‘Mama, ik kom nóóit meer op zolder’, moppert Biggetje Bee tegen haar moeder.
‘Doe niet zo mal, daar speel je toch graag’. Mama Big kijkt haar vreemd aan en gaat verder met aardappelen schillen.
‘Nou, het stinkt. Erg vies. Super erg vies. Jakkie’, zegt ze er nog snel achteraan.

Biggetje Bee loopt naar de woonkamer en zet de televisie aan. Lekker ‘My Little Pony’ kijken.
Mama Big besluit even naar de zolder te gaan. Ze is nieuwsgierig geworden. Zou het echt zo stinken? Of is het maar aanstelleritis van Biggetje Bee. De zolderdeur gaat krakend open en een ondraaglijke stank komt Mama Big tegemoet.
Snel trekt ze de deur weer dicht.

Mama Big raapt alle moed bij elkaar en gaat op onderzoek uit. Wat stinkt er zo op zolder. Intussen heeft ze Biggetje Bee geroepen om mee te helpen.
‘Knijp je neus dicht en help even mee zoeken!’
Mama Big marcheert door de zolder als een echte soldaat.
Biggetje Bee moet erom lachen. ‘Gekke, mama!’ Biggetje Bee doet graag mee en huppelt achter haar moeder aan en roept: ‘Vind het stink-mysterie!’

Ze halen alles overhoop. Kisten met dekens, dozen vol met oude boeken en de klerenkast wordt zorgvuldig geïnspecteerd. Mama Big kijkt in elke hoek, onder de klerenkast en achter de kisten.
Biggetje Bee gebruikt extra haar goede neus. Ze ruikt en ruikt. Bij de klerenkast stinkt het erger dan bij de stapel dozen ernaast. Ze besluit van de dozen naar de klerenkast te lopen. Het stinkt super erg. Nu loopt ze van de klerenkast naar de dozen. De stank wordt minder. ‘Hmm, volgens mij moeten we naar de klerenkast, mama’, Biggetje Bee is vastbesloten.

Samen met Mama Big halen ze alle kleren uit de kast. Alle jassen worden eruit gehaald. Het zijn oude jassen en winterjassen. De laatste trekken ze nu toch niet aan in de zomer.
Mama Big pakt haar oude vodden jas die ze vaak aan heeft als ze in de tuin werkt. Ze tovert een plastic zakje uit een van de zakken. ‘Ahhhh. Jakkes!’ Mama Big gooit het zakje in de lucht en rent naar deur. Het zakje ploft met een smak neer op de grond. ’Daar zit iets in wat er niet in hoort!’ gilt ze.

Biggetje Bee pakt het zakje op en bestudeert het. Het voelt glibberig aan. De kleur is groen en het stinkt ontzettend. Ze bekijkt het nog eens goed. Juist. ‘Mama, er zitten twee eieren in. Hoe komen er nou eieren in jouw jas?’
Mama Big is van de schrik bekomen en loopt naar Biggetje Bee toe. Ze hoeft niet lang na te denken. ‘Dat zijn nog twee paaseieren die ik na het Pasen nog gevonden heb. Ik was in de tuin aan het werk en ik vond ze onder de rozenstruik.’ Mama Big moest ineens erg lachen.

Biggetje Bee kon haar lach ook niet inhouden en samen liepen ze met het stink-mysterie naar beneden. De eieren werden snel weggegooid. Mama Big liep nog even terug naar de zolder om de raam open te zetten. Weer terug beneden geeft ze Biggetje Bee een stevige knuffel en een zoen.
‘Wat heb je toch weer een goede neus, Biggetje Bee’. Mama Big gaf haar nog een extra zoen.

Pixabay License
Vorig verhaalDe struik die omwaaide
Volgend verhaalLa Chanson des animaux

Reageer!