CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

“Mam! Waar is mijn supertrui?!”
Laura staat bij de trap en kijkt naar beneden.
Ze hoort mama roepen, “in de was!”
“Waaróm?! Ik wou hem aan vandaag.”
“Hij was vies!” Mama staat onderaan de trap. “Zeg, trek nu snel wat aan, je moet naar school! En vergeet niet je gymspullen!”

Zuchtend loopt Laura naar haar kamer. Ze heeft echt niks om aan te trekken. Alle truien zijn stom, te kort en niet warm genoeg.
Mama staat ineens achter haar. “Hier! Je gymspullen. Waarom doe je de trui van oma niet aan, die is lekker warm. Het vriest buiten.”
Hij ligt op de onderste plank. Zo saai, alleen maar strepen in blauw en wit. Oma heeft hem zelf gebreid en hij zit ook wel fijn, maar…
“Laura! Je moet nú iets aandoen, we komen echt te laat!”
Ze zucht. Dan moet het maar. Gelukkig heeft ze wel haar Spiderman sokken gevonden.

In de klas beginnen ze elke morgen in de kring. Laura zit vandaag naast Mees en Rik, die gelukkig alleen over voetbal praten. Ze mogen vertellen wat ze gedaan hebben in het weekend. Bijna iedereen is geweest.
“En jij Laura!” vraagt juf, “heb jij nog iets leuks gedaan?”
Laura weet niks.
Juf geeft niet op en zegt, “wat een mooie trui heb je! Grappig, er staan allemaal spinnenwebben op. Hoe kom je eraan?”
Laura kijkt omlaag. Spinnenwebben?

Op de witte strepen staan kleine gebreide webjes. Ze weet zeker dat die er eerder niet op zaten.
“Laura?”
Met een warm hoofd kijkt ze op, “Oh ja, die heb ik al een poosje. Van oma.”
“Wat mooi zeg! Heeft ze die zelf gemaakt?”
“Ja”, zegt Laura.

Gelukkig vertelt Maartje nu over haar oma die ook truien heeft gebreid, maar dat nu niet meer kan, omdat ze reuma heeft.
Laura kijkt steeds weer naar beneden. Wat gek?!

Thuisgekomen rent ze naar mama, die net de was uit de machine haalt. “Mam! Wist jij dat mijn trui spinnenwebben heeft?”
“Nee?”
Mama lacht en kijkt verbaasd. “Zó lang heeft die toch niet in de kast gelegen?”
Laura lacht niet mee. Dan zegt mama, “de trui heeft alleen strepen, je wilde zelf niet dat er beertjes op kwamen, die hoorden er eigenlijk op.”
Ja, dat was waar. Ze had aan oma gevraagd of ze die weg kon laten.

“Maar kijk dan mam!”
Ze trekt haar jas uit.
Mama lacht. “Zie je, je maakt grapjes, ik zie echt geen spinnen hoor!”
De witte strepen zijn wit, echt alleen maar wit. Wat stom! Laura wil het niet geloven en is boos omdat mama haar uitlacht.

De volgende dag trekt ze de trui weer aan. Op school kijkt Laura er telkens naar, maar de strepen blijven leeg. Jammer. Gisteren was ze trots geweest op haar mooie trui. Nu is het weer een saaie, waar niemand naar kijkt.
Ze pakt een puzzel uit de kast en gaat bij Joost zitten. Hij is nog niet zo lang op school. Hij maakt een ketting met grote gekleurde kralen. Het puntje van zijn tong steekt uit zijn mond. Opeens rollen de kralen over de tafel. Laura springt op en probeert ze tegen te houden. Eén valt er op de grond en rolt onder de verwarming.

Ze doen de kralen weer in de pot en Laura helpt Joost om een nieuwe te maken. “Kijk!” zegt ze, “je moet hier de draad vasthouden, en de knoop moet onderaan.”
Joost doet erg zijn best en lacht naar Laura. “Mooi!” zegt hij.
“Ja hè?” lacht ze, “mooie ketting.”
“Díe mooi!” en hij wijst op Laura’s trui.
Ze ziet plotseling dat er op de witte strepen kralen staan, een heleboel gekleurde, net als een ketting.

Hoe kan dát. Ze wrijft erover. Ze voelen net als de trui, van zachte wol. Die dag kijkt ze vaak naar de strepen, waar echt kralen op zitten.
Maar wanneer ze thuis komt en haar jas uittrekt, zijn ze verdwenen. Laura vertelt maar niks aan mama. Wat een stomme trui! Toch moet ze er steeds aan denken. Ook wanneer ze haar mooie Spiderman-trui weer aanheeft.
Dan komt oma! Fijn!

Laura zit bij oma op de bank en vertelt van school. Oma luistert en breit een vestje voor de nieuwe baby, die al heel gauw komt. De dunne wol is groen, met kleine gekleurde spikkels.
“Heb je jouw wollen trui al aangehad? Vast wel hè? Met dit koude weer,” vraagt oma.
Laura kijkt oma aan. Zal ze…
Oma’s ogen zeggen dat ze het al weet en dan zegt Laura zacht, “Oma, waarom blijven soms de witte strepen leeg?”
“Ah,” zegt oma, “dat heb je dus al ontdekt. Weet je, dat komt omdat het bijzondere wol is, waar verrassingen uit komen. Je weet nooit wat – en óf er wat komt.”
“Maar hoe kan dat dan oma?!”
“Tja lieverd, dat weet ik ook niet hoor. Maar het is wel leuk toch?”
“Jawel,” knikt ze, “maar … andere mensen geloven niet dat het zo is, mama ook niet.”
“Dat geeft toch niet, dan is het ons geheimpje. En als ze je op school niet geloven, dan zeg je maar dat oma heel veel truien kan breien.”

Oma schaterlacht en Laura kruipt tegen haar aan. Zo’n bijzondere oma heeft niemand, alleen zij. En straks haar nieuwe broertje of zusje ook.

Reageer!