Eindelijk is het zaterdag. Vandaag gaan ze naar de kermis. Opa en oma hebben beloofd om vroeg te komen zodat ze samen met Mini-monster en mama naar de kermis kunnen gaan. Mini-monster is nu groot genoeg dat hij zelf mag kiezen waar hij een ritje in wil maken. Hij mag er vier kiezen.

Als mini-monster en mama hebben ontbeten en zijn aangekleed, horen ze de auto van opa en oma de oprit oprijden. Mini-monster doet snel de deur open en pakt zijn jas al van de kapstok. “Gaan we?” roept hij enthousiast en rent al naar buiten.
“Ho, stop, monsterlijk monstertje, opa en oma hebben heel ver gereden. Ze zullen wel eerst een kopje koffie lusten.”
Ja, daar heeft hij natuurlijk helemaal niet aan gedacht. Zuchtend hangt hij zijn jas weer aan de kapstok.

Als de koffie op is, trekken ze eindelijk de jassen aan en gaan naar de kermis. Het is gezellig druk op het plein en de lampjes knipperen vrolijk. De muziek klinkt luid en het ruikt er naar vers gebakken oliebollen en naar zoete suikerspinnen.
Mini-monster heeft met mama afgesproken dat ze eerst een rondje wandelen om de attracties te bekijken. Daarna mag hij er vier uitzoeken. Er zijn draaimolens, bootjes die in water rondjes draaien, een tent waar je eendjes kan hengelen. Hij ziet ronddraaiende vliegtuigjes die ook echt omhoog de lucht in gaan. Hij ziet knuffelbeesten in glazen bakken, die je met een grijper moet proberen te pakken en een ballentent waar je blikken kunt omgooien. Het snoepkraam ziet er prachtig uit met snoepgoed in alle kleuren.

En dan staan ze weer bij het begin van de kermis.
“Nou, monsterlijk monstertje van me, waar wil je allemaal in?” vraagt mama.
Mini-monster zou overal wel aan mee willen doen, maar hij mag er maar vier kiezen. Hij denkt heel diep na… “Ik wil graag in de olifantjes, de vliegtuigjes, met een bal blikjes omgooien en een super grote lolly.”
“Goede keuze, Mini”, zegt mama goedkeurend. Opa en oma knikken instemmend.

Omdat ze vlak bij de snoeptent staan, kiest Mini-monster daar alvast een mooie vuurrode, ronde lolly uit. Mama stopt de lolly voorzichtig in haar tas. Voor straks.
Dan gaan ze naar de ballentent. ‘KINDEREN ALTIJD PRIJS’ staat er op het bord dat Mini-monster nog niet kan lezen. De mevrouw geeft hem drie zachte ballen en op baan 3 mag hij proberen de blikken om te gooien. Hij gooit 4 blikken om en mag een prijsje uitzoeken. Na lang nadenken kiest hij een mooie blauwe pen met opschrijfboekje uit.

Nadat hij in de olifantjes zijn rondjes heeft gedraaid, lopen ze naar de vliegtuigjes. Hij hoopt dat hij heel lang, heel hoog gaat. Met het gele muntje met daarop een rood vliegtuig in de hand, wacht hij in een mooie blauwe vliegtuig tot de meneer zijn muntje komt halen.

Dan komt er plotseling beweging in het vliegtuig. Alle vliegtuigjes om hem heen gaan de lucht in en zakken weer naar beneden. Daarna gaan ze weer omhoog. Maar met het vliegtuig van Mini-monster is iets mis, hij blijft beneden rondjes draaien. Hij kijkt op de bodem van het vliegtuig of hij misschien op het gaspedaal moet trappen, maar hij ziet niets. Mini-monster snapt er niets van. Waarom is nu net zijn vliegtuig kapot. Hij had zich zo verheugd op een lange vlucht hoog in de lucht. Arme Mini-monster, de tranen prikken in zijn ogen… Als de vliegtuigjes allemaal weer beneden zijn is de rit afgelopen. Verdrietig stapt Mini-monster uit zijn blauwe vliegtuig, die hij nu opeens niet zo mooi meer vind. “Hij is kapot”, zegt hij met een boos gezicht.
Mama pakt hem bij de hand en loopt nog een keer met hem naar de vliegtuigjes, ze wijst naar het stuur. “Kijk Mini, daar zit een knopje”. Mini-monster ziet inderdaad in het midden van het stuur een knopje zitten. “Als je tijdens je rit op dat knopje drukt, gaat je vliegtuig omhoog.”
Nu snapt Mini-monster het opeens, hij heeft tijdens zijn rit dat knopje helemaal niet gezien en dus bleef hij beneden rondjes draaien. “Volgende keer als de kermis weer komt, dan weet je hoe het moet”, zegt mama. “Kom, oma wil nog oliebollen kopen voor thuis.” 

Teleurgesteld en een beetje verdrietig loopt hij samen met mama en oma loopt naar de oliebollenkraam. Maar waar is opa gebleven? Als ze bijna aan de beurt zijn voor de oliebollen komt opa er aan lopen. “Ik wil graag een oliebol met rozijnen”, zegt hij tegen oma. Hij geeft net als mama, Mini-monster een hand. Als oma een grote zak met oliebollen in de tas wil doen moet opa haar even helpen. En terwijl opa de hand van Mini-monster loslaat voelt hij dat er iets in zijn hand achterblijft. Heel voorzichtig doet Mini-monster zijn hand open en heel even houdt hij zijn adem in…
In zijn hand ligt een rond geel muntje met een rode vliegtuig erop gedrukt.Hij kijkt blij naar opa die hem een een knipoog geeft. 
“Mama, kijk! Ik heb deze van opa gekregen!”
Even later stapt Mini-monster weer in het blauwe vliegtuigje en draait blij lachend hoog in de lucht zijn rondjes.

Reageer!