Jumbo

29

“Jumbo, hier!”
Koen toetert met zijn handen rond zijn getuite lippen naar de kleine teckel die in het hoge gras verdwijnt. Af en toe zie je nog een lichtbruin kopje boven de witte, gele, en roze bloemen uitsteken. Maar de bloemen zijn allemaal stukken langer dan het uitgerekte hondje op vier korte pootjes.
Jumbo’s oren zijn lang, heel lang. Ze bungelen langs zijn bruine ogen naar beneden. Maar ook al zijn ze zo lang, luisteren doen ze niet.

Koen stampt met zijn voet op de grond. “Stoute Jumbo!”
Hij ziet het hondje nergens meer. Waarom luistert hij nooit! Elke dag hetzelfde liedje. Altijd loopt Jumbo precies de andere kant op dan zou moeten. Hij luistert gewoon niet naar hem.
Boos ploft Koen neer aan de rand van het gras, plukt wat kleine witte bloemetjes en gooit ze zomaar achter zich.

“He daar!” klinkt een zacht boos piepstemmetje.
Koen kijkt verbaasd om zich heen. Waar komt dat stemmetje vandaan?
“Waarom maak je mijn tuin kapot?”
De ogen van Koen worden groot. Want voor hem staat een boze muis. Hij staat rechtop en heeft zijn voorpootjes in zijn zij. De lange staart houdt hij stevig tegen de grond gedrukt, zodat hij niet omvalt.
Koen heeft nog nooit een muis van zo dichtbij gezien. En zeker geen boze muis. En zeer zeker geen prátende, boze muis. Die kleine kraaloogjes kijken zo kwaad naar hem dat Koen niks terug durft te zeggen.
“Je plukt bloemen uit mijn tuin.” De muis wijst naar de witte bloemetjes. “En dan zet je ze nog niet eens in een vaasje, maar gooit ze ook nog eens gewoon weg.” Zijn voortandjes knarsen op elkaar, zo erg dat zijn oren ervan wiebelen.
“Sorry..!” hakkelt Koen verlegen. Snel kijkt hij om zich heen, want het is natuurlijk wel erg gek om hardop tegen een muis te praten. Gelukkig is er niemand die hem kan zien.

Langzaam buigt Koen zich wat voorover zodat hij de muis wat beter kan bekijken. Het is vast een oude muis. Hij is helemaal grijs, zelfs zijn snorharen. Als Koen zijn ogen tot spleetjes knijpt ziet hij zelfs rimpeltjes rond de kleine oogjes.
“Hoe komt het dat jij kan praten?” fluistert Koen.
De muis zet een pootje achter zijn grote oor. “Wat zeg je?”
Koen wil het net nog een keer vragen als plotseling Jumbo aangerend komt. Het hoge gras zwiept heen en weer en de oude muis houdt zijn pootjes als bescherming boven zijn hoofd. Met zijn tong uit de bek blijft Jumbo voor Koen staan. Tot hij de muis ziet. Stilletjes sluipt hij met zijn staart tussen de pootjes naar achteren. Jumbo is bang voor de muis!
Voor Koen hem vast kan pakken bij zijn halsband rent Jumbo weer weg en verdwijnt opnieuw tussen het hoge gras.
“Jumbo! Jumbo!” Ook deze keer luistert Jumbo niet naar Koen.

Er klinkt een hard piepend muizenlachje uit het gras. Koen kijkt naar de muis, die rollend op zijn rug naast hem ligt. Zijn pootjes hebben zijn bolle buikje vast. “Hahaha, wie noemt zo’n klein hondje nu Jumbo! Hahahaha!”
Koen kijkt verbaasd naar de rollende muis. “Wel, ik.”
“Ik weet wel waarom hij niet luistert hoor!” hikt de muis tussen het lachen door. “Jumbo is een naam voor iets groots. Een olifant, of misschien een héle grote hond.” Hij veegt de traantjes weg die langs zijn wangen lopen. “Maar het is geen naam voor zo’n ieniemienie klein hondje!”
Koen haalt zijn schouders op. Wat maakt dat uit?
“De hond snapt niet dat je hem roept!” de muis is uitgelachen en eigenwijs zet hij zijn pootje in zijn zij. “telkens als jij Jumbo roept, denkt je hondje dat je een olifant ofzo roept. Dus luistert hij ook niet!”
Koen denkt diep na. “Denk je dat echt?”
De muis knikt. “Zeker weten! Geef je hond een naam die bij hem past, dan luistert hij vast naar je.”

~~~

Langzaam doet Koen zijn ogen open, de zon prikt in zijn gezicht. Hij wrijft in zijn ogen. Boven hem staat Jumbo, kwispelend en kwijlend. Onder hem is het zachte groene gras. Koen schiet overeind en kijkt zoekend om zich heen. Waar is de muis?
Jumbo rent weg, door het hoge gras en de mooie bloemen. Koen zet zijn handen rond zijn mond en roept: “Ukkie, hier!”
Wat denk je, luistert hij nu wel?

Reageer!