Is dat nu geen gekke naam voor een beertje? Of toch niet? Want beertjes zijn namelijk verzot op honing. Maar hoe kwam dit beertje aan zijn naam?

Van zodra ze geboren worden, kunnen beertjes al heel snel lopen. Dat is zo voor de meeste jonge tamme dieren die vier poten hebben zoals veulentjes, kalfjes, lammetjes, katjes en hondjes maar dus ook voor wilde dieren zoals girafjes, leeuwenwelpjes en, ja hoor, beertjes.
Zo mag het beertje van vader en moeder al vroeg alleen op stap gaan. Hij rent door het bos en als hij aan de rand ervan komt, ziet hij voor zich een groene weide die steil naar beneden loopt. Beertje laat zich als een dikke bruine bal lustig naar beneden rollen.
Dan stapt hij tussen de veldbloemen verder en ziet er allerlei dieren. Felgroene sprinkhaantjes, zwarte torretjes en mieren kruipen op de grond. In de lucht ziet hij kleurrijke vlinders, vliegjes en zelfs waterjuffers. Waterjuffers hebben een lang achterlijf en lichtblauwe vleugels. Als ze vliegen lijken ze een beetje op helikopters.

Af en toe landt een vlieg precies op zijn neusje. Dan schudt beertje hard met zijn hoofd om de vlieg weg te jagen.
Op een plekje waar veel bloemen bij elkaar staan, merkt hij diertjes die helemaal in de bloemen kruipen. Hij hoort ook dat ze zacht zoemen en na een tijdje ergens naar toe vliegen.

Als hij terug thuis komt, vraagt hij aan Mama Beer welke diertjes dit waren? Mama vertelt over de bijen:
“Bij de mensen leven bijtjes meestal samen in grote bijenkorven of bijenkasten waarin vele kamertjes zijn. In die kamertjes maken ze honing. Bij het rondvliegen kruipen ze helemaal in de bloemen. Daar vinden ze een zoete vloeistof die nectar heet. Er zit ook stuifmeel in de bloemen. De nectar en het stuifmeel brengen de bijtjes naar de korf. Van het nectar wordt dan honing gemaakt. De honing en het stuifmeel zijn het eten voor de bijen.
De bijtjes maken de honing en de mensen doen de honing in potjes. In ruil geven ze de bijen iets anders te eten. Daar zijn de bijtjes best blij mee.
Niet alle bijtjes wonen in korven. Ze maken hun kamers ook in holle bomen of op andere plaatsen in de natuur. Daar kunnen de andere dieren dan van hun honing mee smullen. En daarom heet jij Honingpoot. Want als je wat groter bent, zal je vast ook met jouw pootjes in de honing krabben.”

Beertje zucht na dit lange verhaal van zijn mama over de bijen. Morgen gaat hij beslist op zoek naar een plaats waar hij honing kan vinden, ook al is hij nog wat klein.

Als hij zich de volgende dag weer lekker van de berg heeft laten rollen, zoekt beertje Honingpoot een grote plant met veel bloemen die vol zit met bijen. Als de bijen wegvliegen probeert hij ze te volgen om zo te weten te komen waar ze hun honing bewaren.
Aan de rand van het veld staan een aantal groene kastjes. De bijen kruipen in de kastjes en komen er na een tijdje weer uitgevlogen.
Beertje verstopt zich snel in het hoge gras als hij plots een mens ziet aankomen die gekleed is in een wit pak en een grote hoed aanheeft waarrond een gaas zit. Uit het bijenkastje neemt hij een kadertje waarvan een gele stroop druipt. Zou dat honing zijn, denkt Beertje.

Hij ziet dat de witte mens de kadertjes naar een stalletje brengt . Beertje klautert op een bankje en kan zo door een raampje binnenkijken. Achter het raam ziet hij potjes staan. Dan ziet hij dat de mens op een fiets weg rijdt. Beertje merkt dat de deur van het stalletje op een kier is blijven staan. Zou hij durven binnengaan?

Hij opent de deur. Op een tafel staan open potjes met een goudgele vloeistof. Beertje gaat op zijn achterste poten staan en probeert zich met de voorpoten aan de tafel vast te houden. Maar met zijn lange nagels stoot hij zo hard tegen een van de potjes dat dit op de grond valt. Het glazen potje valt stuk. Beertje ruikt de zoete vloeistof en kan het niet laten om voorzichtig zijn pootje in de vloeistof te stoppen. Dan likt hij aan zijn pootje en smaakt hij iets dat hij nog nooit geproefd heeft.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Wat is dit lekker! Is dit honing? Zeker wel. Hij wordt wat gulzig en likt met zijn lange tong aan het potje. Maar er is een scherp stukje glas waaraan hij zijn tong snijdt. “Au, dat doet pijn,” zegt Beertje en snel rent hij buiten naar het hol van mama en papa beer.

Wanneer hij thuiskomt, verzorgt mama beer zijn tong en lacht: “Waar heb jij die tong ingestoken?”
Beertje Honingpoot vertelt alles en zegt: “Honing is het beste wat er op de wereld bestaat.”

Zijn mama lacht hem toe: “Zie je wel dat wij voor jou de juiste naam hebben gekozen, Honingpootje. Maar je moet met jouw pootje eten en beter opletten als je jouw tongetje gebruikt!”

 

Eten beren echt graag honing, of is dit idee vooral door Winnie de Poeh populair gemaakt? Beren eten inderdaad honing, maar gaan in bijenkorven vooral op zoek naar de bijenlarven en eitjes; die zitten immers vol vet en proteïnen.
Bijen laten de beren ook niet zomaar begaan: ze verdedigen hun korf en steken de beer waar ze kunnen! Maar door de dikke vacht van de beer kunnen ze enkel in het gezicht en de oren van de beer echt steken. De beer ondergaat dit om aan de lekkere inhoud te geraken, maar gaat zich daarna snel weg haasten en schudt daarbij de bijen van zich af.
— Bron: North American Bear Center

Reageer!