Semmie de superhond

111

Er was eens een hond. Een héle grote hond. De hond heette Semmie. Zo hadden de kinderen van het gezin waarbij hij woonde hem genoemd. Semmie was dól op de kinderen en hij speelde dan ook vaak met ze. In apporteren was hij erg goed. Ook kon hij ‘zit en poot’ en zelfs door een hoepel springen ging Semmie goed af. Semmie was een echte superhond!

Semmie had het altijd erg naar zijn zin en verveelde zich bijna nooit. Enkel als de kinderen met hun ouders van huis waren, maar dat kwam niet vaak voor aangezien Semmie vaak mee op pad mocht. Zo was hij als eens in Texel geweest, in Limburg, in Zeeland en in Volendam. In Volendam mocht hij zelfs samen met het gezin poseren voor zo’n foto in typische klederdracht.

 

Ondanks dat Semmie een erg mooi en leuk leven had, ontbrak er toch iets. Semmie wist niet precies wat het was, maar het voelde in ieder geval als een leegte.
Soms, als Semmie opeens even heel verdrietig was vanwege dat lege gevoel, lag hij urenlang naar buiten te staren. Tot hij op een dag, terwijl hij uit het raam keek, iets zag gebeuren.

Semmie zag namelijk een kat lopen, een héle grote rode kat. En nu zal je wel denken; een kat is toch niet zo bijzonder? Dat klopt, Semmie had zelf ook al heel vaak een kat gezien. Maar deze deed iets wat Semmie nog nooit had gezien. De kat sprong in een boom.
Nu zal je waarschijnlijk weer denken; een kat in een boom is toch niet zo bijzonder? Dat klopt, Semmie had zelf ook al heel vaak een kat in een boom zien klimmen. Maar deze boom was anders.

Het was de hoogste boom van de hele straat. De hoogste boom van het hele dorp, de hoogste boom van het hele land! Dat dacht Semmie tenminste, maar het zou heel goed kunnen dat hij gelijk had. Het was inderdaad een hele grote hoge boom.

De kat zat daar maar; helemaal in het topje zat de kat te staren naar de vogels die overvlogen. Semmie kon er wel úren naar kijken. Hij was zó ontzettend benieuwd. Wat zou er daar boven allemaal te zien zijn? Zou je vanaf het topje van de boom misschien China kunnen zien? Of Mars? Semmie was heel nieuwsgierig. En toen gebeurde het; Semmie wist wat hij mistte in zijn leven. Alles leek op zijn plek te vallen.

Wat denk jij dat Semmie graag wilde? Zal ik het maar vertellen dan? Semmie wilde graag een kat zijn!

Een kat? Waarom dan?

Semmie wilde graag een kat zijn, omdat hij dan in bomen kon klimmen. Bomen zo hoog, zodat hij de héle wereld kon zien. Dat wilde Semmie: een kat zijn.

Maar een kat zijn, dat kan toch niet zomaar als je al een hond bent?
Dat klopt, en dat wist Semmie ook wel, maar ondanks dat het vrijwel onmogelijk was dat Semmie opeens een lange staart kreeg en kon miauwen, gaf hij zijn droom om in het topje van de boom te komen niet op. Semmie had een ander plan.

~~~

Elke dag ging Semmie met de kinderen spelen op het veldje voor zijn huis. Na afloop kreeg hij altijd een heerlijk hondenkoekje als beloning. Semmie at het koekje normaal direct op, maar de laatste weken verstopte hij elk koekje dat hij kreeg in een hol dat hij naast de boom had gegraven. Na een tijdje was het helemaal gevuld met koekjes. Er kon er geen één meer bij. Zo vol zat het.

Maar wat was Semmie zijn plan dan?
Dat ga ik je nu vertellen.

Op een dag, wanneer Semmie weer eens aan het apporteren was, zag hij een groep vogels zitten die regenwormen uit de grond aan het pikken was. Semmie liep voorzichtig naar de vogels toe aangezien sommige vogels bang zijn voor grote honden als Semmie. De vogels waren gelukkig niet bang en keken Semmie nieuwsgierig aan.
Toen vertelde hij zijn plan aan de vogels. Hij zei: “Vogeltjes, zien jullie die hoge boom daar, waar jullie vaak overheen vliegen?”
De vogels knikten.
“Ik zou zo ontzettend graag een keer helemaal in het topje van die boom willen zitten”, ging Semmie verder, “kunnen jullie mij daarmee helpen, in ruil voor een hele berg hondenkoekjes?”

De vogels waren erg slim, en ondanks dat ze het wel een erg raar verzoek van zo’n grote hond vonden, bedachten ze een plan om Semmie de boom in te krijgen. En er weer uit natuurlijk, want Semmie kon niet voor eeuwig in de boom blijven zitten.
“Kom morgen maar terug,” zeiden de vogels, “dan zullen we je helpen.”

 

De volgende morgen ging Semmie naar de vogels die op het veldje zaten. De vogels waren goed voorbereid.  Ze zeiden tegen Semmie dat hij plat op de grond moest gaan liggen, zodat de vogels hun werk konden doen.
Toen gebeurde het! Twee vogels pakten Semmies oren beet, drie vogels de staart en de rest spanden hun kleine klauwtjes om Semmie zijn poten. Semmie vloog! Een vliegende hond, heb je dat ooit gezien?

Binnen een mum van tijd zat Semmie helemaal in het topje van de boom. Hij keek zijn ogen uit, zó mooi vond hij het daar. Hij keek uit over het hele dorp. De vogels genoten ondertussen van de heerlijke hondenkoekjes en vlogen af en toe over de boom om te zien of Semmie het nog naar zijn zin had.

Na een tijdje vlogen de vogels Semmie weer uit de boom, hij kon daar immers niet eeuwig blijven zitten, ondanks dat Semmie dat wel erg jammer vond. Maar ach, aan alles komt een einde. Net als aan dit verhaaltje.

Semmie had in ieder geval de mooiste dag van zijn leven en was nu de gelukkigste superhond ter wereld!

Reageer!