Daar stonden ze dan, Pietje en zijn zus Pietemina. Buiten adem van het rennen zagen ze de stoomboot de haven uitvaren. Er kwam heel veel stoom uit de pijp. Ze konden de pieten nog net zien zwaaien.

“Juist te laat! Echt jammer…” mopperde Pietje.
Zijn zus, Pietemina, haalde haar schouders op. “Niks aan te doen. We zoeken een andere manier om de Sint te spreken. Kom mee!”
Ze pakte zijn hand en nam hem mee. Hand in hand liepen ze terug van de kade af.

Op de stoep, aan de rand van de drukke straat, bleven ze even staan. Niemand lette op hen.
“Wat gaan we nu doen, zus?” vroeg Pietje, nog steeds ontgoocheld dat ze de stoomboot hadden gemist.
Pietemina dacht heel diep na. Plots klaarde haar gezicht op. Ze had een idee! “Wij gaan met de sneltrein!” riep ze enthousiast. “Kom Pietje!” En snel trok ze haar broertje mee.

Maar het was zo druk op straat en op de stoep, dat ze bijna niet vooruitkwamen. Toen ze langs de fietswinkel liepen, zagen ze een jongetje zijn bakfiets tegen de muur zetten. Snel rende Pietemina naar hem toe.
“Kan je ons helpen?” vroeg ze heel beleefd.
Die jongen keek op en zei meteen: “Natuurlijk! Wat kan ik voor jullie doen?”
“We moeten zo snel mogelijk naar het treinstation. Kun je ons brengen?” vroeg Pietemina.
“Zeker! Springen jullie maar in de bak,” zei de jongen.

Dat hoefde hij geen twee keer te zeggen. Pietemina en Pietje sprongen meteen in de bak. De jongen stapte op zijn fiets en begon heel hard met zijn bel te rinkelen. Hij schreeuwde luidkeels: “Aan de kant! Wij komen eraan!”
Iedereen sprong heel vlug weg. De bakker, die net uit zijn winkel stapte met een mand vol broden, sprong aan een kant en de broden vlogen door de lucht. Boos gilde hij: “Pedroooooooooo! Let toch op!”
Maar Pedro hoorde hem niet meer. Hij was de bocht al om.

Pietemina en Pietje genoten van hun ritje, toen Pedro ze vroeg: “Hoe heten jullie eigenlijk?”
Pietemina lachte en zei: “Mijn naam is Pietemina en dit is mijn broertje Pietje. Wij moeten zo snel mogelijk naar het treinstation, anders komen we te laat voor het feest.”
“Wat voor een feest?” vroeg Pedro nieuwsgierig.
Pietemina en Pietje glunderden. “Het allermooiste feest van de hele wereld. Een feest voor iedereen. Alle kinderen komen bij elkaar en maken heel veel plezier samen. Voor iedereen is er snoep, koek en chocolademelk. De kinderen zijn blij! Ze lachen en vieren uitbundig feest. En natuurlijk krijgt iedereen een mooi cadeau,” vertelde Pietemina heel blij.
“Wow, dat lijkt mij een geweldig feest,” zei Pedro.
“Ja, dat is het ook,” lachten Pietemiena en Pietje.
“Het duurt niet lang meer. Deze straat in en dan zijn we er,” zei Pedro. Pedro fietste nog harder. En ja hoor, daar was het station al.

Pietemina en Pietje sprongen meteen uit de fietsbak. Snel pakte Pietemina wat uit haar jaszak en gaf Pedro een hand. “Hartelijk dank,” zeiden Pietemina en Pietje tegelijk. En ze liepen snel weg.
Pedro deed zijn hand open en zag gouden muntjes. “Hmmm, lekker!”

Pietemina en Pietje renden naar de conducteur. “Conducteur, wij hebben de snelste trein nodig,” zeiden ze in koor.
De conducteur keek eerst verbaasd naar de twee kinderen die alleen op stap waren, maar vertelde toen dat de sneltrein pas over een uur zou vertrekken.
Pietje en Pietemina keken teleurgesteld. Wat nu?
“Zus! Toon hem de ring!” riep Pietje plots.
Pietemina liet de conducteur de ring van haar vader zien. Die moest ze aan de volwassenen laten zien, wanneer ze dacht dat het nodig was.

De conducteur keek goed naar de ring en knikte. “Kom maar met mij mee,” zei hij tegen de kinderen.
Snel liepen Pietemina en Pietje de conducteur achterna. Ze liepen het kantoor van de conducteur binnen. Daar zat meneer Tjoektjoek. Hij was de grote baas van de conducteurs. Het was een grote man met brede schouders en een dikke snor. Hij had een goudkleurige hoed op.
“Meneer Tjoektjoek,” zei de conducteur, “deze kinderen hebben uw hulp nodig!”
Pietemina liet de ring weer zien. Meneer Tjoektjoek sprong meteen op en zei: “Volg mij maar, kinderen!”

Ze gingen samen met meneer Tjoektjoek naar het perron. Maar ze gingen niet naar de grote trein. Meneer Tjoektjoek keek de kinderen aan en pakte hen stevig bij de hand. Toen zei hij: “Springen!”
Meneer Tjoektjkoek en de kinderen sprongen zo hoog als ze maar konden. Plotseling beghon het perron onder hen te schudden en tussen de wachtruimte en de broodjeszaak kwam een klein perron tevoorschijn.

Aan het nieuwe perron stond de allermooiste trein die de kinderen ooit hadden gezien. De mond van Pietje viel open. Hij kon zijn ogen niet geloven: “Woooow! Dit is de FastSunGo 2017! De snelste trein in de hele wereld. En die trein rijdt alleen op zonne-energie!”
Pietje wist alles over treinen en deze trein was zijn favoriet.

Binnenin was de trein nog mooier: prachtige goudkleurige stoelen, blinkende beeldschermen, grote ramen… Pietje maakte meteen een vreugdedansje. Hij klapte in zijn handjes, draaiende in het rond, schudde eerst met zijn hoofd en toen sprong hij heel hoog.
Pietemina kwam samen met meneer Tjoektjoek de trein binnen. Ze keek meneer Tjoektjoek aan en wees naar Pietje: “Dat is mijn broertje! Hij doet de pietendans! Typisch!”
Ze rende naar hem toe en begon ook mee te dansen. “O, yeah, geweldig!” En ze lachten allebei.
“Oké,” lachte meneer Tjoektjoek. “Blijven jullie maar lekker dansen. Ik ga nu aan de slag.”

Meneer Tjoektjoek ging de machinekamer binnen en zette de trein aan. Muisstil startte de trein op. Het dak van het perron ging open en toen ging het treinspoor omhoog en omhoog en omhoog. Totdat de trein boven op het dak terecht kwam.

Toen de trein begon te bewegen gingen de kinderen snel zitten. Vanuit hun zachte zeteltje keken ze door het raam naar buiten. Daar beneden stonden de gewone treinen en liepen mensen rond. Ze zagen er zo klein uit van hierboven!
Plotseling hoorden ze de stem van meneer Tjoektjoek. “Maak de gordel vast en geniet van de reis!”
De kinderen deden meteen hun gordel om.

Meneer Tjoektjoek zette de trein op FastFast! De trein vloog supersnel over het spoor. Maar het maakte nauwelijks kabaal. Niemand kon de trein voorbij horen racen.
“Joepie!” riepen de kinderen.

Meneer Tjoektjoek bleef in de machinekamer. Daar had hij een robot, die heette Chocorobo. Met een druk op een knop zette meneer Tjoektjoek de robot aan.
“Goedemorgen, Chocorobo. Helemaal uitgerust?” vroeg hij.
“Beep beep,” antwoordde Chocorobo opgewekt.
“Mooi!” glimlachte meneer Tjoektjoek. “Luister eens goed. Er zitten twee kinderen in de trein. Breng ze wat drinken en eten alstublieft.”
“Beep, beep,” antwoordde Chocorobo weer. En daar ging hij.

Pietemina en Pietje konden hun ogen niet geloven toen ze Chocorobo hun wagon zagen binnensnorren. “Wooooowww! Dit is zo cooool,” riepen ze tegelijk. En ze begonnen te lachen en deden de pietendans. Chocorobo begon ook in het rond te draaien!

Toen de kinderen klaar waren met het pietendansje, gingen ze bij Chocorobo staan en begonnen hem te kusselen. Terwijl ze de robot knuffelden, gaven ze hem ook heel veel kusjes. Kusselen!
“Beep, Beep, jullie lief!” zei Chocorobo. “Beep, Beep, chocolademelk en speculaas?”
“Ja!” riepen de kinderen in koor.
Uit de buik van Chocorobo kwamen twee glaasjes chocolademelk en twee reuze speculaaskoeken. Ze smulden van al het lekkers.

Nadat ze gegeten en gedronken hadden, vielen ze in hun stoel slaap. Ze waren zo moe van de reis en alle leuke dingen! De rugleuning ging vanzelf naar achteren en zo werd de stoel een bed. Chocorobo pakte de dekens onder de stoel vandaan en dekte de kinderen daarmee. “Beep, Beep, slaap zacht!” fluisterde de robot.

Na een tijd ging de fluit van de trein: “Pfffftttt! Pfffftttt!”
De kinderen deden hun ogen open en geeuwden.
“Beep, beep, we zijn er,” waarschuwde Chocorobo.
De kinderen schudden hun hoofd om goed wakker te worden. Ze keken door het raam.
“Wow, yes, we zijn er. Dat was snel!” zei Pietje.

Ze kusselden nog even met Chocorobo en bedankten hem.
“Beep, beep, graag gedaan,” zei Chocorobo verlegen.
Daarna renden ze naar meneer Tjoektjoek om ook hem te bedanken.
“Graag gedaan hoor!” lachte meneer Tjoektjoek toen Pietemina hem de hand drukte.
De kinderen renden zwaaiend naar buiten en waren even later al verdwenen tussen de mensen.
Meneer Tjoektjoek deed zijn hand open en zag gouden munten. “Hmmm, lekker!”

Pietemina en Pietje renden zo hard als ze maar konden, regelrecht naar de haven. En ja, ze hadden het gehaald! Kijk maar, daar komt de stoomboot van Sinterklaas aan.
“Joepie!” riepen ze blij en gaven elkaar een high-five.

Toen de boot was aangemeerd, renden Pietemina en Pietje ernaartoe. “Wij willen aan boord,” schreeuwden ze. De Hoofdpiet herkende de kinderen en hielp ze snel in de boot. “Wij moeten Sinterklaas spreken! Het is echt dringend!” riepen ze samen.
De hoofdpiet bracht hen bij Sinterklaas.

Sinterklaas keek verbaasd op. “Wat doen jullie hier?” vroeg hij.
Pietemina haalde uit haar zak een brief. Op de envelop stond: Voor Sinterklaas. Haar vader, Koning Zwarte Piet, had haar de brief gegeven om aan Sinterklaas te overhandigen.
“Dank je brave kinderen. Ik zal het voorlezen,” zei de Sint.

Geachte heer Sinterklaas,

Ik heb Pietemina en Pietje naar u toegestuurd, zodat ze u kunnen helpen in de plaats van de andere Zwarte Pieten. In Zwarte Pietenland gaat het namelijk niet goed. Ik ben te oud geworden om voor het land en de Pieten te zorgen. Het Zwarte Pietenkasteel is bouwvallig geworden en het dak lekt.
Ik ben te oud om op het dak te klimmen. Zo kan ik het dak niet repareren.

Er moet zoveel gebeuren en ik kan het niet alleen! Ook de achtergebleven Pieten zijn wat ouder en kunnen niet zoveel meer. Daarom vraag ik u vriendelijk om alle Zwarte Pieten terug te sturen. Wij hebben ze nodig. Ze moeten zo snel mogelijk terugkomen! Misschien kan dat met uw stoomboot?

Zij moeten helpen om Zwarte Pietenland te herstellen. De oudjes moeten verzorgd worden. Stuur ze alstublieft terug.

Pietemina en Pietje zijn jong en sterk. Die zullen u heel goed helpen. Ook heb ik een vraag uitgestuurd naar alle andere Pietenprinsessen en Pietenprinsen of ze u willen helpen.

Ik dank u zeer voor uw begrip.

Met vriendelijke groeten,
Koning Zwarte Piet

Sinterklaas praatte met de Hoofdpiet en besloot de Zwarte Pieten terug te sturen.

De mensen die op Sinterklaas stonden te wachten, keken verbaasd op toen Sinterklaas eerst met alleen Pietemina en Pietje uit de boot stapte.
Ze vroegen zich af waar de Zwarte Pieten waren gebleven. Sinterklaas ging naar ze toe en zei: “Lieve mensen, ik heb een mededeling. Vandaag zullen de Zwarte Pieten mij niet meer helpen. In Zwarte Pietenland is hun hulp hard nodig.”
En zo vertelde Sinterklaas wat er aan de hand was. Ook las hij de brief nogmaals voor.
“Maar maak je geen zorgen,” zei Sinterklaas toen. “Ik weet zeker dat Pietemina en Pietje heel hard hun best zullen doen om dit feest nog mooier te maken. Bovendien zijn er nog meer Pietenprinsessen en Pietenprinsen die komen helpen. Het wordt zoals altijd, een geweldig feest!”
Iedereen begon te juichen en deed de pietendans.

Tijdens de intocht van Sinterklaas op 5 december liepen niet alleen Zwarte Pieten naast Sinterklaas, maar Pietenprinsessen en Pietenprinsen van over de hele wereld. O, wat zagen ze er mooi uit! Ze hadden mooie kroontjes op. Die kroontjes en ook hun schoentjes waren versierd met veren in alle kleuren van de regenboog, rode, gele, groene en nog veel meer.
De prinsesjes hadden de prachtigste jurken aan. Rode jurkjes, paarse jurkjes, groene jurkjes! Alle kleuren die je maar kon bedenken.
En de prinsen hadden hun allermooiste pak aan. Groene pakken, blauwe pakken, rode pakken en nog veel meer. En regenboog handschoenen!
Het was een waar kleurfestijn. Iedereen zag er prachtig uit.

Foto Novum, bron nrc.nl

De kinderen, die de kleurrijke stoet voorbij zagen komen, waren blij met zoveel moois. Sinterklaas liep trots vooraan en zwaaide vrolijk naar iedereen. De Pietenprinsessen en Pietenprinsen gooiden gouden muntjes naar de kinderen.
“Joepie,” gilden de kinderen. “Hmmm, lekker! Het zijn chocolade muntjes. Heerlijk!”
“Dank u, Sinterklaasje!”
“O, wat een geweldig feest!”
Iedereen was blij en vierde, samen met Pieten in alle kleuren, het Sinterklaasfeest.

Reageer!