Rudy deed zijn zusje schrikken en toen toverde ze toverkriebelhanden! Rudy kon net de betovering ongedaan maken:

Marga lacht tevreden. Ze had niet verwacht dat haar betovering veel zou doen, maar Rudy roept, “ih,” en, “ah,” en springt gekieteld door de twee handen heen en weer. Tot hij zijn wijsvingers tegen elkaar kan drukken en “abracadabra” uit hijgt tussen het lachen door. Rudy moet het nog twee keer zeggen voor Marga’s betovering verdwijnt.

“Wacht maar, lach jij mij uit?” Rudy is best ook een beetje driftig en hij schreeuwt zijn toverwoord, “Obediki!”
Na een poef, krijgt zijn kleine zusje zulke grote oren dat ze bijna op de grond hangen.
“Oh, dat is gemeen. Griefel graf plaf!” Marga wijst naar hem en Rudy’s zwarte haar wordt een grote wirwar van stekelige punten.

Pief! Paf! Poef. Broer en zus betoveren elkaar tot ze nauwelijks nog herkenbaar zijn. Marga de brietebal is zo dik geworden dat ze als een bal rond rolt in de gang. Rudy de dungeslungel, is zo lang en mager dat zijn hoofd het plafond raakt en hij helemaal krom moet staan.
“Goed, goed, jij wint,” zegt Rudy, als zijn zusje hem boos aankijkt. Na een paar keer abracadabra zeggen, zijn ze weer gewoon.
“Wauw zusje, je wordt echt steeds beter,” zegt Rudy lachend. “Op een dag geef je me hondenstaarten.” Hij neemt zijn zusje toch ongerust op. Als Marga eenmaal boos is, kan ze dat gemakkelijk drie dagen vol houden. Het kleine meisje heeft onder haar rode krullen inderdaad gefronste wenkbrauwen. Zijn complimentje werkt toch. De frons verdwijnt en zijn zusje glimlacht.
“Denk je dat echt Rudy?”
“Nou, voor een klein heksje had je me nu echt goed te pakken,” geeft haar broer toe. Hij wrijft heimelijk over zijn ribben die flink gekieteld zijn. Rudy kijkt even rond, maar er is verder niemand te zien.
“Marga, ik wil je wat vragen.”
“Oh, wat dan?” Het meisje kijkt haar broer afwachtend aan.
“Ik ga zo toveren. Wil je me straks helpen, want ik mag in vaders studeerkamer toveren.”
“Echt waar?” Marga kijkt erg verbaasd, want vader laat nooit iemand in zijn kamer toveren. “Wat ga je toveren dan?”
Haar broer wrijft even zijn nek en grijnst wat verlegen. “Daar snap jij toch niets van,” haalt hij zijn schouders op. “Dat zijn toverdingen.”
“Oh, goed hoor,” knikt het kleine heksje, want zij snapt inderdaad niet veel van toverdingen.
Rudy begint te lopen, “ik zie je straks wel, goed? Over een hinkelpokje of twee.”

In Wekasi houdt iedereen er erg van om spelletjes te spelen. Hinkelen is het meest geliefde spelletje omdat wie de goede passen doet, die bij het einde van de hinkelbaan in iets grappigs verandert. Hinkelen noemen ze in Wekasi een hinkelpokje. Daarom noemen ze ook de uren een hinkelpokje.

Marga vraagt zich af wat haar broer gaat toveren dat hij haar hulp ervoor nodig heeft. Maar om in vaders studeerkamer te mogen zijn, daar heeft ze wel wat voor over, want in die kamer is alles heel erg spannend.
“Het is echt geen gewone dag vandaag,” fluistert het jonge heksje, “ik mag in vaders kamer.”
Oei, Marga moet ineens héél erg nodig plassen. Het kleine heksje zet het op een rennen naar de badkamer.

Even later komt ze de wc weer uit en gaat meteen naar de spiegel. Als ze haar spiegelbeeld ziet, telt ze altijd haar sproeten.
“Bléééééh,” steekt ze haar tong uit, omdat er weer wat sproetjes bijgekomen zijn. Alle vrouwen van de Magma familie hebben rood haar en sproeten. Marga wil liever geen sproeten. Maar een heksje van acht heeft daar nog maar weinig over te zeggen. Later, als ze toveren kan… Dan zijn die sproeten zó, in een Fliffelfluffie, verdwenen.
Tevreden grinnikt het heksje, want ze heeft haar broer lekker de prikkietel gegeven. “Net goed,” zegt ze tegen haar spiegelbeeld, dat ook tevreden grinnikt.

In haar kamertje trekt ze haar nachthemd uit en doet haar blauwe jurkje aan. Ze stopt een handvol knikkers in de ene zak van het jurkje en in de andere haar hapdoos. Ze kamt haar rode krullenbos en is klaar. Wassen en aankleden is een heel gewoon iets voor haar, maar alweer blijkt niets gewoon te zijn op deze vroege morgen…

Als Marga de badkamer uitkomt, zijn de nachtegalen veranderd in witte konijntjes met paarse stipjes. Al fluiten ze net zo vrolijk.
Het beekje, dat dwars door de gang kronkelt, is bevroren. De mooie zwarte spin is zelfs veranderd in een piepende witte muis, die wanhopig probeert uit het web te komen. Alle eenhoorntjes hebben witte vleugeltjes gekregen en vliegen klapwiekend door de lucht.

Reageer!