CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Waarom zijn dinosaurussen vleeseters of planteneters?
Waarom zijn honden alleseters en eten zij vlees, brokken, maar soms ook gras?
En waarom eten wij mensen vlees?

Mees eet geen vlees meer. 
Hij weet niet precies of hij het vies vindt, het onhandig vindt om te kauwen of dat het gewoon zielig is voor de beesten. Maar ineens vindt hij dat zo.
Zijn papa en mama vinden dat eerst maar raar. “Hoezo?” zegt zijn papa, “we eten toch bijna iedere dag vlees? In de saus, bij de stamppot of op de barbecue? Met ketchup, satésaus of zelfs op een broodje. Dat hóórt toch zo, met lekker veel groenten erbij?”
“Maar papa,” zegt Mees dan, “ik wil dat niet meer. Ik weet niet wat het is, maar mijn buik zegt dat het niet meer hoeft.”
“En als er kerriesaus bij is?” vraagt mama. “Of zit er misschien een tand los, waardoor je moeilijk kunt kauwen?”
“Nee, nee…” zegt Mees. “Dat is het allemaal niet.”
“Uhm…” zegt papa, “en hoe zit het dan met frikandellen op vrijdag?”
“Zit daar vlees in?” vraagt Mees. “Dan hoeft dat voor mij ook niet meer.”

De mama van Mees weet niet goed wat voor eten ze nu moet gaan koken voor hem. Want, wat eten mensen dan eigenlijk als ze geen vlees meer eten? Extra groenten misschien, of meer aardappelen? Mama weet het niet.
Ze vraagt het aan de buurvrouw, aan opa met zijn moestuin en ook aan die aardige moeder van vriendje Jonathan op het schoolplein. Maar wat ze nu moet gaan koken, weet ze nog steeds niet precies.

Ze kookt op maandag knollebollen; op dinsdag krijgt Mees smurriecurry en op woensdag ligt er een echte makkel op zijn bord. Donderdag zet Mees zijn tanden in een takkebroes en het weekend start met friettedèl. Eigenlijk durft Mees niet tegen zijn mama te zeggen dat het echt vies is, bah!

“Dit gaat zo niet. Zo word ik nooit groot!” denkt Mees. Daarom vraagt hij op een middag aan zijn mama of hij mag helpen bij het koken.
“Nou,” zegt zijn mama, “kun je dat dan?”
Dat weet Mees eigenlijk ook niet. Maar viezer dan het eten van zijn mama; dat kan niet!
“Voor vanavond heb ik al flox voor je gekookt, maar morgen zou wel kunnen. Dan doen we het gezellig samen. Ik laat jou zien hoe je kookt zonder vlees. Want dat is best makkelijk,” zegt Mees’ mama.
“Makkelijk misschien wel, maar vies ook,” denkt Mees bij zichzelf.

Die avond wil Mees vroeg naar bed. Stiekem neemt hij een kookboek achter uit de kast mee en stopt het onder zijn shirt. Zo neemt hij het mee naar boven zonder dat zijn moeder het ziet.
Hij heeft nog nooit een kookboek bekeken of er in gelezen. Wat staat er eigenlijk allemaal in? Met een nachtlampje aan bekijkt hij de plaatjes. Al bladerend bedenkt hij wat er lekker uit ziet en wat hij zou kunnen gaan koken. Vol ideeën valt hij uiteindelijk in slaap, het is al diep in de nacht.

‘s Middags komt Mees uit school. Hij wil nog even in het kookboek bladeren wanneer zijn mama hem al roept vanuit de keuken. “Meessie,” zegt ze, “ik heb wat spullen klaargelegd. Wat dacht je van branti uit de oven?”
“O nee!” denkt Mees met een bezorgd gezicht, “niet nóg zo’n maaltijd!”
Hij denkt terug aan het kookboek en aan alle plaatjes die hij gisteren had gezien. Hij raapt zijn moed bijeen, schraapt zijn keel en stelt voor: “Uhm, mam, ik heb eigenlijk iets anders bedacht. Zullen we vegetarische lasagne maken?”
“Lasagne?!” schrikt zijn moeder. “Maar daar zit toch vlees in? Dat staat altijd wel op de verpakking.”
“Nee dat hoeft niet,” stamelt Mees, “het kan ook anders, zo heb ik het gelezen in een kookboek.”

En daar staat mama dan. Met een pakje in haar hand om branti te maken. Je hoeft er alleen maar water bij te doen, dan goed roeren en een beetje extra zout, als je dat lekker vindt. Klaar is Kees. Zo makkelijk is het om zonder vlees te koken…
Maar mama proeft nooit van dit soort eten. Ze durft eigenlijk niet, omdat ze het niet kent. En ja, ze zegt altijd tegen Mees dat hij alles moet proeven, maar zelf… ho maar.

Mees zet het pakje branti opzij en loopt naar boven om het kookboek te pakken. Bij de vegetarische lasagne heeft hij een puntje van de bladzijde omgevouwen, dus kan hij het makkelijk terugvinden. Hij leest even wat er klaargezet moet worden. “Mam, hebben we uien, tomaten en kaas in huis? En misschien een beetje melk?”
“Uhm…” hoort hij zijn moeder hardop nadenken. “Nee, niet echt. Zullen we eerst even boodschappen doen bij de supermarkt? Maak jij een lijstje dan? Ik ben wel nieuwsgierig.”

Samen gaan Mees en zijn mama boodschappen halen met het lijstje dat Mees heeft gemaakt. Eenmaal thuis leest mama ook eens in het kookboek en samen volgen ze de stapjes van het recept: groenten snijden, saus maken en als laatste kaas erover. De lasagne gaat de oven in en na een tijdje ruikt het heerlijk in huis.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Later zitten Mees, mama en papa aan tafel. Papa is net thuis van z’n werk en vraagt voor het eerst sinds lange tijd wat er die avond op het menu staat: “Als het net zo goed smaakt als het ruikt, dan heb ik reuzehonger!”
Allemaal eten ze heel smakelijk van de lasagne. Papa en mama missen het vlees zelfs niet. En Mees, die zit voor het eerst weer te smullen en te genieten. Want hij vindt het ook superleuk om zelf te maken, easypeasy!

“Jongen,” zegt papa, “mama vertelt net dat jij hebt gekookt vandaag. Ik heb bijzonder lekker gegeten. Wil jij niet vaker koken? Zo zonder vlees is prima en je proeft er niets van. Ik heb dit niet eerder gegeten, maar stiekem hoop ik nu dat jij iedere week wel zoiets lekkers wil maken.” En hij geeft Mees een knipoog.
“Ik ben supertrots op jou, Meessie,” zegt mama. “Dat je zelf kiest om zonder vlees te eten, zelf op zoek gaat naar lekkere dingen en ons ook nog leert dat er meer lekkers is te maken dan wij wisten…”

Mees is blij. Blij dat hij voortaan weer lekker kan eten. Maar ook blij omdat hij heeft geleerd om zelf te koken en dat zijn ouders het nu ook snappen. Mees eet geen vlees, toch eet Mees voortaan lekker. En zijn ouders ook!

Reageer!