Toen Tommie wakker werd, keek hij eerst goed naar het plafond. Gelukkig, geen vleermuizen. Tommie hield niet zo van vleermuizen en helemaal niet als ze aan zijn plafond hingen.
Daarna keek hij voorzichtig onder zijn bed. Nee, ook geen krokodil. Dit beloofde een goede dag te worden.

Voorzichtig stapte hij met zijn blote voeten op de grond en liep naar beneden. Mama en Papa sliepen nog, want hun kamerdeur was dicht. Toen Tommie de deur van de woonkamer opendeed, zag hij direct dat er een groot nijlpaard op de stoel van papa zat. Ze had een geel jurkje aan en las de krant.
“Goedemorgen,” zei het nijlpaard.
Het leek Tommie maar het beste om vriendelijk terug te groeten.

Op de sofa zaten een giraf met een roze sjaal om zijn nek en een groene zebra. Tommie paste er maar net tussen.
De giraf was snipverkouden en moest steeds niezen. Nadat de giraf 3 keer een zakdoek vol gesnoten had, vond Tommie het niet meer leuk. Ook had hij flinke trek gekregen. Papa en mama vonden het vast niet erg als hij iets te eten zou nemen. Hij liep naar de keuken en voelde zand tussen zijn tenen. “Dat is raar, zand op de grond,” dacht hij.

Op dat moment zag hij dat er wel 8 apen in de keuken waren. Ze slingerden van de ene kast naar de andere. Ze hingen aan de lamp en ze deden de bestek-la open.
“Hey, stop,” riep Tommie, “daar mag je niet aankomen, dat is gevaarlijk.”
De apen keken even naar Tommie en gingen toen gewoon door waar ze mee bezig waren.

De kleinste aap, die met het kabouterhoedje op, had een keukenkastje opengemaakt. En de aap met het rugzakje haalde al het broodbeleg eruit. Een andere aap maakte het pakje hagelslag open en strooide bijna alles op de grond.
Tommie schrok. Hier waren papa en mama zeker niet blij mee. Die apen moesten weg uit de keuken, dat was wel duidelijk. Tommie pakte een beker en deed er water in. Daarna gooide hij het water naar de apen. Dat werkte, gelukkig. De apen renden krijsend naar de woonkamer, waar het nijlpaard, de zebra en de giraf nog zaten.

Tommie veegde gauw de hagelslagjes met zijn hand onder de kast en hij deed het deurtje dicht. Zo, nu zag niemand er meer iets van. Inmiddels was Tommie best moe geworden, dus liep hij weer zachtjes naar boven. Nog even slapen.
Toen hij een tijdje later weer wakker werd, hoorde hij papa en mama praten in de woonkamer. Fijn, zij hadden vast al tegen de dieren gezegd dat ze weg moesten gaan. Vrolijk huppelde hij de woonkamer in.

Op de bank zaten papa en mama. Ze keken helemaal niet blij.
“Wat heb jij gedaan, Tommie? Er liggen allemaal zakdoeken op de grond. En de hele keukenvloer ligt vol met hagelslag?”
“Ik?” zei Tommie, “maar dat heb ik niet gedaan, dat waren al die dieren.”
“Welke dieren nu weer, Tommie?” vroegen papa en mama streng.
“De giraf heeft de zakdoekjes op de grond gegooid en de apen hebben de keuken vies gemaakt! Ik heb alles opgeruimd en ik heb de apen weggejaagd. Maar het nijlpaard, de zebra en de giraf waren te groot, dat durfde ik niet.”
“Ja, ja de apen,” zei papa. “Jij weet zelf wel welke aap die rommel gemaakt heeft. Kijk maar eens goed in de spiegel en daarna ga je met mij samen de keuken helemaal schoonmaken.”
“Nou, echt, ik heb dat niet gedaan,” mopperde Tommie. Maar toen hij in de spiegel keek, zag hij dat er nog 3 hagelslagjes op zijn wang zaten. En aan zijn voeten voelde hij opeens kruimels. “Denk je dat de apen ook koekjes hebben gegeten, papa?” vroeg Tommie, toen hij samen met zijn vader alle hagelslag onder de kast vandaan veegde.
“Ik vrees van wel,” zei vader. “En ik hoop dat ze dat nooit meer doen.”
“Ik denk dat ze dat niet meer durven,” zei Tommie. “Ik heb ze goed weggejaagd met water.”
“Dat dacht ik al,” antwoordde papa zuchtend, en hij maakte de vloer droog.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com
Vorig verhaalMijnheer Kangoeroe
Volgend verhaalEr was eens… (1/2)

Reageer!