De koning van dromenland zuchtte diep. De nar die meestal in de buurt van de koning was, hoorde de koning kreunen en steunen.
“Is er iets, majesteit?” vroeg hij, terwijl hij richting de koning liep.
“Ja, nar,” antwoordde de koning, “er is de laatste tijd iets vreemds aan de hand.”
“Wilt u het mij vertellen? Misschien kan ik helpen,” zei de nar, terwijl hij een stoel pakte en bij de koning aanschoof.
“Er zijn steeds meer kinderen die moeilijk in slaap vallen,” zei de koning.
“En die daarom dus ook niet dromen, zodat wij er hier mee blijven zitten,” vulde de nar aan.

Hij was een slimme nar, die vaak aan een half woord genoeg had om te begrijpen wat de koning bedoelde.
“Precies, nar, dat heb je helemaal goed,” knikte de koning.
“Is dat alles, majesteit, of is er nog meer?” vroeg de nar.
“De reden dat veel kinderen slecht slapen is dat ze vaak huilen als ze in bed liggen, soms wel urenlang,” vervolgde de koning.
“Daar heb ik de zandmannetjes laatst ook over horen praten,” zei de nar. “Het is bijna een epidemie aan het worden, vertelden ze,” voegde de nar eraan toe.
“Waarom denk je dat er zoveel wordt gehuild?” vroeg de koning aan de nar.
“Wel, majesteit, dat is niet zo moeilijk om te bedenken,” zei de nar, terwijl hij de koning in de ogen keek. “Wat dacht u van: gepest worden, speelgoed dat kapot is gegaan, armoede in veel gezinnen en zo kan ik nog wel even doorgaan.”
“Ja,” knikte de koning, “dat zijn allemaal nare dingen en dat je daar in bed om moet huilen, snap ik heel goed. Maar wat zouden wij daar aan kunnen doen?” sprak de koning en hij haalde zijn handen door zijn spierwitte haren.

De nar dacht even na en zei toen: “Hier is werk aan de winkel voor een tranendepper!”
“Een wat?” vroeg de koning.
“Iemand die de tranen wegveegt van de wangetjes van de kinderen,” legde de nar uit.
“Maar die hebben we helemaal niet!” zei de koning.
“Jazeker wel, majesteit, hij staat hier voor u,” zei de nar terwijl hij opstond en voor de koning ging staan.
“Je…, je…, jij?” stamelde de koning. “Maar jij bent een nar!”
“Dat is waar, majesteit, maar ik kan nog veel meer dan hier wat rare dansjes doen en gekke bekken trekken,” zei de nar en hij schaterlachte erbij.

“Maar waarom tranen deppen bij kinderen?” vroeg de koning.
“Tranen kriebelen, majesteit. Weet u dat niet meer? Dan heeft u zeker lang niet meer gehuild?” sprak de nar met een twinkeling in zijn ogen.
“Dat is inderdaad best lang geleden, maar nu je het zegt, ik weet nog dat tranen die over mijn wangen biggelden ook erg kriebelden,” knikte de koning.
“Als iemand ze wegveegt, dan kriebelen ze niet meer en vallen de kinderen eerder in slaap. Dat klinkt toch logisch, majesteit?” zei de nar terwijl hij op zijn handen ging staan van pret.
“Nar, je bent geniaal. Vanavond kun je al beginnen. Meld je maar bij de zandmannetjes, neem genoeg zakdoekjes mee en help de kinderen om sneller in dromenland te komen,” droeg de koning hem op.

Image by Couleur from Pixabay

Die nacht ging de nar naar de bedden waarin huilende kinderen lagen. Heel zachtjes veegde hij de tranen van hun wangen, gaf er een kusje op en ging weer verder naar een ander kind.

Sinds die dag sliepen de kinderen eerder en ook beter. Dromenland werd weer veel vaker door kinderen bezocht. De koning was trots op de nar en de nar was blij met het besluit van zijn koning.

Reageer!