Er is circus in het dorp! Joris is al naar de dieren gaan kijken met vader. Maar het circus staat op stelten, want Igor is weg. En zonder Igor kan de voorstelling niet beginnen…

“Het circus is de dwerg, Igor, kwijt.” Moeder wijst aan hoe klein Igor is. “Zonder Igor kunnen ze geen voorstelling geven. Hebt u hem soms gezien?”
“Hij heeft hier vanmorgen koffie gedronken,” zegt de freule. “Ik vind het zo’n interessante man.”
“Dus hij was hier echt?” zegt moeder.
De freule knikt. “We hebben zo’n boeiend gesprek gehad. Oh, ik heb er van genoten.”
Joris kijkt de freule aan. Hij snapt er niets van.
“Toen ik hoorde dat Igor uit Rusland kwam,” zegt de freule, “heb ik hem uitgenodigd. U moet weten dat mijn man zaliger en ik veel in Rusland rondgereisd hebben. Mijn man was professor en bestudeerde Russische kunst.” Ze klapt in haar handen. “Ik heb zo genoten van mijn gesprek met Igor, we hebben zo’n diepgaande uitwisseling gehad.”
“Waar is hij nu?” vraagt moeder.
“Hij is al een poosje geleden weggegaan.”
“Hij is niet naar het circus teruggekeerd,” zegt moeder. “Heeft hij gezegd waar hij heen ging?”
“Ja, terug naar het circus, zich voorbereiden op de première,” zegt de freule.
“Dat heeft hij dus niet gedaan,” zegt moeder.
De freule schudt met haar hoofd. “Dan weet ik het ook niet.”
Moeder loopt naar de deur. “Wilt u echt geen kopje thee?” vraag de freule nog een keer.
“Nee, dank u wel, een andere keer graag. Kom Joris.”
Schouderophalend laat de freule moeder en Joris uit.
Op weg naar huis horen ze in de verte Hector blaffen. Hondje zegt tegen Joris dat Hector vertelt dat hij een zeer belangrijke taak heeft. Hij moet een gevaarlijke boef bewaken die opgesloten zit in het houthok.
“Moeder, ik denk dat meneer Igor opgesloten zit in het houthok van meneer Hinkepink.”
Moeder knikt en zegt: “Daar kon je wel eens gelijk in hebben.”

Ze gaan naar huis om met vader te overleggen.
“We moeten die arme Igor helpen,” zegt vader.
“Joris, vraag jij Hondje om Hector naar de andere kant van de tuin te lokken em hem daar een poosje bezig te houden? Dan gaan wij Igor bevrijden,” stelt vader voor.
“En als meneer Hinkepink ons ziet?” vraagt Joris.
“Dat moeten we er maar op wagen,” zegt vader.
“Ik ga mee,” zegt moeder. “Als meneer Hinkepink ons ziet, verander ik hem in een pad, daar ben ik heel goed in.”
“Elisa, je leert het nooit,” zucht vader.

Met z’n drieën lopen ze naar de tuin van meneer Hinkepink. Hector begint direct uit alle macht te blaffen. Joris fluistert Hondje iets in het oor. Hondje blaft, glipt door het hek en rent weg. Hector gaat met grote, vrolijke sprongen achter hem aan. Vader tilt Joris over het hek, zodat hij het aan de binnenkant open kan maken. Snel rennen ze over het tuinpad naar de achterkant van het huis. Daar staat het houthok, vlak naast de keukendeur. In de verte horen ze Hector blaffen.
Vader schuift de zware hendel weg maar krijgt de deur niet open.
“Ai,” zegt hij, “de deur zit ook op slot.”
“Laat mij maar even,” zegt moeder en schuift vader opzij. “Dit is een van de eerste toverspreuken die ik geleerd heb, omdat ik steeds de sleutel vergat.”
Ze haalt een paar keer diep adem, sluit haar ogen, draait met haar wijsvinger kringetjes om het slot en zegt daarbij drie keer snel achter elkaar: “Saakro Maladido.” En zie, het slot gaat knarsend open. Ze kijkt naar Joris die vlak naast haar staat. “Je hebt het toch niet gehoord hè, Joris?”
Joris schudt braaf van nee, maar hij neemt zich voor deze spreuk goed te onthouden. Dat kan nog van pas komen.

Vader opent de deur. In een hoekje van het houthok zit Igor sip te kijken. Hij knippert met zijn ogen tegen het felle licht.
“Kom gauw mee,” zegt vader. Hij grijpt Igor bij de hand.
“Wie zijn jullie?” vraag Igor en trekt zijn hand terug.
“Wees niet bang,” zegt vader. “Wij komen je bevrijden.”
Moeder blijft nog even in het hok achter.
“Kom nu moeder, niet treuzelen.” Het geblaf van Hector klinkt al dichterbij.
Moeder glimlacht. “Ik heb nog een verrassing voor meneer Hinkepink achtergelaten. Wat denkt hij wel.”
“Hoe laat is het?” vraagt Igor bezorgd.
“Er is nog tijd,” zegt vader. “Maar we moeten wel opschieten.”

Onderweg vertelt Igor hoe meneer Hinkepink hem mee heeft gelokt. Hij wilde hem met een smoesje iets bijzonders laten zien. Bij het houthok gekomen, duwde hij hem naar binnen, gooide de deur dicht en schoof de grendel ervoor.
“Zo,” had meneer Hinkepink geroepen. “Nu kan er mooi geen voorstelling plaatsvinden.”
Hij had hard gelachen.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Igor is nog niet te laat voor de voorstelling. Hij moet zich wel opnieuw douchen. Hij is helemaal smerig geworden in het houthok.
De première kan precies op tijd beginnen. Joris zit met vader en moeder op de voorste rij. Daar heeft Igor voor gezorgd. Hij zwaait naar hen vanuit de orkestbak. Hij ziet er prachtig uit in zijn felrood jack en knalgele broek. Maar zijn schoenen zijn het meest opvallend. Ze lijken wel van goud en aan de punt zit een grote krul.
Tijdens de voorstelling mag Joris in het midden van de circuspiste op de rug van de neushoorn komen zitten. Joris krijgt er een heel raar gevoel van in zijn buik, maar de dierentemmer houdt de kop met de grote hoorn stevig vast en lacht naar Joris. Dan durft hij wel. De clown tilt Joris met een zwaai bovenop de rug van het enorme dier. Het publiek klapt enthousiast. Joris krijgt er een rode kleur van en buigt voor het publiek.

De volgende dag komt meneer Hinkepink langs. Hij heeft zijn hele gezicht en ook zijn handen en armen in het verband.
“Een ongelukje gehad, meneer Hinkepink?” informeert vader.
“Er zaten ineens zeer gevaarlijke wespen in mijn houthok.”
“Wat naar voor u meneer Hinkepink.”
“Ik weet zeker dat iemand die er in gestopt heeft,” zegt meneer Hinkepink, “als ik hem te pakken krijg, is hij nog niet jarig.”
Boos tikt hij met zijn wandelstok op de stoeptegels en wandelt weer weg.

Vorig verhaalCircus in het dorp
Volgend verhaalDomme Boris de kater

Reageer!