Er was eens een huis met langs de zijkant een lange muur zonder ramen. Tegen die muur had de vader van Guus en Jaap heel lang geleden een struikje geplant. Dat struikje was elk jaar een stuk groter geworden en als je het nu zag, kon je je haast niet voorstellen dat er ooit een klein struikje had gestaan.

In de struik gebeurde vanalles. Natuurlijk groeiden de takken en de blaadjes en elk jaar kwamen er in de lente een heleboel bloemen in, maar dat bedoel ik niet. Ook krioelde het in de struik van de kevertjes en torretjes, maar die zie je overal. Nee, ik heb het over grotere dieren.

Toen Guus in het voorjaar naar de struik keek, had hij al gezien dat een merelmannetje en een merelvrouwtje samen heel druk bezig waren geweest om aan de linkerkant van de struik een nest te bouwen. En onderin de struik woonde een veldmuizenfamilie. Aan de rechterkant zat een wespennest. Dat vond Guus niet zo leuk, maar meestal vlogen de wespen ver weg en had hij er weinig last van.

Guus had, samen met zijn grote broer Jaap, gezien hoe moeder merel een hele tijd op erg kleine eitjes had zitten broeden. En later, hoe in het nest jonge mereltjes uit het ei waren gekropen. De vader- en de moedermerel vlogen nu de hele dag af en aan om de jonge mereltjes eten te geven. Wanneer één van de twee bij het nest kwam, dan piepten de mereltjes uit alle macht en vochten ze om de lekkerste hapjes.

De muisjes daarentegen, zagen de jongens niet zo vaak. Die waren erg schuw. Ze hadden een holletje gemaakt tussen de dikke stam van de struik en de muur. Er stonden wat planten om de struik heen en zo af en toe rende er een muisje over de stenen op weg naar zijn veilige huisje. Een enkele keer had Jaap een kat in de buurt van de muisjes gezien, maar die had hij met een bezem weggejaagd!

Op een zonnige dag in juni waren de twee jongens buiten aan het spelen. Het was de hele morgen prachtig weer geweest maar nu leek het weer te gaan veranderen.
Guus riep tegen Jaap: “Kijk eens wat een donkere wolken daar aankomen!”
Nu zag Jaap het ook. Hij voelde ook dat het wat harder begon te waaien.
“Er komt storm!” riep hij naar Guus.
Het begon nog harder te waaien en de lucht was nog donkerder geworden. Plotseling leek het wel of er in de verte een vliegtuig aankwam.
“Dat is de wind!” schreeuwde Jaap.

Maar nog voor de twee jongens het huis in konden vluchten, brak de storm in alle hevigheid los. De wind rukte aan de bomen en aan het dak en terwijl ze stonden te kijken, kwam er een hevige windvlaag aanzetten. Voor ze het wisten, lag de grote struik plat op de grond. Gelukkig regende het nog niet en Jaap en Guus renden naar de struik om te kijken wat er met de bewoners was gebeurd. Welnu, dat zagen ze al gauw. Het wespennest was van de takken losgescheurd en werd met de vaart van een snel rijdende auto ver van het huis weggeblazen.
“Zo, daar hebben we geen last meer van!” riep Guus.

Maar ook met het merelnest was het niet zo goed gegaan. Het nest hing scheef tussen de takken en bladeren op de grond en de jonge vogeltjes waren eruit geblazen. Die lagen als zielige hoopjes veren in de buurt van het nest. Jaap ging eerst de vogeltjes helpen. Voorzichtig raapte hij ze één voor één op en zette ze terug in het nest, dat Guus losgemaakt had van de takken. Dat ging nog niet zo gemakkelijk, want het nestje was niet zo stevig meer! Jaap rende de garage in en kwam terug met een rol plakband. Daar werd de buitenkant van het nest steviger mee gemaakt. Nu moest het nest nog ergens komen te hangen. Achter in de tuin stond een stevige appelboom. Papa werd erbij gehaald en met wat ijzerdraad werd het nest met de jonge mereltjes in de appelboom gehangen. De twee oude merels vlogen de hele tijd om de jongens heen. Toen het nest op de nieuwe plaats hing, begonnen de kleintjes alweer om eten te piepen en even later vlogen pa en ma merel weer af en aan! Dat was gelukkig goed afgelopen.

Nu gingen ze nog even naar het muizennestje kijken. De oude struik was vlak boven de grond van zijn wortels afgescheurd en het muizennestje was nu volledig zichtbaar.
De muisjes waren nergens te zien, maar dit nestje was niet meer te repareren.
Guus scharrelde wat rond in de garage en even later kwam hij weer naar buiten met een oranje stenen bloempot. Onderin zat een klein gaatje. Te klein voor de muisjes.
Maar gelukkig, papa wist raad! Met een hamertje maakte hij voorzichtig het gaatje wat groter. “Zo is het wel goed,” zei Guus even later.

Pixabay License

Het muizennestje werd in een hoekje van de tuin onder wat struiken en planten neergezet en toen Guus twee dagen later de tuin inliep, zag hij opeens een klein muisje dwars over het pad in de richting van het bloempotje rennen. Oef, ze hadden hun nieuwe huisje gevonden!

Reageer!