Zibo is een kleine zebra. Weet je wat een zebra is? Juist. Het is een wit paard met zwarte strepen. Of is het omgekeerd, een zwart paard met witte strepen? Ach, wat maakt het uit.

Afbeelding door Guido Aerts

Zibo gaat vandaag de wereld verkennen. Hij stapt vrolijk hinnikend door de velden. Vele dieren verstaan de mensen als ze praten. Een hond weet wat hij doen moet als je hem een pootje vraagt. Een paard die een kar trekt, weet wanneer hij moet stoppen.

Maar mensen weten niet precies wat de koe bedoelt als ze loeit. Als een kat miauwt weet je misschien dat ze eten wil, maar wat heeft ze precies gevraagd? Misschien miauwt ze wel dat ze een stukje van jouw lekkere wafel wil, die je aan het eten bent Wie zal het zeggen?

Maar nu verder over onze Zibo de zebra, die door de natuur wandelt. In een weide ziet hij een koe staan. Hij stapt er naar toe en zegt: “Dag beest.”
De koe kijkt op en antwoordt: “Ook een goeiedag.”
“Wat ben jij en hoe heet jij?” vraagt Zibo.
“Ik ben een koe en mijn naam is Bella,” zegt Bella.
“Ben jij een nuttig dier?” vraagt Zibo verder.
“Vast en zeker,” knikt Bella, “ik geef melk aan mijn kalfjes en aan de kinderen. Maar wat is jouw naam?”
“Ik ben Zibo. Zeg Bella, geef jij je melk ook aan de grote mensen?”
“Ja, hoor, Zibo, er zijn wel duizenden koeien over heel de wereld en die geven per dag miljoenen liters melk aan alle mensen en dieren.”
“Dat is super, denk ik. Dag Bella,” zegt Zibo en hij stapt verder.

Afbeelding door nyochi op Pixabay 

Daar ziet hij hoe uit een bloem een diertje kruipt. Het heeft vleugels en een geel achterlijfje waarop zwarte streepjes staan, net als bij hem.
“Hoi,” zegt Zibo, die zijn neus vlakbij de bloem brengt.
“Zoem zoem,” antwoordt het diertje.
“Wat ben jij en hoe heet jij?” vraagt Zibo.
“Ik ben een bij en heet Angèle. En wie ben jij dan wel?” vraagt Angèle.
“Ik ben Zibo, de Zebra. Maar… ben jij wel een dier?” twijfelt Zibo.
Het bijtje springt op de neus van Zibo en zegt: “Natuurlijk ben ik een dier! Ze noemen mij een insect.”
“Zo, dat is straf,” zegt Zibo, “en wat doe jij zoal en hoe kom je aan die mooie naam?” “Ze hebben mij Angèle genoemd omdat bijen een angel hebben. Daarmee kunnen wij steken als iemand ons pijn wil doen. Maar als men ons rustig laat werken gebruiken wij onze angel nooit. Dat is anders bij wespen. Die zijn gevaarlijk en prikken veel.  Een wespensteek doet best pijn.”
“Dat is goed om te weten. Welk werk doe je dan, Angèle?” vraagt Zibo nieuwsgierig.
“Wij halen nectar uit de bloemen en daar maken wij honing van. Dat is heel gezond om te eten voor klein en groot,” zegt de bij en ze zoemt weg.
Honing, dat ken ik niet, denkt Zibo. Maar dat ga ik vast eens proeven, zeker als het zo gezond is.

Even verder ontmoet Zibo een schaap. “Dag beest,” zegt Zibo.
“Bèèèh, hallo,” zegt het schaap.
En wat denk jij dat Zibo vraagt? Wat ben jij en hoe heet jij? natuurlijk.
“Ik ben een schaap en heet Krul,” antwoordt het dier.
“Mooie naam,” zegt Zibo, “ik ben Zibo. Zeg ben jij een nuttig dier?”
“Natuurlijk, ik geef wol aan de mensen die er lekker warme truien kunnen mee breien,” antwoordt Krul.
“Dat is fijn, maar niets voor mij,” zegt Zibo: “ik vind een trui veel te warm.”
“Heb jij het dan niet koud zo?” vraagt Krul.
“Waarom zou ik?” vraagt Zibo.
“Zo in jouw streepjespyjama?” lacht Krul.
Zibo denkt even diep na en dan schatert hij het uit en zegt: “Natuurlijk, Krul, dat heb jij goed gezien, jij dikke krollebol.”
Als de beide dieren bekomen zijn van het harde lachen, stapt Zibo tevreden terug naar huis. Wat een heerlijke dag was dit, denkt hij.

Reageer!