Joris ging met Josephine naar de dieren van het circus kijken. Ze vond de neushoorn maar zielig. Het hok van de neushoorn is inderdaad maar klein.

Joris ligt in bed te draaien, hij kan niet slapen. Hij kruipt eruit en gaat bij Hondje in zijn mand zitten. Hij vertelt Hondje over de neushoorn, over de te kleine kooi en dat hij altijd alleen is en hij echt niet gevaarlijk is, omdat hij alleen gras eet.
Hondje zegt: “Ik spreek de taal van de dieren, zullen we samen naar de neushoorn gaan? Dan kunnen we het hem vragen.”
“Het is midden in de nacht,” zegt Joris.
“Dat komt toch mooi uit, dan is er niemand anders.”
“Je bedoelt dat wij nu samen naar de neushoorn gaan?”
“Ja.”
“En als iemand ons ziet?”
“Dan rennen we hard weg.”
Joris moet zachtjes lachen en kleedt zich heel snel aan.
Op kousenvoeten en met zijn schoenen in zijn handen sluipt hij de trap af. Het is doodstil in huis.

Het klein stukje naar het terrein van het circus gaat op een drafje. Joris loopt rechtstreeks naar de kooi.
De neushoorn ligt te slapen. Hondje blaft zachtjes. Daar komt iemand aan. Joris kruipt onder de wagen van de neushoorn. Zijn hart klopt in zijn keel. Stel je voor dat iemand hem hier vindt, wat moet hij dan zeggen?
Joris ziet hoe de dierentemmer bij de kooien langsloopt. Bij de neushoorn blijft hij even staan. “Gaat alles goed, Sam?” vraagt de dierentemmer.
Joris houdt zijn adem in. Gelukkig, de dierentemmer loopt door zonder dat hij Joris in de gaten heeft. Even later ziet Joris de dierentemmer zijn woonwagen weer in gaan en gaat het licht uit.
Pfff, dat ging net goed. Joris komt onder de wagen vandaan en kijkt om zich heen. Niemand meer te zien. Hij steekt zijn hand tussen de tralies door en klopt op de zware voorpoot van Sam.
De neushoorn beweegt zijn grote kop en doet een oog open.
“Hij is wakker,” zegt Joris.
Hondje gaat dicht bij de kop van de neushoorn staan.
“Je hebt gelijk,” zegt Hondje even later. “Sam is erg alleen. Al die tijd dat hij bij het circus is, heeft hij nooit een andere neushoorn gezien.”
“Is er iets dat hij graag zou willen?”
Hondje buigt zich naar de kop van Sam.
“Hij krijgt altijd hooi te eten, hij zou zo graag weer eens vers gras eten.”
Joris kijkt om zich heen, waar haalt hij zo gauw vers gras vandaan.
Dan krijgt hij een idee.
“Als we hem uit de kooi laten, kunnen we hem naar een wei brengen en kan hij zoveel vers gras eten als hij wil.”
“Dat vindt de circusdirecteur vast niet goed,” zegt Hondje.
“We zorgen ervoor dat hij op tijd terug is,” zegt Joris.
Hij kijkt naar het stevige hangslot en herinnert zich hoe moeder het slot van het houthok van meneer Hinkepink open kreeg. Hij draait met zijn wijsvinger rondjes om het slot en zegt drie keer snel achter elkaar: Saakro Maladida. Er gebeurt niets. Joris probeert het nog een keer, weer niks.
Hij rammelt aan het slot maar er is geen beweging in te krijgen.
Hij klopt de neushoorn op zijn zij en zegt zachtjes: “Sorry Sam, ik kan het slot niet open krijgen.” Hij draait zich om en wil terug naar huis gaan.
“Het moet maladidó zijn,” zegt Hondje.
“Hè? Hoe weet jij dat?”
“Probeer nu maar.”
En kijk, nu springt het slot open.

In optocht gaan ze door het donkere en verlaten dorp. Hondje en Joris voorop en de enorme neushoorn waggelend achter hen aan. Joris wil Sam naar de wei van boer Harmsen brengen, even buiten het dorp. Daar is zoveel gras dat boer Harmsen het niet zal merken als er wat van wordt gegeten. Sam kan zijn buik vol eten en daarna gaat hij terug naar zijn kooi. Zo hebben ze het afgesproken.
Maar wat Joris niet weet, is dat neushoorns afspraken zo maar vergeten. Daar kunnen ze zelf ook niets aan doen, zo zijn ze nu eenmaal.
Als ze langs de tuin van meneer Hinkepink lopen, ruikt Sam heel veel vers gras. Prompt vergeet hij de afspraak. Hij draait zich om dendert dwars door het smeedijzeren hek heen, alsof het er niet staat, en doet zich te goed aan het malse gras van meneer Hinkepinks dure Engelse gazon.
Hector blaft maar één keer. Als hij ziet hoe groot het dier is dat op zijn grasveld graast, kan hij van schrik niet meer blaffen en rent jankend met de staart tussen zijn poten er van door.
Joris en Hondje rennen achter Sam aan.
“Sam, niet doen!” roept Joris.
Maar het is te laat. De zware poten van Sam laten diepe, ronde afdrukken op de tere grasmat na.
Sam neemt een paar grote happen heerlijk, vers gras. Hondje blaft tegen hem. De neushoorn schudt zijn kop. O ja, dat was niet de afspraak, en hij loopt achter Hondje aan de tuin uit.
Zonder verder schade aan te richten, komen ze bij de wei van boer Harmsen. Sam kan zijn hart ophalen. Zoveel vers gras heeft hij sinds hij een klein neushoorntje was niet meer gezien.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Joris gaat tegen een paaltje zitten met Hondje dicht tegen zich aan en het duurt niet lang of hij begint te knikkebollen en zijn ogen worden zo zwaar dat hij ze niet open kan houden.
Hij schrikt wakker als Hondje zachtjes blaft. Hij ziet dat in de verte de hemel al begint te kleuren. Het wordt dag. Ze moeten maken dat Sam in zijn kooi komt!
Met een dikke buik vol met vers gras schommelt Sam gehoorzaam achter Joris aan terug naar zijn kooi. Voordat de zon helemaal is opgekomen, ligt Joris in zijn bed.

Hoe het hek van meneer Hinkepink kapot is gegaan, is nooit ontdekt.
Meneer Hinkepink heeft er de politie bijgehaald. Volgens hem is het iemand van het circus geweest die expres zijn mooie hek kapot gemaakt heeft. Hij eist daarom bij de directeur van het circus op hoge toon dat de directeur het kapotte hek moet betalen. De directeur lacht om meneer Hinkepink. Hij roept zijn sterkste man, die tilt meneer Hinkepink op alsof hij een veertje is en zet de heftig tegenspartelende meneer buiten het hek.
De grote, ronde gaten in het grasveld van meneer Hinkepink blijven een groot mysterie.
Tegen Josephine fluistert Joris: “Misschien zijn het wel afdrukken van neushoornpoten.”
Als Josephine wat wil zeggen legt Joris zijn vinger op haar mond en zegt: “Sssst, tegen niemand zeggen.”

Op de morgen dat het circus verder trekt, komt Igor afscheid nemen.
Igor vertelt dat hij met de directeur gesproken heeft over neushoorn, Sam, dat hij zo alleen is.
De directeur heeft erover nagedacht en gezegd dat Sam lang genoeg voor het circus heeft gewerkt. Hij heeft geregeld dat Sam na afloop van de tournee naar een dierentuin mag. Daar kan hij in gezelschap van andere neushoorns over een grote vlakte zwerven en zoveel vers gras eten als hij wil.
Als Joris de circuskaravaan heeft uitgezwaaid, gaat hij op een holletje samen met Hondje het nieuws over Sam aan Josephine vertellen.

Vorig verhaalDe eenzame neushoorn
Volgend verhaalTijger is weggelopen

Reageer!