Daniël Kevertje op zijn slee had voortgetrokken. Hoe ze sneeuwvlokjes op hun hand – of pootje in Kevertjes geval – hadden laten smelten en nog veel meer leuke dingen.

Kevertje had zo’n pret en toen … werd hij wakker en bleek het maar een droom te zijn geweest. Hij was er een beetje verdrietig om en daarom had zijn mama een sneeuwwit jasje voor hem gemaakt. Dat hielp wel een beetje, maar toch miste Kevertje nog steeds de sneeuw.
“Ik vind het heel jammer voor je, Kevertje, maar er valt nooit sneeuw in de zomer, dat is onmogelijk,” zei Daniël zachtjes. Hij had het nog maar net gezegd en sprong toen ineens op.
“Wat is er, Daniël? Ben je op een bij gaan zitten?” vroeg Kevertje geschrokken. “Nee hoor, Kevertje,” lachte Daniël. “Ik krijg gewoon ineens een supergoed idee!” riep hij enthousiast. “Kom maar mee, Kevertje, je gaat het niet geloven.”
Daniël tilde Kevertje voorzichtig op zijn hand en ging het huis binnen. “Waar gaan we naartoe?” vroeg Kevertje nieuwsgierig toen Daniël met twee treden tegelijk de trap op liep.
“Wacht maar, dat zal je wel zien,” antwoordde Daniël met een grote glimlach. Hij stopte voor een dichte deur en zei: “Kevertje, doe je ogen eens dicht en wacht tot ik zeg dat je ze weer open mag doen.”
“OK,” zei Kevertje met ingehouden adem. Vervolgens hoorde hij allerlei vreemde geluiden: stromend water, een opengaand kastje, geklik, geklak, geklok, …
“Doe je ogen maar weer open hoor, Kevertje,” lachte Daniël terwijl hij Kevertje voorzichtig op de grond zette. En dat deed Kevertje.

Kevertje zag een bad tot over de rand gevuld met schuim. Daniël deed een stap naar voren, nam twee handen vol schuim en blies vervolgens zo hard hij kon. Het schuim spatte uiteen en kwam als duizenden sneeuwvlokjes naar beneden. Het zonlicht dat door de ramen naar binnen viel, toverde kleine regenboogjes op de schuimvlokjes. Kevertje keek met grote ogen naar de neerdwarrelende vlokjes en straalde van geluk. “Dit is de mooiste sneeuw die ik ooit heb gezien!”

Reageer!