CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Ik ga jullie een verhaaltje vertellen over het leven van kabouters.
En nu denk je misschien: kabouters? Maar die bestaan toch helemaal niet? Die bestaan toch alleen in verhaaltjes?
Wel… Kan het zijn dat je dat gehoord hebt van een Groot Mens? Juist, daar was ik al bang voor. Grote Mensen geloven meestal niet meer in kabouters. Dat komt omdat ze Grote Mensen zijn. Kijk, dat zit zo.
Grote Mensen waren vroeger ook gewoon kleine mensen, net zoals jij. En toen geloofden ze wel in kabouters. Maar dan werden ze groter en groter en de Grote Mensen zeiden zo vaak dat kabouters niet bestonden dat ze het vanzelf maar gingen geloven. En nu zijn ze zelf Grote Mensen en zeggen ze tegen hun eigen kinderen weer dat ze niet echt bestaan. Ze hebben geleerd om alleen maar te geloven in dingen die je voor je neus kan zien. En dat is jammer.

Welja, jammer voor hen dan. Want voor de kabouters is het helemaal niet jammer. Stel je voor wat er zou gebeuren als de Grote Mensen zouden weten dat kabouter wel bestaan. Dan zouden ze ze misschien wel gaan opzoeken. Dan zouden ze ze misschien wel gaan vangen. Dan zouden ze de kabouters misschien wel in kooitjes zetten, net als dieren in een dierentuin. Dat zou toch zielig zijn! Dan zouden ze misschien op zondag wel zeggen: “zullen we leuk naar de kaboutertuin gaan om naar de kaboutertjes te kijken?”

Wel, kinderen, je kunt je voorstellen dat de kabouters daar helemaal niet blij van zouden worden. Die willen niet in een kooitje wonen, maar gewoon in hun eigen huisje onder de grond. Onder de grond? Ja, kabouters wonen graag onder de grond.
Heb je wel eens aan de voet van een grote boom van die dikke, kronkelende boomwortels gezien? En dat er dan tussen die wortels een gat in de grond zit? Dat je niet kan zien waar het naar toe gaat, maar wel dat daar een gat zit waar iets in kan glippen? Daar heb je het dan al: dat was dan de ingang van een kabouterhuis.
Waarom ze onder de grond wonen, wil je weten? Tja, zodat de Grote Mensen ze niet zien en denken dat ze dus niet bestaan. Want wat je niet ziet, bestaat niet.

Nu moet je weten dat ik zelf toevallig heel veel met kabouters opgetrokken heb. Ik zal je straks vertellen hoe dat zo is gekomen. Maar ik kan je wel alvast verklappen dat ze mijn leven hebben gered. Als de kabouters me op die ijskoude winternacht, diep in het bos, niet hadden gevonden… Dan had ik hier nu niet voor het raam gezeten om hun verhalen op te schrijven. Die nacht zal ik nooit meer vergeten.

En zo zijn er nog veel meer avonturen die ik met die kleine wezentjes heb meegemaakt: die keer dat ze hebben geholpen om een veulentje geboren te laten worden. Die keer dat ze een bosbrand hebben helpen blussen. Die keer dat er eentje op een adelaar naar het dorpje beneden is gevlogen om de ring terug te vinden die een meisje van haar moeder had gekregen en was kwijtgeraakt in een spleet waar niemand bij kon. Die keer dat er tijdens een operatie van een heel zieke vos een kabouter in de buik van de vos naar binnen is gekropen en naar buiten kwam met een stuk glas dat de vos per ongeluk had ingeslikt. En het allermooiste was die keer dat ze in een hele hete zomer met een dam in de rivier een zwembadje hadden gebouwd zodat alle kabouterkinderen konden zwemmen.
Nee, het leven van kabouters is niet saai.

Weet je hoe groot kabouters zijn als ze worden geboren: zo klein als het topje van jouw vinger en helemaal roze. Dan hebben ze geen kleertjes aan, alleen een warm dekentje om, want zulke piepkleine kleertjes bestaan niet. Later, als ze iets groter zijn en in hun eigen bed slapen hebben ze wel een klein pyjamaatje aan. Dan krijgen ze ook een knuffel. Geen stoffen knuffel zoals jij hebt, maar een echte kleine muis. Wat, een echte muis? Ja, gek he? Maar eigenlijk weer niet zo gek als je bedenkt dat kabouters de allerbeste vrienden zijn met bijna alle dieren. Kabouterkinderen vinden het fijn om lekker warm tegen die zachte vachtjes aan te liggen.

Ik kan ook heel veel lekkere verhalen vertellen, over wat kabouters allemaal eten. Ook dingen die wij niet kennen: honinghangmat! Dauwdrank! Suikerslingers! En het allerlekkerste: chocoladechips!

En natuurlijk over kabouterscholen. Ja, kabouters gaan gewoon naar school, maar ze leren wel andere dingen dan jij op school leert. Oh ja, en ze hebben geen fietsen. Dat gaat niet in een bos, met al die boomwortels en al die modder. Hoe ze dan naar school gaan? Op hun knuffelmuis! Die brengt ze zo naar school, op zijn rug.

Als je het leuk vindt, zal ik je alles vertellen wat ik over kabouters weet. Maar nu eerst lekker slapen. Volgende keer vertel ik verder.

Dit verhaal gaat hier verder.

Vorig verhaalDe toversteen
Volgend verhaalRimbo wordt een held

Reageer!