Mier had Krekel al dagenlang niet gezien. Ze miste hem en opeens dacht ze:
misschien is er wel iets ergs met Krekel gebeurd!
Ze liep snel het stille bos in om Krekel te zoeken. Maar Krekel was nergens te bekennen. Mier werd steeds ongeruster. Opeens zag ze Krekel op de open plek met het hoge gras.
Hij lag tegen een boom aan naar de lucht te kijken. “Krekel, eindelijk heb ik je gevonden, ik was zo ongerust!” riep Mier.
“Oh, lieve Mier,” zei Krekel, “ik zit gewoon naar de wolken te kijken. Het is prachtig wat je dan allemaal ziet!”
“Naar de wolken te kijken?” vroeg Mier. “Is dat alles wat je doet?”
“Ja,” zei Krekel. “Dat moet jij ook eens doen, Mier.”
“Dat kan niet,” zei Mier en ze kruiste haar pootjes voor haar borst. “Ik moet brandnetelsoep maken, bospaddenstoelen bakken en… en…”
“Dat kan later ook wel, Mier,” zei Krekel. “Kom naast me liggen en vertel me dan eens wat je ziet in de wolken.”
Mier zuchtte en zei: “Goed, Krekel, ik zal het proberen.”

Ze ging naast Krekel liggen en ze keek net als hem naar de wolken.
“Wel, Krekel,” zei Mier, “ik zie een wasmachine, een grote kookpot en…”
“Nee, nee, Mier!” zei Krekel. “Dat is niks. Denk eens aan grappige toverdieren!”
“Goed,” zei Mier, “ik zal het proberen.” Mier keek opnieuw naar de wolken en ze begon aan grappige toverdieren te denken. “Prachtig!” zuchtte ze dromerig en ze viel in slaap.

Copyright Theo Zwinderman

Plotseling werd ze wakker en ze zag dat het al laat was. Krekel was verdwenen en Mier werd erg verdrietig. Krekel is weg en ik ben vergeten brandnetelsoep te maken, dacht Mier. Ze sjokte naar huis, maar opeens bleef ze stokstijf staan. Ze rook de geur van brandnetelsoep en ze rende haar huis in. Daar stond Krekel met haar schort voor bij het fornuis. Hij roerde met een grote pollepel in een hoge pan.
“Zo, Mier, heb jij je pootjes wel geveegd?” zei Krekel lachend. Hij tikte Mier met de pollepel op haar neus en hij zei: “Oh, oh, Mier, zo word jij nog eens een echte Krekel!”
Mier veegde haar neus schoon, likte daarna haar pootje af en zei dromerig: “Als dat eens zou kunnen, Krekel!”

Reageer!