Martijn loopt stilletjes tussen de grote rotsen door naar zijn hol. Hij is weer op een zoektocht geweest in mensenland en zijn gele rugzak zit vol met gevonden spulletjes.
De zon komt net op. Dit is geen tijd voor draken om nog buiten te zijn. Snel gaat hij naar binnen.

Andere draken vinden Martijn maar een rare. Vreemd eigenlijk. Hij ziet er net zo uit als de andere draken: blauwgroen, klein, vurige ogen en een scherpe punt op zijn neus en staart. Het lukt hem alleen niet om te vliegen. Hoe vaak hij het ook geprobeerd heeft. Hij weet hoe het moet: rug een beetje krom, vleugels uitvouwen en ze dan op en neer slaan.
Maar hij komt niet los van de grond. Nog geen centimeter. Dus doet hij alles lopend. En dat vinden de andere draken maar gek. Ook vinden ze dat hij een rare hobby heeft. In plaats van edelstenen, verzamelt hij mensenspullen. Maar dat is toch niet zo raar? Als je alles lopend doet, zie je veel meer dan als je vliegt.

Zijn hol is groot en rommelig. In alle hoeken zitten spinnenwebben. Aan het plafond hangen scherpe doorzichtige kristallen. En overal liggen dingen, hele vreemde dingen. Grote vierkante houten blokken en kleine gekleurde. Een zwart-wit rond ding met daarop de letters ‘deze bal is van Joris’ en vreemde platte dingen met wieltjes eronder.
Martijn gooit zijn rugzak in de hoek. Moe laat hij zich op zijn rotsbed rollen en valt in slaap.

Als het buiten donker is, wordt Martijn wakker. Hij staat op en rommelt tussen zijn spulletjes. Hij heeft alweer zin om op zoektocht te gaan, maar heeft ook honger.
Maar nergens kan hij iets te eten vinden. Hij zal iets moeten gaan zoeken.

Martijn is niet alleen een raar draakje, maar ook slim. Zo heeft hij ontdekt dat zijn voeten in die platte dingen met wieltjes passen. Naast zijn hol ligt een zwarte weg. Hij doet de wieldingen aan zijn voeten en met de gele rugzak op laat hij zich naar beneden rollen.
Dat gaat veel sneller dan al die afstanden lopen naar mensenland.

Copyright Sanne Kroon

Wat gaat het hard! Steeds harder en harder. En dan ineens… Pats, boem, au! Zijn knie, hoofd en elleboog zijn geschaafd en bloeden een beetje.
Een jongen buigt over hem heen. “Ben jij wel goed bij je hoofd? Skaten op een halfpipe zonder helm? Dommerik!”
Sprakeloos kijkt Martijn hem aan. Hij merkt het bloed niet eens op, zo verbaasd is hij.
Hij kijkt naar zijn armen en benen. Door de snelheid is hij omgetoverd in een mensenkind. Weg drakenhuid, weg puntstaart. En hij kan de mensen zomaar verstaan!

Nog vol van verbazing kruipt hij naar de zijkant van de halfpipe en kijkt naar de andere mensenkinderen. Met die wieldingen aan hun voeten gaan ze op en neer over de halfpipe en lachen hardop. Sommigen maken zelfs een salto. Dat wil hij ook proberen! Die zwarte dingen die ze aan hun armen en benen hebben, heeft hij ook in zijn rugzak! Gevonden tijdens zijn zoektocht de nacht ervoor. Hij kijkt goed naar de mensenkinderen en doet de zwarte dingen op dezelfde plek aan zijn eigen armen en benen.

Voorzichtig staat Martijn op en probeert het ook. Dat valt niet mee, je evenwicht bewaren zonder staart. Op en neer gaat het. Eerst een heel klein beetje, dan een beetje meer.
Hij krijgt in de gaten hoe het werkt en gaat hoger en hoger. Hij voelt de wind langs zijn gezicht als hij vaart maakt. Op het hoogste punt lijkt hij in de lucht te zweven en hij knijpt zijn ogen dicht. Hij vliegt!

Als Martijn zijn ogen weer opendoet, hangt er een spin voor zijn neus. Slaperig kijkt hij rond in zijn hol. Wat een maffe droom!

Reageer!