Kakeltje Kip

156

Tok Tok Tok.
Ik ben Kakeltje Kip.
En ik slaap op een stok.

Eten en drinken doe ik met mijn kleine bek.
Samen woon ik met mama, papa, broer en zus
achter een groot hek.

De boerin brengt ons graantjes.
Soms pik ik ze uit haar hand.
Hiep Hiep Hoera, morgen ben ik jarig.
En krijg ik een mand.

Lekker mooi en zacht.
Een kip zoals ik heeft geen vacht.

Maar pluimen overal.
Als ik eens wil vliegen dan is het bal.
Dan vliegen de pluimen overal in het rond.
En uit schrik leg ik een stront.
Oei, dat is niet flink gezegd van mij.
Maar een grapje op tijd en stond maakt mij blij.

Want als ik ga vliegen, dan komt de grote baas er aan.
Mijn papa Louis de haan.
Die is lekker stoer en hip.
Maar niet zo mooi als ik.

Auw, mijn buikje voelt zo raar.
Heel raar.
Te veel graantjes gepikt.
Mijn buikje zit te rond.
Mijn pootjes raken meer en meer de grond.

Ik ga beter liggen.
Vanaf morgen lekker in mijn mand.
Dat is beter dan mijn pootjes in het zand.

Maar nu ga ik slapen.
Ik moest al twee maal gapen.
De mand is toch voor morgen.
Dan zal ik rustig slapen zonder zorgen.

Morgen is mijn buikje beter.
En zal ik zeggen tegen iedereen:
“Hallo, ik ben Kakeltje Kip, lekker stoer en hip”.
Zo ben ik, zo is Kakeltje Kip.

Reageer!