De school was bijna afgelopen. Mini-monster stond met zijn jas aan in de rij te wachten op de laatste schoolbel. Hij probeerde door het raam in de schooldeur te kijken om te zien of mama al bij het hek stond. Hij stond ongeduldig te wiebelen op zijn mini-monsterbenen.

Eindelijk ging de bel en mochten ze naar huis.
“Rustig aan mini-monster,” zei juf. Juf had wel in de gaten dat mini-monster haast had.
Eenmaal buiten rende hij naar het hek en zag hij mama staan. “Staat hij al? Is hij mooi? Hangen de lampjes al?”
Mama moest lachen om zo veel blijheid. “Rustig aan mini-monster, ik kan niet op alle vragen tegelijk antwoord geven. Ja, hij staat al, ik vind hem mooi en de lichtjes hangen er ook al in.”

Mini-monster wilde zo snel mogelijk naar huis, maar mama moest eerst nog boodschappen doen. Dat deed ze altijd als hij uit school kwam, want zijn school stond vlakbij de winkel. Het duurde deze keer lang en de rij bij de kassa schoot ook maar niet op. Toen ze eindelijk aan de beurt waren, was de rol papier op en moest er een nieuwe in de kassa, en daarna bleek dat er ook geen prijs op de broodjes stond en moest de kassamevrouw het helemaal in haar lijst opzoeken.
Mini-monster slaakte een zucht die vanuit zijn tenen leek te komen. Toen de boodschappen eindelijk in de tas gedaan waren, gingen ze naar huis. Hij trok mama aan haar arm mee over straat. Eindelijk waren ze thuis.

Nadat mama de voordeur geopend had, rende mini-monster naar binnen, deed de kamerdeur open en ja hoor, daar stond hij… Een prachtige groene kerstboom met heel veel lampjes. Het rook al heel erg lekker naar dennennaalden in de kamer. Mini-monster hing zijn jas in de gang en trok zijn schoenen uit. Toen hij weer in de kamer kwam, had mama de lampjes alvast aangedaan. Mini-monster keek vol verwondering naar de mooie boom met zijn schitterende lichtjes. Toen mama naar hem keek, zag ze dat zijn ogen net zo schitterden als de lampjes in de boom. Ze glimlachte toen ze haar monsterlijk monstertje zo zag.

Nadat ze samen een boterham hadden gegeten, haalde mama de doos met kerstversiering uit de kast. Ze hadden afgesproken dat ze vanmiddag samen de kerstballen zouden uitpakken en in de boom zouden hangen. Mini-monster mocht dit jaar voor het eerst meehelpen. Mama had gezegd dat hij nu groot genoeg was geworden om te helpen. In de doos zaten allemaal ballen, bellen, pegels en vogeltjes. Van elk soort twee dezelfde. Ze waren even groot of ze hadden dezelfde kleur. Mama had ze vorig jaar allemaal netjes in vloeipapier ingepakt en dit jaar mocht hij helpen om ze weer uit te pakken.

Heel voorzichtig haalde hij de eerste bal tevoorschijn. Een mooie zilverkleurige. Hij legde hem voorzichtig op het kleed dat op tafel lag. Daarna pakte hij één voor één de ballen uit, een blauwe, een groene, een rode en een gouden. Hij was er een hele tijd mee bezig. Ook de vogeltjes, de pegels en de bellen kwamen uit het vloeipapier en al snel lag de tafel vol met glinsterende boomversiering.
Mama legde alle gelijke ballen bij elkaar en pakte een kleine blauwe en hing die boven in de boom. “Geef mij zijn tweelingzus maar, mini-monster.”
Mama noemde de ballen die precies gelijk waren tweelingen. Zo kon ze steeds om een tweeling vragen en zouden de ballen netjes verdeeld worden. Toen alle ballen, bellen en pegels hingen, waren als laatste de vogeltjes aan de beurt. De vogeltjes waren net als de ballen van heel dun glas gemaakt. De beide vogeltjes waren precies hetzelfde. Zilverkleurig met zwarte ronde oogjes erop geschilderd. Het snaveltje was heel rood geverfd en de geschilderde vleugels glinsterden. Het staartje was gemaakt van witte veertjes. De pootjes zaten vast aan een knijpertje waarmee het vogeltje in de boom werd gezet. Ze zagen er allebei precies hetzelfde uit en mini-monster vond ze prachtig.

“Nu de vogeltjes, mini-monster,” klonk de stem van mama. Voorzichtig pakte hij het eerste vogeltje op en droeg het naar mama. Daarna ging hij de volgende halen. Omdat het een beetje lastig was het knijpertje aan de boom te bevestigen, moest hij het tweede vogeltje wat langer vasthouden. Hij stond bij de boom te wachten met het vogeltje in zijn hand. Hij was voorzichtig, maar om hem niet te laten vallen deed hij zijn andere hand stevig over het vogeltje heen.

Toen voelde hij opeens een schokje in zijn hand. Er verschoof iets, merkte hij. Het vogeltje voelde niet zo stevig rond meer als daarnet. Hij schrok toen hij begreep wat er gebeurd was. Omdat hij het vogeltje niet wilde laten vallen had hij het te stevig vastgehouden en nu was het gebroken. Hij kon het voelen. Het mooie vogeltje lag in stukken in mijn hand. Het was kapot. Hij voelde tranen prikken in zijn ogen. Hij durfde niet in zijn handen te kijken. Misschien zou mama wel boos zijn omdat ze nu geen tweeling-vogeltje meer had. Ondertussen rolden de eerste tranen al langs zijn wangen. Wat moest mini-monster doen..

“Ja. Kom maar met het andere vogeltje,” zei mama.
Maar mini-monster bleef, starend naar de grond, staan.
“Nou, kom op,” zei mama en ze keek naar hem. Maar toen ze hem zo zag staan begreep ze wat er gebeurd was en kwam ze naar mini-monster toe. Ze keek hem vragend aan en vroeg zachtjes: “Is hij kapot?”
Mini-monster knikte en wilde heel hard gaan huilen. Maar mama nam hem mee naar de keuken en liet hem zijn handen heel voorzichtig openen. Daar lag het vogeltje in wel vier grote en heel veel kleine stukjes.
“Je zult wel erg geschrokken zijn?” zei mama. Voorzichtig pakte ze de grote stukken uit de hand van mini-monster en daarna deed ze de kraan aan. “Houd je handen voorzichtig onder de kraan en spoel ze tot er geen glas meer te zien is.”
Toen zijn handen weer schoon waren, ging mama opruimen. Terwijl mama alle rommel opruimde, zat mini-monster naar de boom te kijken. Wat was hij mooi geworden, alles schitterde.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Mama gaf hem wat limonade en nam zelf een kopje koffie.
“De boom is mooi geworden en omdat ik mee mocht helpen is hij nog mooier geworden. Wel jammer van het vogeltje.” Mini-monster was er nog een beetje verdrietig van.
Mama vertelde dat dit soort dingen gebeuren omdat kerstversiering zo dun en breekbaar is. “Morgen gaan we een nieuw vogeltje halen, misschien wel twee.”
“Nee mama, drie vogeltjes anders is het geen tweeling meer,” zei mini-monster. “Als we drie halen dan hebben we weer twee tweelingen.”
Mama vond dat heel slim van haar monsterlijk monstertje.

Reageer!