Een enkele keer heb ik het volgende verhaal weleens aan grote mensen verteld, maar niemand geloofde me. Sterker nog, ze lachten me uit en dat terwijl ik kon bewijzen dat het waar was.

Maar misschien komt dat omdat oudere mensen geen fantasie hebben. Ze kunnen het zich gewoon niet voorstellen en dan is het voor hen niet waar. Maar kinderen hebben wel fantasie en daarom zal ik het nog één keer vertellen. Het verhaal gaat over een olifant die een mol wilde zijn.

Een olifant is, zoals we weten, een heel groot dier. Het heeft een slurf zodat de olifant zowel takken uit hoge bomen kan eten alsof het struiken waren die op de grond groeiden. Heel handig voor dat soort dingen. Maar hij is dus een planteneter. Je ziet ze ook weleens in ons land, dan staan ze in een dierentuin of circus.

Maar wat misschien niet iedereen weet, is dat zo’n olifant een staart heeft met een borstelig uiteinde. Nu bezocht ik eens een dierentuin waar ik een olifant zag staan zonder zo’n borsteltje en omdat ik dat vreemd vond, vroeg ik hem hoe dat kwam. De olifant vertelde me het volgende:

Voordat ik hier in de dierentuin rondliep, was ik circusolifant. Ik deed kunstjes voor het publiek en vond dat best leuk. Het circus waar ik bij hoorde, reisde het hele land door. En als ze soms in een rustig dorp waren, mocht ik ook weleens los lopen, zodat ik wat van bomen en struiken kon eten. Zo gebeurde het dat ik op een dag langs de kant van de weg een mol in het gras zag. Nu zitten mollen normaal gesproken altijd onder de grond om gangen te graven om zo wormen te kunnen vangen.  Maar soms komen ze ook weleens boven de grond, bijvoorbeeld, om een brede weg over te steken. En op zo’n moment zag ik hem. Ik besnuffelde hem wat met mijn slurf en vroeg: “Hoe is dat, de hele dag onder de grond. Vind je dat niet eng?”

“Nee hoor”, antwoordde hij, “het is juist spannend. Het is donker en je weet nooit wat je in een gang tegenkomt”.
“Dat wil ik dan ook weleens meemaken”, zei ik toen, “maar daar ben ik als olifant niet geschikt voor”.
“Onzin”, zei de mol. “Weet je hoe je dat doet? Je steekt je slurf in een molshoop en zuigt dan zo hard als je kunt en voor je het weet zit je onder de grond”. 

Zo gezegd, zo gedaan en nadat ik ontzettend hard gezogen had en na enig wroetwerk om mijn grote lichaam zo’n mollengang in te persen, ja hoor, zat ik met mijn hele lijf onder de grond. Alleen het puntje van mijn staart bleef nog boven de grond uitsteken. Maar inderdaad, het was daar pikkedonker en best wel een beetje eng.
“En nu?” vroeg ik toen aan de mol die naast me in de gang zat.
“Wormen vangen, natuurlijk”.
“Ik vind het hier best spannend”, antwoordde ik, “maar ik lust helemaal geen wormen. Ik houd van takken en bladeren en fruit vind ik ook heel lekker, maar wormen, nou nee.”
“Tja”, zei de mol, “dan heb je hier verder weinig te zoeken”.
“Nou, dan ga ik maar weer”, zei ik en perste mezelf weer naar buiten. Alleen het puntje van mijn staart moest eerst onder de grond en toen weer naar buiten en dat lukte niet zodat de kwast bleef steken en losliet.

“Vandaar dat je nu een kale staart hebt”, zei ik toen tegen de olifant, “maar deed dat geen pijn?”
“Nee hoor, en bovendien zat hij al een beetje los en als het goed is groeit hij na verloop van tijd gewoon weer aan”.
“Ik geloof niks van je verhaal”, antwoordde ik.
“Eigenlijk kan me dat niet schelen. Maar ik kan het toevallig bewijzen”.
“Huh?”

Nu is het bekend dat olifanten een heel goed geheugen hebben en dat klopt, want hij noemde de naam van het dorp en de weg waar het gebeurd was en waar volgens hem het puntje van zijn staart nog boven het gras langs de weg moest uitsteken.

Een paar weken geleden ben ik naar dat dorp toe gereisd en heb die bewuste weg opgezocht en geloof het of niet, die staart stak nog steeds boven het gras uit en om het te bewijzen heb ik er een foto van gemaakt. En als je het nu nog niet gelooft, weet ik het niet meer.

Copyright Jan Rood

Reageer!