CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Joris loopt door de Kerkstraat, Hondje huppelt naast hem.
“Hallo Joris,” hoort hij roepen.
Het is opa Verschuren. Hij zit met een paar oude kameraden op een bankje onder de eik die midden op het Kerkplein staat en rookt tevreden zijn pijpje. Heel lang geleden zijn ze samen soldaat geweest, heeft opa wel eens verteld.
“Dag opa,” roept Joris. Hij zwaait en loopt door.
“Wat heb je een haast jongen?” zegt opa.
“Ik moet een boodschap doen voor moeder, opa.”
“Dat is goed jongen, help jij je moeder maar.”

Daar komt meneer Hinkepink ook aan. Zijn wandelstok tikt op de stoep.
Hij gaat voor de bank met de oude kameraden staan en zegt: “Schamen jullie je niet dat je hier de hele dag maar niets zit te doen?”
Opa zegt: “Wat krijgen we nou, we hebben lang genoeg gewerkt.”
Joris staat te luisteren naar wat meneer Hinkepink zegt. Hij vindt het maar raar. Meneer Hinkepink werkt zelf ook nooit.
“Jullie zouden best een paar uur in mijn tuin kunnen werken,” zegt meneer Hinkepink.
Hondje fluistert in Joris zijn oor. “Ik heb van Tobias, het hondje van de freule, gehoord dat meneer Hinkepink zijn tuinman heeft ontslagen.”
“Er staat een oude lelijke boom in mijn tuin. Hij past daar niet. Ik wil dat hij omgehakt wordt. Dat zouden jullie toch mooi kunnen doen, of niet soms?” vraagt meneer Hinkepink.

In de eik vlak boven het bankje zit een oude kraai op een tak. Steeds als meneer Hinkepink wat zegt, begint de kraai te krassen.
“De kraai vertelt,” zegt Hondje tegen Joris, “dat meneer Hinkepink de tuinman heeft ontslagen omdat hij de boom niet om wilde hakken omdat er kraaiennesten in zitten.”
Opa schudt zijn hoofd en zegt: “Zoek maar iemand anders.”
“Ook goed,” zegt meneer Hinkepink. “Dan ga ik wel naar de houthakker. Ik dacht jullie een plezier te doen. Wat extra geld verdienen is toch nooit weg, zeg ik altijd maar.”
Joris en Hondje brengen de boodschappen naar huis.
“Meneer Hinkepink wil een boom waarin kraaien hun nesten hebben gemaakt om laten hakken,” zegt Joris tegen zijn moeder. “Kunnen we niet iets doen om de kraaien te helpen?”
Moeder pakt de boodschappen aan en zegt: “Ik heb geen idee.”
“Moeder, kun je meneer Hinkepink niet gewoon voor altijd in een pad veranderen, of zoiets?”
“Je weet dat ik eigenlijk niet mag toveren en soms gaat het ook mis. Stel je voor dat ik per ongeluk jou of je vader voor altijd in een pad verander, ik moet er niet aan denken.”
Joris zucht. Nee, het lijkt hem niks om pad te worden.
“Maar we kunnen toch wel iets doen?”
Hondje fluistert Joris iets in zijn oor. Joris straalt en zegt: “Ja, dat gaan we doen.”
“Wat gaan jullie doen?” vraagt moeder. “Toch geen kattenkwaad hoop ik.”
“Nee hoor,” zegt Joris. “We gaan de kraaien helpen. We verstoppen de bijl van de houthakker. Zonder bijl kan hij de boom niet omhakken.”
“Dan zal de houthakker erg boos op je worden, denk je niet?”
Joris zijn gezicht wordt somber en hij zegt: “Maar wat moeten we anders?”
“In ieder geval niet iets waar andere mensen last van hebben.”
Joris zegt: “Moeten we meneer Hinkepink dan de kraaienboom laten omhakken. Mag dat zomaar?”
Moeder zegt: “Ga nog maar even buitenspelen, Joris, ik moet aan het eten beginnen.”
Buiten op het bankje onder de boom zit opa met zijn kameraden plannen te maken, net als vroeger.
“Joris,” roept opa, “Kom eens even hier. We hebben een plannetje bedacht en daar hebben we jou voor nodig, want onze oude benen lopen niet meer zo hard.”
Joris draait zich om want hij hoort het tikken van de stok van meneer Hinkepink. Opa houdt zijn vinger voor zijn mond en zegt: “Sssstttt.”
“Die houthakker is al net zo lui als jullie,” zegt meneer Hinkepink. “Hij heeft pas over twee weken tijd. Moet je nagaan, moet ik al die tijd tegen die lelijke boom aan blijven kijken.”
De oude mannen kijken naar meneer Hinkepink en schudden hun hoofd.
“Het is me toch wat,” zegt opa.
“Ik heb een voorstel,” zegt meneer Hinkepink. “Ik betaal jullie ieder 20 euro.” Hij steekt zijn hand in de binnenzak van zijn jas.
Hij spert zijn ogen open en schreeuwt. “Help, ik ben bestolen, mijn portefeuille met al mijn belangrijke papieren is weg. Help politie, houd de dief, waarom doet niemand iets?”
Meneer Hinkepink laat zich naast opa op het bankje vallen. Opa klopt hem op de rug en zegt: “Rustig maar meneer Hinkepink, rustig maar, u heeft hem vast ergens laten liggen, er zijn toch geen dieven hier in het dorp.”
“Dat weet ik zo net nog niet,” zegt meneer Hinkepink. “Ik laat hem heus niet zomaar ergens liggen, daar is hij veel te belangrijk voor. Nee, ik weet het zeker, hij is gestolen. Ik ga bij de politie aangifte van diefstal doen.”
Meneer Hinkepink staat op en loopt weg.

Joris bukt zich voorover naar Hondje en zegt: “Kun jij niet aan de honden in het dorp vragen of die iets gezien hebben?” Woef, blaft Hondje en draaft de Kerkstraat in. Binnen een paar minuten is hij al terug.
Joris gaat op zijn hurken zitten en Hondje zegt: “De hond van de slager heeft gezien dat meneer Hinkepink zijn portefeuille daar heeft laten vallen zonder dat hij het zelf merkte.”
Joris knikt en fluistert: “Weet je ook waar die portefeuille nu is?”
“Ja,” zegt Hondje. “De hond van de slager heeft de portefeuille van meneer Hinkepink begraven.”
“Oh?” zegt Joris.
“Meneer Hinkepink heeft hem een keer met zijn wandelstok geslagen.”
“Weet je ook waar hij de portefeuille begraven heeft?” vraagt Joris.
“In de boomgaard achter de winkel van de slager naast de pruimenboom.”
“Dat moeten we moeder vertellen,” zegt Joris.

Joris en Hondje gaan naar huis. Het is woensdagmiddag. Vader heeft vrij van school.
Joris vertelt wat hij van Hondje gehoord heeft.
Vader gaat een schop in de schuur halen.
“Ik ga wel even kijken of ik hem vinden kan,” zegt vader. Met de schop over zijn schouders verlaat hij de keuken.

Niet veel later komt hij terug. Hij zwaait met de portefeuille van meneer Hinkepink en legt hem op tafel.
“Als ik het niet dacht,” zegt meneer Hinkepink, die net op dat moment de keuken binnen komt lopen.
“Ook goedemiddag,” zegt vader.
“Jullie hebben mijn portefeuille met allemaal belangrijke papieren gestolen en wat ziet hij eruit.”
Meneer Hinkepink loopt naar de tafel en wil zijn portefeuille pakken, maar vader is hem te snel af.
“Geef hier,” brult meneer Hinkepink. “Dit is diefstal, dat ga ik tegen de politie zeggen.”
“U heeft hem verloren en wij hebben hem gevonden, dus hebben we recht op een beloning,” zegt vader met een brede grijns op zijn gezicht.
Meneer Hinkepink doet opnieuw een uitval, maar vader houdt de portefeuille buiten zijn bereik.
“Mevrouw Verschuren, wilt u tegen uw man zeggen dat hij mij mijn portefeuille terug moet geven. Dit is diefstal!”
Moeder lacht liefjes naar meneer Hinkepink maar zegt niets.
“Oh,” zegt meneer Hinkepink. “Als het zo staat, nu vooruit dan maar.” Hij zucht diep, steekt zijn hand in zijn zak en legt één euro op tafel.
Vader loopt naar de kachel, opent het deurtje zodat je de vlammen kunt zien.
“Als hij u niet meer waard is,  gooi ik hem zo in de kachel,” roept vader.
“Nee, nee alsjeblieft niet doen,” zegt meneer Hinkepink en hij verruilt de euro voor een briefje van vijf.
Vader houdt de portefeuille angstig dicht bij het open deurtje.
“Niet doen, niet doen,” zegt meneer Hinkepink. Hij gaat op zijn knieën voor vader zitten en heft zijn handen smekend omhoog.
“U kunt de portefeuille terug krijgen onder twee voorwaarden.”
“U kunt alles van mij krijgen,” zegt meneer Hinkepink. “Wilt u honderd euro?”
“Nee,” zegt vader. “We hoeven geen geld. De eerste voorwaarde is dat u uw tuinman weer in dienst neemt.”
“Maar die wilde niet doen wat ik zei,” zegt meneer Hinkepink. Vader maakt een dreigende beweging richting het open deurtje.
“Goed, goed,” zegt meneer Hinkepink. “Ik zal hem volgende maand weer in dienst nemen.”
“Niks volgende maand,” zegt vader. “Morgen.”
“Oké, morgen dan.”
“En de tweede voorwaarde is dat u de boom met de kraaiennesten niet laat omhakken.”
“Maar de kraaien poepen op mijn dure Engelse gazon.”
Vader doet de portefeuille open haalt er een papier uit, dat er heel officieel uitziet en houdt dit voor het open deurtje. Het begint al te bruin te worden.
“Nee, nee,” schreeuwt meneer Hinkepink en op zijn knieën kruipt hij naar vader. “Alsjeblieft niet verbranden, dat is een heel belangrijk contract, ik beloof alles.”
“Goed,” zegt vader en geeft meneer Hinkepink zijn portefeuille terug.
“Maar dit belangrijke contract houd ik nog even,” zegt vader. “Voor het geval u onze afspraak vergeet.”

Joris en Hondje lopen naar buiten en vertellen aan opa en zijn oude kameraden hoe boos meneer Hinkepink was, maar dat hij beloofd heeft zijn tuinman weer in dienst te nemen en de kraaienboom niet om te hakken.
Krassend vliegt de oude kraai weg.
“Hij gaat het goede nieuws aan zijn familie vertellen,” zegt Hondje tegen Joris.

Reageer!