Saar is half jarig

151

“Gefeli!” roept mama. Ze komt de slaapkamer van Saar binnenlopen.
Saar is in de war. “Ik ben toch niet jarig vandaag?” Ze is nog maar half wakker, maar ze weet zeker dat het niet haar verjaardag is.

Mama zet een dienblad met ontbijt op het bed. Op het dienblad staat een half glas melk, een bord met een halve boterham met kaas en een half beschuitje met hagelslag.
“Nee, maar je bent vandaag half jarig!” zegt mama. “Daarom zei ik ook niet gefeliciteerd, maar gefeli. Dat is de helft van gefeliciteerd.”
“Oh. En daarom krijg ik een half ontbijt?” vraagt Saar.
“Precies,” zegt mama. “We vieren vandaag een half feestje.”
“Leuk!” zegt Saar. “Hoef ik dan niet naar school?”
“Jawel, maar je hoeft maar een halve dag.”
“Fijn!” zegt Saar. Maar dan bedenkt ze dat het woensdag is. Dan is er altijd maar een halve dag school.

Als ze haar halve ontbijt heeft gegeten, wast ze alleen de linkerkant van haar gezicht en poetst ze alleen haar boventanden. Dan kamt ze de rechterhelft van haar haren. Ze kleedt zich toch maar helemaal aan.
Beneden aan tafel zit haar broer Ruben de andere helft van haar boterham en beschuit te eten. En nog een hele boterham extra.

“Gaan we lopen of met de fiets?” vraagt Saar. Haar moeder kijkt op de klok. “We hebben alle tijd.”
“Gaan we half met de fiets en half lopend?” stelt Saar voor.
“Goed idee!”
Ze fietsen tot halverwege. Dan zetten ze de fietsen tegen een paal en lopen ze de rest van de weg naar school. Ruben gaat naar zijn klas. Saar geeft mama een kus en huppelt haar klas in.

“Juf, ik ben vandaag vijf en een half! Het is mijn halfjaardag!”
“Gefeliciteerd,” zegt de juf.
“Nee, ik ben maar half jarig, dus het is gefeli.”
De juf let al niet meer op. Maar Saars vriendje Finn zegt: “Wat leuk, ik ben volgende week halfjarig. Dan mag iedereen tegen mij gefeli zeggen. Of citeerd.”
Saar lacht. Ja, citeerd is ook goed. Als het maar de helft is.
De rest van de ochtend let Saar half op en maakt ze haar werkjes half goed. Dat is nog niet zo makkelijk, want Saar haalt meestal mooie cijfers. Ze moet erg haar best doen om de helft fout te maken.

Papa komt Saar en Ruben uit school halen. Ze lopen eerst naar hun fietsen, die nog halverwege staan. Dan fietsen ze naar de voetbal, waar Ruben straks training heeft. Als ze Ruben hebben afgezet, fietsen Saar en papa naar huis.
“Waarom moet Ruben voetballen op mijn halfjaardag?” vraagt Saar.
Papa lacht. “Ze kunnen de voetbaltraining toch niet voor elke verjaardag en halfjaardag afzeggen?”
Saar haalt haar schouders op. Nee, dat zal wel. Maar toch vindt ze het jammer. “En mama is er ook al niet,” zegt ze.
“Nee, zij krijgt ook geen verlof van haar werk voor een halfjaardag,” zegt papa. “Maar eigenlijk komt het goed uit dat mama en Ruben er niet bij zijn.”
“Waarom?”
“Nu zijn we precies met de helft van ons gezin.”
“Een half gezin op mijn halfjaardag!” Saar lacht. Dat is toch wel leuk.
“En het is maar voor de halve avond. Bij het avondeten is iedereen weer thuis.”

“Wat gaan we eten?” vraagt Saar.
“Dat weet ik nog niet. We gaan nu boodschappen doen. Jij mag voor de helft kiezen wat we gaan eten.”
“Of ik kies het helemaal,” zegt Saar, “maar dan kies ik twee verschillende helften.”
“We zullen wel zien,” lacht papa.

~~~

Saar en papa hebben het eten al bijna klaar als Ruben thuiskomt van zijn voetbaltraining en mama van haar werk.
“Hmm, wat ruikt het lekker,” zegt mama. “Wat eten we? Zeker pannenkoeken?”
Papa lacht. “Dat heb je half goed geraden. Maar het wordt toch nog een halve verrassing.”
Even later zetten papa en Saar vier borden op tafel met elk een halve pannenkoek en een halve pizza.
“Ik lust geen pannenkoek,” klaagt Ruben.
“Gelukkig heb je toch half lekker eten,” zegt papa.

Saar pakt gauw de halve pannenkoek van Ruben en plakt hem bovenop haar halve pannenkoek met stroop. Even later schuift ze de helft van haar halve pizza op het bord van papa.
“Lekker, dank je,” zegt papa. “Ik had nog een half beetje honger.”
Als toetje eten ze een schaaltje met een helft chocoladeijs en een helft vanilleijs.

 

Voor ze naar bed gaat, poetst Saar alleen haar ondertanden. Dan leest papa een half verhaal voor. Maar omdat Ruben en Saar willen weten hoe het afloopt, leest hij toch de tweede helft ook.
Als Saar gaat slapen vraagt ze aan mama: “Moet ik nu een heel jaar wachten voordat het weer mijn halfjaardag is?”
“Ja, maar je hoeft nog maar een half jaar te wachten op je verjaardag.”
“Oh ja, dat is ook wel leuk.”
“Natuurlijk, een verjaardag is dubbel zo leuk als een halfjaardag!”

2 REACTIES

Reageer!