Jasmijn stond voor de spiegel. Met twee twinkelende ogen keek ze zichzelf aan. Ze zag eruit als een prinses en zo voelde ze zich ook. Ze had haar haren zelf opgestoken en op het knotje een kroontje gezet. Maar het mooiste was toch wel de jurk. Haar prachtige gele prinsessenjurk met fonkelsteentjes. Het was haar meest kostbare bezit. Er ontbrak nog maar één ding: prinsessenschoenen. En dan niet die oude van haarzelf, maar die nieuwe van haar zusje. Jasmijn had misschien de mooiste jurk, maar Linde had de mooiste schoentjes. Glimmende roze schoentjes met een strikje. Ze stonden prachtig bij de jurk.

Langzaam liep Jasmijn naar Linde’s kamer. Niemand te zien. Op haar tenen sloop ze naar binnen. Daar, bij de kast, stonden ze. De glimmende roze schoentjes.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Snel liep Jasmijn naar de schoentjes toe en trok ze aan. Ze pasten precies. Ze voelde zich heel mooi. Koninklijk. Parmantig liep ze voor de spiegel toen opeens Linde achter haar stond. Linde zag Jasmijn met haar schoentjes, liep rood aan en schreeuwde zo hard ze kon: “Jij mag mijn schoentjes niet aan. Die zijn van mij. Trek uit.”
“Niks ervan, ik zag ze als eerste en nu heb ik ze aan. Ik ben een prinses en daar horen mooie prinsessenschoentjes bij.” Jasmijn draaide zich om en keek weer naar de spiegel. Ze was niet van plan de schoentjes terug te geven.

Linde verloor haar geduld, haalde hard uit en mepte haar zus zo hard ze kon. Boven op haar kroontje, dat met een boogje van Jasmijn’s hoofd vloog.
Woest trok Jasmijn aan Linde’s haren. “Ga weg,” schreeuwde ze en ze smeet haar kleine zusje in volle vaart tegen de spiegel. Ze dook al weg voor de flinke klap die zou komen, maar gek genoeg gebeurde er niets. Er was een stilte. En van Linde was geen spoor te bekennen. Hoe kon dit? Jasmijn begreep er niks van.
Heel langzaam liep ze naar de spiegel. Voorzichtig keek ze erin. Ze zag zichzelf, zonder kroontje, met warrige haren en een mooie prinsessenjurk. En met de schoentjes van Linde. Een schuldgevoel borrelde in haar op. Was haar zusje nu weg doordat zij zo graag de schoentjes wilde hebben? Ze ging nog wat dichter bij de spiegel staan en legde haar hand op het koude glas. Het voelde hard aan. Onmogelijk dat Linde daar doorheen was gegaan. Vertwijfeld keek ze naar haar voeten. Twee glimmende schoentjes. Plotseling voelde ze een schok door haar heen. Daar, in de spiegel, bij de schoentjes, lag Linde. Het leek alsof ze sliep.

“Linde?” zei ze zacht. Linde reageerde niet. “Linde”, riep ze nu iets harder. Jasmijn drukte haar neus  hard tegen het glas. “Linde!” Jasmijn schreeuwde zo hard ze kon. Nog steeds geen reactie.
Wat nu? Ze was ten einde raad. Nu ze Linde daar zo zag liggen, besefte ze hoe gek ze op haar zusje was. Hoe lief ze haar eigenlijk vond. En hoeveel spijt ze had van haar gedrag. En wat zouden papa en mama zeggen? Die zouden ontroostbaar zijn. Huilend zakte ze door haar knieën en legde haar hoofd tegen het glas van de spiegel. Minutenlang zat ze daar. Ze voelde zich vreselijk. Totdat plotseling haar hoofd door de spiegel heen bewoog en ze op de grond viel. Ze lag half nu in de spiegel en half erbuiten. Ze zag dat de spiegel zacht was geworden op de plekken waar haar tranen waren gevallen. Snel pakte ze Linde’s arm. Met al haar kracht trok ze haar zusje terug door de spiegel en legde haar bezorgd en liefdevol op bed. Na een paar minuten deed Linde haar ogen gelukkig weer open.
“Wat is er gebeurd?” vroeg Linde met een piepstemmetje.

Jasmijn wist niet wat ze moest zeggen. Ze schaamde zich. Tranen borrelden in haar ogen en ze begon zacht te snikken. Jasmijn biechtte alles op wat er was gebeurd.
Linde begreep er niks van. Ze stond op en liep naar de spiegel. Die voelde hard aan. Onmogelijk dat ze daar doorheen was gegaan. Vertwijfeld keek ze haar zus aan. Hield ze haar voor de gek? Ze was toch niet echt in die spiegel geweest?
Jasmijn ging op bed zitten en trok de schoentjes uit. “Sorry. Ze zijn van jou. Ik had ze niet zomaar mogen pakken.”
Linde glimlachte en pakte het kapotte kroontje van de grond. “Ook sorry voor het stukmaken van je kroontje.”
Jasmijn haalde opgelucht adem. Ze was ontzettend blij dat haar zusje weer terug was. “Wil je mijn jurk lenen? Alleen vandaag dan. Morgen ben ik weer de prinses.”

Reageer!