Ruud loopt in de tuin. Hij wijst naar een vogel. De vogel zwemt in het water achter het huis.
“Een fuut met een hele bolle rug,” zegt mama.
Op de rug van de fuut ziet Ruud iets bewegen. Eén, twee, nee: drie kleine kopjes. Het zijn de kuikens van de fuut.

Copyright Elly Kerker

“De baby’s van de fuut hoeven niet zelf te zwemmen,” zegt mama, “zij varen mee tussen de vleugels, op de rug van mamafuut.”
Dat wil Ruud ook. Mama heeft geen vleugels, maar wel een rug. Ruud klimt op mama’s rug en piept als een kuiken. “Pieppiep!”
Mama rent de tuin twee keer heen en weer. Dan is ze moe.

De babyfuten hebben streepjes over hun hele lijf. In zwart en wit. Zoals zebra’s. Pas als ze groot zijn worden ze net zo gekleurd als hun mama en papa.
Zo’n babyfutenpak wil Ruud ook. Met streepjes in zwart en wit. Mama gaat naar de winkel en koopt stof voor het futenpak. Ze naait twee dagen en dan is het klaar.

Ruud loopt naar de vijver in zijn nieuwe pak en roept naar mamafuut. “Fuuuuuuut! Kijk eens wat een mooi pak mama voor me heeft gemaakt.”

Copyright Elly Kerker

Mama roept: “Niet te dicht bij de waterkant, Ruud.”
Maar hij is net een stapje te ver. Opeens is Ruud nat en koud…

Tussen de bubbeltjes onder water zwemt een grote vis. Maar de vis is geen vis. De vis is een vogel. Het is de mamafuut. Die zwemt als een vis onder water.
“Kom maar op mijn rug, schatje,” zegt mamafuut.
En in een wip is Ruud weer boven water.

Hij zit zacht tussen de veren op de rug van mamafuut. Daar zitten ook de drie babyfuten met hun streepjespakken aan. Net als Ruud.
De veren van mamafuut kriebelen aan Ruuds neus.
“Hatsjie,” niest Ruud. De babyfuten moeten lachen. Ze kriebelen Ruud met hun vleugels onder zijn neus om hem nog eens te doen niezen. En dat gebeurt. Maar Ruud niest zo hard, dat alle babyfuten van mama’s rug af duikelen.

Copyright Elly Kerker

Tussen de bubbeltjes onder water zwemt een grote vis. Maar deze vis is géén vogel. De vis heeft een grote bek.
“Een snoek, een snoek!” roept mamafuut.
Een snoek. Dat is gevaar.
Mamafuut duikt naar beneden. “Kom gauw, kom gauw. Klim op mijn rug!” roept ze.
Veilig komt Ruud boven, tussen de vleugels op de rug van mamafuut. De anderen zijn er ook.
“Eén, twee…” telt Ruud. Maar verder komt hij niet. “Alarm!” roept Ruud. “Er mist één babyfuut…”
Geschrokken duikt mamafuut weer onder water. Vlakbij de open bek van de snoek zwemt fuutje nummer drie. Die is al moe.

Copyright Elly Kerker

Ruud ziet hem en springt het water weer in. Hij roept “Blub!” en “Bloep!” tegen de snoek. Ruud pakt het fuutje stevig vast en trekt het weg.

Copyright Elly Kerker

“Snap!” doet de snoek en hapt in Ruud z’n broek. De broek scheurt.

Copyright Elly Kerker

Ruud is snel. Hij redt net op tijd het fuutje. Mamafuut komt weer boven water. Eén, twee, drie. Gelukkig, ze zijn er allemaal.

“Blijf je nog een tijdje met ons spelen?” vragen de babyfuutjes aan Ruud.
Ruud twijfelt even. Want zo met die natte pyjama en dat stuk uit z’n broek is het wel een beetje koud.
En, heel ver weg, hoort Ruud zijn mama roepen:
“Ruud, o Ruud, waar ben je nu?” Dat klinkt verdrietig.
“Breng mij maar weer naar huis terug,” zegt Ruud dan tegen mamafuut.

Tussen het riet aan de oever van de vijver wordt Ruud weer aan de kant gezet. Heel stilletjes zwemt mamafuut met haar kleintjes naar hun nest.
Als mama Ruud aan de vijverkant ziet staan is ze heel blij. “Wat heb je allemaal gedaan, Ruud? Waar was je al die tijd? Je bent helemaal nat. En hoe komt dat gat in je broek, kind?”
Maar Ruud is moe en wil graag slapen. “Ik ga naar mijn nest,” zegt hij.

Vorig verhaalOma’s appeltaart
Volgend verhaalMarijn weet raad

4 REACTIES

Reageer!