“Bah! Bah en nog eens bah. Die gemene pestkopperige naarlingen. Wat zijn ze toch gemeen, die rottige kevervreters. Ik geef ze de prikkietel als ze me weer pesten.”

Een klein mager meisje met rode krullen en groene ogen in een roze nachthemdje stampvoet boos. Dat is eigenlijk heel gewoon. Maar het is echt niet gewoon voor een klein meisje van acht jaar om de deur van haar kamertje te ontvloeken als ze net is opgestaan. Dat moet wel, want haar vriendjes vinden het altijd leuk om te plagen.

Nu ook weer. Kijk toch wat ze haar nu weer hebben aangedaan. Die gemene valse watervlooivangers. Het heksje kijkt naar haar voeten. Het zijn geen gewone kleine meisjesvoeten. Nee, allebei haar voeten zijn zo groot als een brood! Aan één grote teen bungelt nog net een klein paars pantoffeltje. Het kleine driftige heksje stampvoet weer en alles in haar kamertje rammelt en klingelt ervan.

Copyright Petra van Engelenburcht

“Bleh,” zucht Marga diep, “die flauwe plaagkoppen zijn altijd gemeen tegen mij.”
Boos zijn helpt niet. Het kleine heksje denkt even diep na, tot ze weet wat te doen tegen die gekke grote voeten. Na drie tovergebaren zijn ze gelukkig weer weg.

~~~

Marga woont in Wekasy. Ken je dit kasteel? Wel eens van gehoord? Misschien hebben ze op school wel eens aangewezen op de kaart waar het zou kunnen liggen? Nee? Wel, dat is misschien maar beter ook.

Wekasy is namelijk een groot kasteel waar iedereen kan toveren. Echt iedereen is heks of tovenaar, eigenlijk al vanaf de geboorte. Dat kan best gevaarlijk zijn. Kom je als tante of oom, je nieuwe nichtje of neefje een kadootje brengen en wil je de kleine even gezellig kietelen? Voor je het weet, veranderen al je vingers in snoepen of worteltjes. Krijg je ineens een olifantenslurf of verander je zelfs in een konijntje!

In Wekasy is iedereen daar wel aan gewend, eventjes de onttoveringsspreuk zeggen, drie keer achter elkaar, en er is niets meer aan de hand. Hoewel, als konijntje is dat niet zo gemakkelijk, dan moet iemand je even helpen. En als het misgaat, is iedereen ergens in veranderd en kan niemand de onttoveringsspreuk zeggen! Tja, toveren kan best gevaarlijk zijn. Vooral als het door een boos iemand wordt gebruikt. Dan kunnen er de engste dingen gebeuren.

Daarom ligt het kasteel Wakasy ergens waar niemand er zomaar even langs kan komen. Dus als je het kasteel toch op een of andere vakantie tegenkomt? Ga dan niet eventjes een selfie maken of wat foto’s. Gewoon doorstappen en vergeten waar je Wakasy juist vond.

Marga zit er op de toverschool om te leren toveren en eigenlijk… Ja, het is helemaal niet leuk om dat te moeten zeggen… Eigenlijk is Marga de slechtste van de hele klas!
Oh jee, dat vindt het kleine heksje helemaal niet leuk. Ze wordt zelfs heel erg boos als ze haar daarmee pesten, want Marga is het meest driftige heksje dat je jezelf maar voor kan stellen. Als ze staat te stampvoeten en haar gezicht knalrood wordt, als er vonken van haar vingers afspringen en ze allemaal boze woorden schreeuwt, dan wordt er al gegiecheld. En als ze daarbij als een driftig stuiterballetje op en neer springt? Dan schreeuwt iedereen het uit van het lachen!

~~~

Marga zou het liefste op haar kamer willen blijven, daar is ze tenminste veilig, maar ja, ook kleine heksjes moeten naar de wc. Marga moet plassen. Ze is nu extra voorzichtig. Als ze de deur maar heel lichtjes aanraakt? Hé. Gelukkig, er gebeurt niets.

Ze doet de deur op een kiertje open en kijkt naar links en naar rechts. Er is nergens iemand te zien die haar wil pesten. Wel ziet ze een lange gang met een boel deuren met vrolijke kleuren. Eén deur is zo breed, dat je er met twee tegelijk door kan. Die deur is van de kleefaan-tweeling, Medusa en Zedusa. Zij zijn de gemeenste pestkoppen van allemaal.

Voorzichtig doet ze de deur verder open. Er groeien boompjes met paarse bloemen in de gang en de vloerbedekking is van fris groen gras vol bloemetjes. Drie witte eenhoorntjes met gouden manen, niet hoger als haar knie, rennen spelend voorbij.

Copyright Petra van Engelenburcht

Vóór Marga weer een stapje naar buiten doet, kruist ze haar beide wijsvingers over elkaar. “Abracadabra,” fluistert het kleine heksje. Dat is de sterkste bezwering om je te beschermen tegen tovenarij, het meest belangrijke toverwoord dat er maar bestaat. “Abracadabra”, fluistert Marga weer. Ze doet opnieuw een pasje naar voren. Ze wil het toverwoord net weer zeggen; en dan…!

“Booeehhh!”
Met geklauwde vingers springt een pestkop naar voren. Hij had zich verstopt achter de kleine struik met de mooie paarse bloemen naast de deur.

“Rudy!” Marga bedekt vol schrik haar bonkend hart en kijkt hem boos aan. Haar broer is al veertien jaar oud. Drie keer zo groot als zij, met zwart krullend haar en blauwe ogen. Zijn benen zijn erg lang en mager in zijn zwarte broek en op zijn rode trui staat een springende eenhoorn.
“Boeh,” zegt haar broer grinnikend nog een keer. Hij heet eigenlijk Rudolf, naar zijn vader, maar iedereen noemt hem Rudy. Rudy lacht omdat hij haar te pakken heeft.

Copyright Petra van Engelenburcht


“Rudy! Jij gemene lelijke briepekop! Krijg de prikkietel!” Marga begint in haar nachtponnetje op en neer te springen. Ze wordt knalrood en schreeuwt, “jij akelige gemene pestkop! Zwarte vleerkop!”
Rudy moet steeds meer lachen als zijn zusje zo kwaad wordt.
Marga wijst boos naar hem, “Krijg de prikkietel, Fliffelfluffie!” schreeuwt het springende heksje haar toverwoord.

Copyright Petra van Engelenburcht

Oh ja, elke heks of tovenaar heeft een eigen toverwoord, waarmee alleen zij kunnen toveren. Probeer het maar, zeg gerust drie keer achter elkaar Fliffelfluffie, dat helpt niets als je niet kan toveren.

“Had ik jou lekker te pakken, zusje,” zegt Rudy tevreden en hij grinnikt, maar… Uit het niets duiken een paar grote handen op. Die handen gaan naar hem toe en de grote vingers geven Rudy van links een por tussen zijn ribben. “Ho! Dat is niet eerlijk,” roept Rudy, als hij ook van rechts door een hand gekieteld wordt.
Marga lacht tevreden. Ze had niet verwacht dat haar betovering veel zou doen, maar Rudy roept, “ih,” en, “ah,” en springt gekieteld door de twee handen heen en weer. Tot hij zijn wijsvingers tegen elkaar kan drukken en “abracadabra” uit hijgt tussen het lachen door. Rudy moet het nog twee keer zeggen voor Marga’s betovering verdwijnt.

Reageer!