Er klinkt gerommel en gestommel ver achterin het bos.
Waar komt het vandaan?
Hoor jij het?
Het komt uit het huisje van Vos.

Hij is in paniek.
Hij zoekt in alle hoeken.
Onder de bank, op de tafel, onder zijn bed,
achter de boeken.

Je vraagt je af, waarnaar zoekt Vos al die tijd.
Wel het zit zo, Vos is zijn staart kwijt.
Vos zegt: “Ik snap er niks van. Waar is mijn staart? Hij is niet in huis.
Misschien ligt hij wel in het holletje van Muis.”

Vos loopt naar het gaatje in de muur.
Hij klopt op het deurtje. En roept: “Muis ben je thuis!”
Muis komt naar buiten en vraagt wat er is.
Vos draait in het rond.
Muis kijkt naar zijn kont.
Ze roept: “ik weet het al… Daarom hoor ik al dat gerommel de hele tijd!
Je bent je staart kwijt!”

“Ja,” zegt vos, “het is echt iets wat ik mis.
Ik ben zo vos niet. Weet jij waar mijn staart is?”
Muis zegt: “Nee, maar ik zal kijken in al mijn hoeken.”
Ze gaat haar holletje in en begint te zoeken.
Vos kijkt naar buiten en hoort de vogels fluiten.
Misschien weten zij wel waar mijn staart is, denkt Vos.

Vos loopt naar de vogels toe en vraagt “hebben jullie misschien mijn staart gezien?”
“Nee,” fluiten ze alle tien.
“Maar als we hem vinden zullen we naar je toe komen.”
En ze beginnen met zoeken tussen de bomen.

Vos kijkt om zich heen.
“Zonder staart,” snikt hij, “voel ik me alleen.”
Hij loopt verder en kijkt of hij zijn staart ziet.
Want zonder staart, vindt vos, is hij vos niet.

Hij loopt verder vooruit.
Ineens hoort hij roepen: “Stop, kijk uit!”
Hij kijkt naar beneden onder zijn voet.
Daar zit egeltje opgerold onder haar hoed.

Ze kijkt op en vraagt wat er is.
Vos draait zich om en zegt: “Kijk het is mijn staart die ik mis.
Heb jij misschien mijn staart gezien?”
Egeltje zegt niets en verdwijnt.
Tot ze na een paar minuten weer verschijnt.
Ze kijkt vos aan en zegt: “Ik heb overal gezocht in mijn holletje, lieve vos.
Maar ik heb hem niet gezien. Hier heb je een lang stuk mos.”
En ze geeft het aan Vos.

Vos pakt het mos en zegt: “hé, dat is een goed idee.”
Hij plakt het achter op zijn kont.
Maar ojé, het valt weer op de grond.
Egeltje zegt: “wacht maar, ik weet wel wat.”
Ze komt terug met een grote pot lijm.
En ze plakt het zo achter op zijn gat.
Vos die zegt: “dank je wel Egeltje!”

Hij loopt verder en ziet de hond van de herder.
Die begint meteen te lachen, heel hard.
“Haha! Haha! een vos met een staart van mos.
Wat is die heel erg de klos!”
Niemand wordt graag gesard.
Vos begint te huilen en loopt maar door.
Dan ineens hoort hij de tien vogels zingen in koor.
“Vosje Vosje Vosje Vos! Niet huilen hoor!
Wij brengen je op ‘t juiste spoor!”

Vos kijkt op en lacht.
Ze vliegen naar hem toe.
Hij vraagt zacht:
“Waar dan? Ik ben ‘t zonder staart nu moe!”
Een vogel gaat voor hem zitten
en geeft hem een ansichtkaart.
Daarop staat: “Lieve vos, niet vitten:
ik ben op reis, ‘t ligt in mijn aard.
Ik wil de wereld zien, van Spanje tot de Britten.
Wanneer ik terug ben weet ik niet, misschien in maart.
Groeten van je vriend Staart.”

Vos kijkt naar de kaart.
En naar zijn staart.
Hij denkt, wat moet een vos
met een staart van mos?
Sip loopt hij verder door het bos.
Af en toe laat hij een traan.

Ineens ziet hij daar vriend Uil staan.
Die komt naar Vos toe en zegt:
“Ik heb het gehoord van je staart.
Het verhaal kwam van vriend Specht.
Moeder Gans en ik hebben een verrassing voor je, en taart.”

Dat laat Vos zich geen twee keer zeggen en gaat mee.
Binnen zitten al zijn vriendjes aan de tafel van moeder Gans en drinken thee.
Na de taart komt een cadeau.
Alle vriendjes roepen “Oh!”

Vos maakt het pakje open en vindt…
Een mooi gebreide staart met een lint.
Heel erg zacht, net als zijn vacht.
En als moeder Gans die op z’n kont vastbindt,
kijkt vos om en roept: “Dag staart van mos!”
Want die moest natuurlijk eerst los.

“Met deze staart zo zacht als mijn vacht,
ben ik heel erg blij, moeder Gans, en wacht…”
Hij kust moeder Gans heel lief op de wang,
en barst daarna uit in vossengezang.

Hij ging trots naar buiten. En ging naar huis.
Lekker samen knuffelen met vriend Muis.

Misschien ben jij ook wel een keertje aan het wandelen in het bos.
Als je een oranje dier ziet met een gebreide staart, dan is het Vos.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com
Vorig verhaalBiggetje Bee – Carnaval
Volgend verhaalDe elfjes

Reageer!