De boze bus

De Bus-Trommel staat op tafel. Het is een mooie trommel, vindt Jona. Het is een trommel in de vorm van een rode autobus. Een dubbeldekker bus met lachende mensen voor de ramen, en een conducteur op een trap. Een zwart hondje zit naast de chauffeur. Het hondje lacht ook.
Jona vindt het hondje heel leuk. Maar eigenlijk vindt hij wat in de trommel zit nog leuker. Spekkies! Het aller, allerlekkerste dat Jona kent.

Hij heeft al een spekkie op. Papa had de Bus-Trommel opengemaakt en Jona mocht er één uitkiezen. Roze en geel met suiker erop. Jona trok eraan. Langer en langer werd het spekkie. Dat was grappig en papa moest een beetje lachen. Toen stopte Jona het uitgerekte spekkie helemaal in zijn mond. Lekker! Hij vond het leuk dat het zachte spul op zijn tong smolt.

Het spekkie was snel in zijn buik verdwenen. Veel te snel, vindt Jona. Hij lust eigenlijk nog wel één. Hij kan het papa niet vragen. Papa is in de keuken aan het koken. Want mama komt bijna thuis, en dan gaan ze eten.
Vóór het eten mag hij zeker niet meer snoepen. Dat mag niet van papa en mama. Hij mag ook niet zonder te vragen lekkers pakken. Maar de Bus-Trommel is zo mooi en glimmend en de mensen achter de raampjes lachen zo vriendelijk.

Oma was op reis geweest en had de bus voor hem meegenomen. Toen zaten er geen spekkies in. Wel een soort toffees die ook heel lekker waren. Mama was blij geweest met de Bus-Trommel en had hem in de keuken op de plank gezet. Nu stond hij in de kamer, op tafel. De toffees waren op, en er zaten spekkies in.

Jona zit op zijn knieën op een stoel en doet net of de bus rijdt. Broem, broem over het gladde tafelblad. Hij kijkt naar de Bus-Trommel. Het deksel is het dak van de bus. Dat vindt hij grappig.
Jona wuift naar een kindje dat in de bus zit. Het is een meisje met wel honderd vlechtjes die rechtop staan. Ze lacht vrolijk.

“Grommm,” hoort hij ineens. Het is zijn buik die knort. Jona moet opeens weer aan de spekkies denken. De bus zit er vol mee. Lekkere roze en gele spekkies met suiker erop. Hij pakt de Bus-Trommel bij het deksel en trekt er aan.
“Ik ga alleen kijken,” zegt hij tegen de conducteur. Die kijkt hem waarschuwend aan. Het is net of zijn hoofd langzaam van “nee” schudt.
Jona trekt aan het deksel: “Poef,” zegt het. De spekkies ruiken zoet. “Knor,” zegt Jona z’n buik nu.

Eéntje maar. Papa zal die éne echt niet missen, dat weet Jona zeker. Ze ruiken zo lekker, en het suiker glinstert zo mooi. Niemand merkt het als hij een spekkie pakt en zijn buik heeft honger.
Snel gaat zijn hand in de trommel. Het spekkie legt hij op de tafel en doet het deksel weer op de trommel. Nu is het weer een rode autobus met lachende mensen achter de ramen.

Hij schuift de bus weer naar het midden. Hij pakt zijn lekkers en …
Kijkt de buschauffeur nu boos naar hem? Hij lacht niet meer. Het zwarte hondje blaft naar Jona, en het meisje met de vlechtjes heeft een vuist gebald.
Een oud mannetje zwaait met een stok. De conducteur schudt zijn hoofd.

Jona heeft het spekkie in zijn vuist. Als hij zijn hand open doet ziet hij een roze-gele kleffe klomp. Ook op zijn hand zit spek geplakt. Niet lekker.
“Net goed,” lijkt de conducteur te zeggen en het hondje blaft ook: “Net goed.”
De tranen staan in Jona’s ogen.
Snel legt hij het vieze spekkie op de tafel en veegt zijn hand af aan zijn broek. Nu zit daar een roze vlek. Die glimt een beetje.

Achter de ramen van de bus lacht niemand meer. Ze kijken boos.
Jona draait zich om, hij pakt het boekje dat hij aan het lezen was vóór papa de Bus-Trommel had gepakt. Spat. Een traan valt op het papier. Jona huilt stil voor zich uit.

“Jochie, toch!”
Opeens is mama in de kamer. Haar wangen zijn rood van het fietsen en haar handen zijn koud. Dat voelt Jona als mama hem vastpakt. “Heb je verdriet?” vraagt ze met lieve stem.
“De Bus-Trommel is boos.”
Mama kijkt op de tafel en ziet het kleffe spekkie. Ook ziet ze de glimmende vlek op Jona’s broek. Ze snapt dat Jona zonder te vragen de trommel had gepakt.
“De Bus is boos omdat jij zonder te vragen lekkers pakte, of niet?” vraagt ze. Ze gaat aan tafel zitten. Jona mag bij haar op schoot. Haar handen zijn niet meer zo erg koud. “Dat was ondeugend van je.”
“Ja.” Jona snikt nog een beetje. “Sorry, mama.”
“Zul je het niet meer doen?”
Mama’s ogen zijn streng, maar haar mond lacht een beetje. Jona schudt met zijn hoofd.
“Goed.”
Mama geeft hem een kus. “Ga dan je handjes en je gezicht maar wassen, dan ruim ik je spekkie wel op.”

Mama is niet echt boos. Jona is daar blij om en hij lacht alweer. Voor hij naar de keuken gaat, kijkt hij nog een keer naar de Bus-Trommel. De conducteur knikt naar hem. Het hondje kwispelt en het meisje met de vlechten lacht vrolijk.

De Bus is niet boos meer.