Boris rende het schoolplein af, stoof over de stoep, langs het water, het bruggetje over en pas toen hij bijna thuis was, verminderde hij snelheid. Hij sprong over het hek, liep door de keuken naar de huiskamer waar hij languit neerplofte op de zetel bij de kerstboom.
Zijn tranen trokken een spoor door het stoflaagje op de bank. Als er iemand thuis geweest zou zijn, zou het verdriet van de kleine blonde jongen hem waarschijnlijk niet eens verwonderd hebben. Want sinds een paar weken was dit een bijna dagelijks terugkerend tafereel. Behalve in het weekend natuurlijk, dan was Boris vaak achter het huis in de paardenstal, bij de kippen of bij de schapen in het weiland. Hij hield veel van dieren en vond het heerlijk om met ze te praten.

Een tijdje geleden had hij ontdekt dat de dieren hem van alles konden vertellen en dat hij kon begrijpen wat er in hen omging. Zo begreep hij waarom de kippen zo genoten van het rondscharrelen achter de schuur. Of hoe hun paard zich voelde als ‘s ochtends de oranje gloed door de nevel heen brak.
Eén van de fijnste dingen vond hij het praten met de vogels bij zijn huis. Zij hadden hem al veel verteld over hun uitstapjes in de omgeving, maar ook over verre reizen die zij hadden gemaakt.

Boris had aan een paar kinderen verteld dat hij met dieren kon praten, maar niemand wilde er echt naar luisteren en sindsdien werd hij er op school mee geplaagd. Ze noemden hem ‘Bimbo, de dierenfluisteraar’. Op het schoolplein werd hij nageroepen en elke dag werd hij gepest. Nu hij op de bank lag te snikken dacht hij aan de twee jongens uit de zesde klas die vandaag een spartelende worm in z’n nek hadden gedaan. Hij herinnerde zich hoe alle kinderen op het schoolplein in koor ‘Bimbo, Bimbo’ hadden geroepen en hem hadden uitgelachen, waarna hij op de vlucht was geslagen, naar huis, zo snel als hij kon.

Terwijl hij vanaf de bank naar de kerstboom keek en de lichtjes schitterden door zijn tranen, viel zijn oog op het kleine rode kerstmannetje. Dat zat zoals ieder jaar onder de boom. Het mannetje gaf ineens een knipoog en lachte vriendelijk naar Boris. Het stapte op hem af, legde zijn kleine warme hand op de schouder van de huilende jongen en zei: “Ik weet waarom je verdrietig bent en ik zal je helpen.”

Omdat hij het gewend was met de dieren te praten, sprak het voor Boris vanzelf dat hij ook het kerstmannetje kon begrijpen. Hij vond het leuk om met hem te praten en te luisteren naar de leuke dingen die hij vertelde. Het mannetje had een mooie donkerrode jas met een witte bontkraag en daaronder een paar stevige sneeuwlaarzen. Verder zag hij er gewoon uit zoals een kerstman er uit hoort te zien, al was hij iets kleiner dan anderen. Het kerstmannetje krabbelde in zijn baard en vertelde Boris prachtige verhalen en vertoonde allerlei kunstjes. Hij kon heel hoog springen, op zijn handen lopen en hij liet zelfs zien hoe goed hij kon breakdancen. Urenlang zaten ze daar samen te kletsen. Het mannetje maakte hem aan het lachen met zijn grapjes en capriolen en Boris vergat al snel hoe verdrietig hij was geweest.

~~~

De volgende ochtend was hij al vroeg wakker om naar school te gaan, maar eerst liep hij langs de kerstboom, waar het kerstmannetje al klaarstond om met hem mee te gaan. Boris was dolgelukkig met deze fijne vriendschap. Hij kletste de hele weg met zijn nieuwe maatje, dat soms naast hem huppelde, dan weer op zijn arm zat en zich, toen ze de school naderden, in het zijvakje van zijn rugzak nestelde.

Boris stapte vrolijk het schoolplein op, maar voor hij het wist stond hij oog in oog met die rotjongens van de zesde klas die hem gisteren gepest hadden.
“Hé Bimbo, heb je lekker met je worm gefluisterd?” riepen ze.
Er hadden zich al wat kinderen om hen heen geschaard die stonden te gniffelen en Boris zag hoe de jongens dichterbij kwamen. Alle kinderen op het plein riepen in koor: “Bimbo, Bimbo, Bimbo…”
Hij wist niet wat ze met hem van plan waren, maar het beloofde vast niet veel goeds.

Het kerstmannetje had vanuit de rugzak toegekeken en ineens kwam hij tevoorschijn. Hij sprong midden in de kring, maakte vijf achterwaartse salto’s, sprong twee meter omhoog en landde sierlijk boven op het hoofd van één van de rotjongens. Daardoor lachte iedereen met die jongen en zijn gezicht kreeg al snel dezelfde kleur als de bontjas van het kerstmannetje.
“Hallo allemaal!” klonk het van op het blozende hoofd, “hoe is het met jullie?”
Alle kinderen verstijfden van schrik, of eigenlijk van verbazing, want niemand van hen had ooit eerder een kerstmannetje horen praten.

Het kerstmannetje was niet alleen leuk en grappig, maar ook heel vriendelijk. Hij vertelde aan de kinderen hoe het kan dat je soms met een dier kunt praten of naar een kerstmannetje kunt luisteren. Inmiddels was hij op de trap bij de ingang van de school gaan staan. Daar stond hij dan als een echte dirigent te zwaaien terwijl de kinderen samen de mooiste kerstliedjes zongen. Tot slot gaven alle kinderen elkaar een hand en vormden ze een grote kring. Het kerstmannetje breakdancete in het midden.
En toen hij stilstond, met beide handjes naar de lucht, begon het zachtjes te sneeuwen.

Je zult begrijpen dat alle kinderen blij waren dat Boris dit leuke vriendje mee naar school had genomen. En ze luisterden daarna nog vaak naar zijn verhalen over wat de dieren hem verteld hadden, ook al begrepen ze niet hoe het kon.
En het kerstmannetje? Die wist het dat er soms dingen zijn waar je gewoon van moet genieten, want ook al kun je ze niet verklaren, ze zijn er echt.

Vorig verhaalSterrekind
Volgend verhaalWinkeltje spelen

Reageer!