Er waren eens, in een bos hier ver vandaan, twee koalabeertjes: Jasper en Mila. Ze waren beste vrienden. Zo lang als ze zich konden herinneren. En op een dag zei Mila tegen Jasper: “Weet je, eigenlijk hebben alle meisjes toch een held?”
Jasper keek haar vragend aan: “Hoe bedoel je?” 
“Neem nu de prins van Assepoester. Of Tarzan van Jane. Er zijn gewoon veel helden maar ik heb er geen.”
“Sorry, ik begrijp niet zo goed waar je heen wilt,” zegt Jasper met een fronsend gezicht.
“Nou, wat ik wil zeggen is dat ik mijn held ga zoeken.” 

Toen was het even stil. Jasper wist niet zo goed wat hij moest zeggen. En zei toen uiteindelijk dat hij wel mee ging helpen zoeken. Zo gingen de twee op zoek. Naar Mila’s held. 

Als eerst hingen ze affiches op met: ‘Held gezocht’. Toen niemand hierop reageerde, bedachten ze een ander plan. Want de helden komen als je in nood bent. Dus zetten ze Mila in een boot, alleen op het water, zonder motor of peddels. 

Mila zat anderhalf uur op het water om hulp te roepen, tot Jasper de ijskoude rivier overzwom, naar Mila. Veel konden ze niet, want ze hadden nog steeds helemaal niks in de boot. Geen peddels, geen motor. Alleen Mila en een kletsnatte Jasper.
De stroming bracht hen uiteindelijk weer aan land. En na de hele middag om de rivier gelopen te hebben, kwamen ze weer thuis aan. Maar nog steeds zonder held. 

Toen bedacht Mila dat ze eigenlijk nog wel veilig was, in die boot. Misschien was daarom geen held gekomen? Pas als ze niet meer veilig zou zijn, zou haar held haar komen redden. Zo bedacht ze dat ze echt in gevaar moest zijn. 

En zo kwam het dat de volgende dag Mila en Jasper heel hoog in een boom zaten. Jasper keek bang naar Mila, maar ze was vastbesloten dat haar held zou komen. Het enige wat ze moest doen was uit de boom springen. Dus daar stond ze, klaar om te springen. 

Image by Martin Str from Pixabay

Ze deed haar ogen dicht en telde af. 1… 2… En ineens, net voordat ze zou springen, pakte Jasper haar hand vast. Ze raakte daardoor wel uit balans en viel…

Daar hing Mila, aan Jaspers hand, en Jasper vasthoudend aan een tak. 
“Wat doe je?” schreeuwde Mila boos.
“Ik ga je toch niet zomaar laten springen! Wat denk jij nou, dan val je en moet je naar het ziekenhuis of…”
Mila onderbrak hem: “Nee ik ga niet vallen, mijn held die…”
KRAK zei de tak waar Jasper zich aan vast had gehouden. En de twee vielen naar beneden. Nog steeds hand in hand.
Ineens begreep Mila alles. En toen vielen ze hard op de grond… En werd alles zwart…

~~~

Langzaam opende Jasper zijn ogen. Het eerste wat hij hoorde waren Mila’s woorden: “Hij is wakker!” 
Dan ziet hij haar gezicht. “Eyyy slapende held, ben je eindelijk wakker.”
“Wat?” Jasper is verward en ziet nu pas dat hij zich in een ziekenhuiskamer bevindt. 
“Ja weet je nog, mijn plan, met die boom? Nou eehh, ik heb een gebroken been, en jij een zware hersenschudding.”
Ze hinkte naar het bed en ging naast Jasper liggen. Daar lagen de koalabeertjes. De een duizelig, en de ander in het gips. 

Mila’s hoofd lag op Jaspers schouder en ze draaide haar hoofd naar hem toe. Ze keek hem even aan en dan fluisterde ze: 
“Weet je, het duurde even, maar toch heb ik mijn held gevonden.”

Reageer!