Hoog in de wolken
Drijft een regendruppel, hooghartig en trots
‘Oh, wat is het hier saai
En dat uitzicht is helemaal niet fraai’
Plots begint de lucht te kolken
En laat de wolk zijn lading los, heel plots

Kilometers lang valt de druppel omlaag
‘Had ik maar goed gekeken toen het nog kon
Zal het uitzicht ooit zo mooi nog worden? Dat is de vraag
Waarom heb ik niet genoten van de wind, het uitzicht en de zon?’

En zo viel de druppel verder en verder
Hij miste al het moois dat hij tegenkwam
Een regenboog, fraaie schepen en heel in de verte een herder
Hij bleef maar klagen; er kwam geen eind aan het gezwam

Daar kletterde hij op het water van de zee
En het geklaag klonk weer: ‘Ach en wee
Zonet was ik nog in de lucht
Maar keek niet op of om
Zag die vogels niet in hun vlucht
Oh, wat was ik toch weer dom’

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

De andere druppels in de zee
Konden het niet meer aanhoren
Het geëmmer, gezeik en talloze malen: “Ojee”
Het begon hen enorm te storen

Ze duwden en trokken hem omlaag
Verder en verder de diepte in
‘Zal ik hier ooit nog uitkomen’, was voor hem de vraag
Want onze regendruppel zakte en daalde met tegenzin

Drieduizendvijfhonderdenachtenzeventig meter
Om precies te zijn – en vierendertig centimeter
‘Was ik maar gestopt met klagen
Ik lag bovenop het water en bleef maar doorzagen’

‘Over wat mij overkwam
Maar het was alleen maar gedram
De wereld boven is zo fraai
Hier zie je bijna niets, alleen een enkele haai’

Donkerder en donkerder werd het om hem heen
Het zonlicht vervaagde, tot het uiteindelijk verdween
Maar de bodem bereikte onze druppel net niet
Daar lag een oester en tot zijn groot verdriet
Werd de druppel door de spleet geduwd
Veroordeeld tot volslagen duisternis; met de oester gehuwd

Jarenlang lag onze druppel daar
En de eerste honderd maanden was hij met klagen nog niet klaar
Maar op een dag
Het was 15 februari
Als ik het goed zag
Kwam daar een duiker in bikini

Ze pikte de oester op en bekeek haar vangst tevree
Kordaat nam ze een besluit en nam ‘m mee
Naar de markt is waar ze heen ging
Ze wilde de oester verkopen, dat mooie ding

Een klant was er al gauw
Geen fijne vent; de verkoopster kreeg een snauw
Plots gebeurde het; als een wonder
De oester ging open; onze druppel vond het heel bijzonder

Sprakeloos was hij van alles wat hij zag
Geluk had de druppel zeker; het was overdag
Geen klacht of gemopper was te horen
Het leek of hij zijn tong had verloren

Het enige wat onze druppel deed
Was kijken naar alles wat er liep, vloog en reed
Hij nam alles wat hij zag goed in zich op
De kleuren van de kraam, een meisje genietend van haar drop

Nu moet ik kijken, dit is hét moment’
Straks is alles verdwenen
Ik moet me gedragen als een stoere vent
Dat geklaag zit niet meer in mijn genen’

De druppel keek en keek en keek
Hij genoot volop en het leek
Of dit gelukzalige uur nooit meer over zou gaan
Maar helaas kwam er een eind aan zijn bestaan

De zon scheen hard en fel
Bij een druppel water weet je het dan wel
Onze vriend verdampte alras
Even later bleek dat hij verdwenen was

Maar alle kleine waterdeeltjes kwamen gelukkig weer bijeen
Gedreven door de wind, opgenomen in een wolk
Onze regendruppel was plots onderdeel van een nieuw regenvolk
Dat zomaar boven in de lucht verscheen

Zoveel wijzer was onze regendruppel nu wel
Hij riep zijn soortgenoten om zich heen en en scandeerde: ‘Ik vertel
Jullie, dat je goed moet opletten
Als je klaagt, maak ik met jou korte metten’

‘Kijk naar achteren en naar voren
Omhoog en omlaag
Laat je niet afleiden of storen
Door een vliegtuig, generator of kettingzaag’

‘Carpe diem; pluk de dag!
Dat is alles wat je zeggen mag
Bewonder de aarde, als ware het tovenarij
Geloof me; voor je het weet is het weer voorbij’

Reageer!