CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Het was een gewone ochtend in het stadje Elverlaat. Mensen waren op weg naar hun werk. De winkels openden hun deuren. En de schoolbel liet zich luid en duidelijk horen. De schelle klank van de roestige bel galmde tussen de muren van het schoolplein. Kinderen renden, huppelden of slenterden het smalle, gele gebouw in dat overschaduwd werd door een oude eikenboom.

Doordat de school net zo gewoon was als het stadje en alle mensen zulke gewone mensen waren, viel Gizela nogal op. Een meisje met gitzwart haar, groene ogen en polsjes zo teer als de pootjes van een merel. Ze droeg kleurige jurkjes die verder niemand droeg en was meestal erg stil.
De andere kinderen pestten haar soms sinds ze in Elverlaat woonde. De juffen en meesters op de school vonden Gizela soms wat zielig. Tijdens de les gooiden kinderen propjes naar Gizela en als Juf Asta opkeek dan keken ze snel naar hun boek, met een gemene grijns op hun gezicht.

Vandaag had Gizela een steen bij zich die ze, heel voorzichtig, op haar tafeltje legde. De steen was niet heel groot of heel klein en leek op een gewone, saaie steen. Maar als de zon erop scheen, was de steen groen, blauw of roze. Als je ernaar wees met een vinger, leek de steen op te lichten. De kinderen uit de klas schaarden zich om het tafeltje van Gizela en stelden haar wel honderd vragen. Gizela maakte zelfs vrienden die dag.
Een paar pestkoppen probeerden de steen af te pakken maar telkens als ze de steen wouden grijpen, liep juf Asta in de buurt. Zelfs de juf was onder de indruk van de steen en staarde er een paar keer naar zonder wat te zeggen. Maar niemand vroeg waarom Gizela de steen had meegenomen. Elk kind nam weleens iets mee, een gekregen knuffelbeer, een nieuw boek of een foto. Zomaar, om te laten zien aan de klas. Maar een knuffelbeer kon je knuffelen, een boek kon je lezen en een foto kon je neerzetten om naar te kijken. Wat kon je met een steen?
Uiteindelijk vroeg juf Asta aan Gizela of zij voor de klas misschien wilde vertellen over haar steen. Verlegen had zij ja geknikt en was met de steen in haar handen voor het schoolbord gaan staan.
“Dit,” ze hield de steen in het kommetje van haar smalle handen, “is een toversteen”.

De klas barstte na een korte stilte in hard lachen uit. Er waren zelfs jongens bij die over de grond rolden van de slappe lach. Gizela keek heel serieus en hield de steen nog iets hoger. Ze sloot haar ogen en prevelde iets dat leek op een toverspreuk.
“Mediavola, mediasta, midagolava, kirstien!”
Ze opende haar ogen en glimlachte. De stilte was oorverdovend. De jongens die op grond waren gerold van het lachen lagen als bevroren met hun handen op hun buik, juf Asta stond met haar mond open en een vinger wijzend naar het plafond, op het punt de kinderen tot stilte te manen. Haar leesbril dreigde van het topje van haar neus te glijden. De rest van de kinderen zat als beelden in een museum, vastgelijmd in hun stoel met ogen zo groot als schoteltjes. Gizela hield de steen weer omhoog.
“Exeterasta, exteromza, exetitero!”
De klas begon langzaam in beweging te komen. Gezucht en gekuch doorbrak de stilte. Juf Asta fronste diep en voelde aan haar heupen en haren. De jongens krabbelden beduusd van de vloer op hun stoel. Kinderen voelden aan hun gezicht en keken verward om zich heen.
“En dat”, zei Gizela nu met krachtige stem,”is de toverkracht van een toversteen.”

Ze slenterde terug naar haar plek terwijl ze de bewonderende blikken van de kinderen uit haar klas ontmoette. Ze legde de steen op de hoek van haar tafeltje en traag opende ze haar lesboek, alsof het een doodnormale dag was op deze doodgewone school.

Vorig verhaalWe horen bij elkaar…
Volgend verhaalKabouters bestaan niet

Reageer!