Er was eens een klein meisje. Zij woonde in een paars huisje achter de derde heuvel buiten het dorp. Omdat zeven haar lievelingsgetal was, noemde zij zichzelf Zevelientje. Ze had prachtig lang haar waarvan ze elke morgen zeven dikke vlechten maakte. Daarna kookte ze zeven eitjes die ze met een klein beetje suiker in zeven happen opat. Dan deed ze haar jas met zeven knopen aan en huppelde naar het dorp.
Misschien konden de mensen haar hulp vandaag wel gebruiken, want mensen helpen deed ze het liefst.

Onderweg kwam Zevelientje een oud mannetje tegen, die tien zware boodschappentassen tegelijk probeerde te dragen, maar telkens liet hij er drie vallen. Zevelientje droeg de drie tassen helemaal naar zijn huis.

Een jongen met een geruite pet op riep: “Help!”, want zijn fiets ging alleen maar achteruit. Zevelientje zette de jongen achterstevoren op zijn fiets en hup, hij ging weer vooruit.
Ze hielp ook nog een hond met buikpijn, een meisje met te kleine schoenen en een dakloze slak. En zo hielp Zevelientje zeven keer per dag.

Op een dag was het heel druk in het dorp. Alle mensen stonden op straat met elkaar te praten. Ze keken bang. Zevelientje vroeg wat er aan de hand was.
“Er is een reus in het bos! En die reus is heel erg hebberig. Hij wil het hele bos voor zichzelf hebben en nu moeten wij verhuizen of anders…”
“Of anders wat?” vroeg Zevelientje.
“Anders gaat hij op onze huizen staan! En waar moeten we dan wonen?”
“Zal ik helpen?” vroeg Zevelientje.
“Nee, hier ben jij veel te klein voor!” zeiden de grote mensen. Ze gingen in een kring staan om een plan te maken. Maar dat was nog niet zo makkelijk. Wat doe je tegen een reus?
Zevelientje probeerde nog eens: “Zal ik helpen? Ik weet zeven toverspreuken!”
De dorpsbewoners wisten het ook niet meer, haalden hun schouders op en zeiden: “Vooruit, probeer jij het maar.”

Pixabay License

Toen de reus die middag dichtbij het dorp kwam riep Zevelientje:

“Toverspreuk 1: stoot je teen!”

Het werkte! Hij  jammerde van de pijn: “Au, au, au!” De reus stond op één voet rond te huppelen terwijl hij zijn andere voet met twee handen vasthield.
De dorpsbewoners glimlachten voorzichtig. Totdat de pijn weer over was en de reus dichterbij weer kwam! Snel sprak Zevelientje nog een spreuk:

“Toverspreuk 2: val in de puree!”

Het werkte! De reus leek opeens wel dronken; hij wiebelde en waggelde en viel met een harde gil languit achterover in een grote bak puree!
De dorpsbewoners lachten zachtjes toen de reus de puree uitspuugde en zijn ogen uitwreef. Totdat hij weer opgekrabbeld was en opnieuw dichterbij kwam…

“Toverspreuk 3: krijg een kromme knie!”

Het werkte! De reus kwam hard stampend aanrennen en opeens stond zijn rechterknie helemaal krom en kon hij niet meer lopen. Hij viel zo met zijn neus op het natte mos. De dorpsbewoners lachten hardop. Maar hij stond weer op.

“Toverspreuk 4: verander in een piepklein dier!”

De reus hikte even en veranderde plotseling in een mier. Zevelientje liep dreigend op hem af en de mier maakte dat hij wegkwam.
De dorpsbewoners lachten zich slap. Totdat ze zagen dat deze spreuk maar vijf minuten werkte. De mier werd weer een reus.

“Toverspreuk 5: jeuk op je hele lijf!”

Het werkte alweer! De reus krabbelde aan zijn kin, achter zijn oor, aan zijn rug, zijn knieën, zijn haar, zijn voeten, zijn buik, overal had hij de kriebels. Ten slotte rende hij gillend het bos weer in.
De dorpsbewoners rolden over de grond van het lachen. Totdat hij terugkwam.

“Toverspreuk 6: eet een giftige bes!”

Nu werd het spannend. De reus lachte heel hard: “Er zijn geen giftige bessen in mijn bos, hahaha!” En hij nam een handvol tegelijk.

En? Hij viel langzaam op de grond en daar bleef hij liggen. Zevelientje wist het zeker: “Ik heb een reus verslagen! Het gevaar voor het dorp is voorbij!”
De mensen wachtten nog vijf minuten, voor de zekerheid. Toen juichte en klapte iedereen en ze riepen “Hoera!”

Ze droegen Zevelientje op hun schouders. Iedereen was aardig en blij. Ze mocht snoepen en drinken wat ze wilde en kreeg allemaal lieve cadeautjes. De burgemeester gaf haar zelfs een medaille en zei: “Lieve Zevelientje, dank je wel voor wat je voor ons dorp gedaan hebt! We zijn zo blij dat de reus weg is! Ik heb nog wel één vraag: je had toch zéven toverspreuken?”
Zevelientje knikte en riep heel hard:

“Toverspreuk 7: lang en gelukkig zullen we leven!”

Reageer!