Er was eens een klein eendje. Ze leefde in een vijver met haar papa, mama, broertje en zusjes. Het was er heel mooi en vredig maar toch miste het kleine eendje iets. Ze voelde zich anders dan de anderen…

 

Op een dag zwom ze rond in de vijver en zag iets in het water drijven. Het was bordeaux-rood. Ze zwom dichterbij en zag toen wat het was. Het was een prachtig, bordeaux-rood regenlaarsje! Ze dook onder en vond de andere. Ze zwom naar de kant en trok ze aan. Ze waren precies haar maat!

Vanaf die dag deed ze de laarsjes nooit meer uit. Ze deed er alles mee! Haar broertje en zusjes lachten haar uit. Ze zeiden dat het belachelijk en raar was, een eendje met laarsjes aan. Zelfs haar papa en mama vonden het niet leuk!
“Geen enkele eend heeft laarzen aan dus waarom jij dan wel?! Het is raar!”

Het kleine eendje was verdrietig. Ze knuffelde haar ouders, gaf haar broertje en zusjes een kus en zei: “Ik wil weleens zien wat er nog meer is buiten deze vijver. Ik voel me hier niet thuis dus ik ga een tijdje weg.”
Ze zwom naar de kant en stapte de grote, wijde wereld in… óp haar bordeaux-rode regenlaarsjes!

Ze liep en liep en liep totdat ze stopte om even een stukje te zwemmen in een klein riviertje. Opeens hoorde ze gelach.
“Wat heb jij nou aan?”
Het was een kikker!
“Bordeaux-rode regenlaarsjes,” antwoordde het eendje.
“Waarom?” vroeg de kikker.
“Omdat ze leuk zijn, ik vind ze mooi!” antwoordde ze weer.
“Ze zijn niet mooi, ze zijn raar!” zei de kikker en sprong er vandoor.

Het eendje liep verder en hoorde opeens gefluister. “Dat is echt raar. Ik heb nog nooit een eend met laarzen aan gezien.”
Toen ze beter keek zag ze twee muizen met elkaar smoezen.
“Het is niet raar, het is mooi!” zei het eendje.
“Nee hoor, het is raar!” zeiden de muisjes en weg waren ze!

Het eendje werd verdrietiger en verdrietiger… “Waarom vindt iedereen mij raar, alleen maar omdat ik mijn bordeaux-rode laarsjes zo mooi vind?!”

Ze liep verder, sip en met haar hoofdje gebogen, tot ze tegen iets aanbotste! Het was zwart en hard en kijk… Er zat een hoge hak onder! Het was een laars! Ze keek omhoog en waar de laars ophield begon… een flamingo!

“Jij, jij b-b-bent een f-f-flamingo… Met grote laarzen aan!” stamelde het eendje.
“Eigenlijk zijn het overknees, knielaarzen,” zei de flamingo. “Maar jij dan? Een eendje met bordeaux-rode regenlaarsjes?!”

“Ja,” zei het eendje, “raar he?”
“Wie zegt dat?” vroeg de flamingo.
“Iedereen,” zuchtte het eendje, “iedereen vindt me raar!”
“Nee,” zei de flamingo, “je bent helemaal niet raar, je bent uniek!”

“Uniek? Wow! Zo heeft nog nooit iemand mij genoemd,” zei het eendje.
“Wel, het is zo! En ik zal je nog eens wat vertellen, het is hartstikke modieus!” zei de flamingo.
Het eendje voelde zich ineens ontzettend cool!

“Ik zal je eens iets laten zien,” zei de flamingo, en ze nam het eendje mee naar een vijver dichtbij.
Het was fantastisch! Overal flamingo’s met laarzen, kettingen, hoeden en zonnebrillen. Zó stoer en zó mooi! Het eendje voelde zich meteen thuis. Niemand lachte haar uit maar iedereen gaf haar juist complimentjes over haar mooie laarsjes!

Het eendje was zó blij! Niemand in de flamingo-vijver vond haar raar. Ze vonden haar juist heel gewoon. Ze bleef een tijdje bij de flamingo’s en besloot daarna om terug naar huis te gaan.
Ze keerde terug als een blij eendje. Ze voelde zich stoer en vol zelfvertrouwen. Ze was niet raar, ze was uniek!
En weet je wat…

Niemand lachte haar meer uit!

En nu?
Nu dragen haar broertje en zusjes precies dezelfde regenlaarsjes als zij!

 

Vorig verhaalOp bezoek bij Sinterklaas
Volgend verhaalDe laatste dag van Rakker en Beatrix

Reageer!