CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Amber en Odin zijn broer en zus. Amber is grote zus en Odin is nog klein. Samen spelen ze elke dag en maken de leukste dingen mee. Soms gebeurt er in het echt wat, maar de meest spannende dingen gebeuren in hun fantasie.
Dat is een moeilijk woord voor “alsof”. Zo zwemmen ze wel eens tussen de haaien en rennen leeuwen achterna, maar dat vertel ik je later nog. Dit verhaaltje gaat over de hoge glijbaan.

Odin is nog maar klein. Hij kan al een tijdje lopen maar praten doet hij nog niet. Al kan hij heel goed duidelijk maken wat hij wel wil en wat hij niet wil. Als hij iets leuk vindt, gaat hij hard lachen. En als hij iets niet leuk vindt, kan hij heel hard gillen of huilen. En als hij boos is kan hij gaan slaan en gooien met spullen.
Als hij gaat slaan is het nooit leuk, want hij is erg sterk en het kan best pijn doen. Gelukkig is grote zus Amber erg verstandig en zal zij nooit terug slaan. Alleen een keer vergat ze heel even verstandig te zijn en gebeurde er iets heel bijzonders.

In de tuin staat een grote glijbaan. Hij is zo groot dat je er niet overheen kunt kijken. Hij is blauw met rood en gaat heel hard. Amber en Odin spelen er vaak mee. Dan gaan ze om de beurt. Ze kijken wie het hardst kan en hebben de grootste schik.
Op een dag stond Amber te wachten op de trap tot Odin ging glijden. Maar hij ging maar niet. Hij bleef boven aan de glijbaan zitten en wilde niet naar beneden. Amber werd ongeduldig en begon te stampen en te roepen op de trap. “Ik wil!! ODIN ga nou!”

Hoe langer het duurde, hoe ongeduldiger Amber werd. En toen ze het niet meer kon houden, gaf ze Odin een duw en vloog Odin naar beneden. Hij schrok en kneep meteen zijn ogen dicht… Maar toen hij doorhad dat hij vloog, spreidde hij zijn armen. Hij wapperde er mee alsof het vleugels waren en vloog door de lucht. Daar beneden kon hij zijn zus zien zwaaien.
“Veel plezier!” riep Amber.

Odin vloog steeds hoger en de mensen daar beneden werden steeds kleiner. Hij vloog naar de rivier, zijn favoriete plek. Daar kon je zo rustig naar de boten kijken en steentjes zoeken. Daarna vloog hij over het huis van opa en oma. Hij zag de hond Lola in de tuin liggen.
“Met Lola kun je zo lekker knuffelen”, dacht Odin. “Maar ik kan nu niet naar beneden, want dan kan ik niet meer omhoog. Dan vlieg ik maar terug naar huis.”
En al snel zag hij Amber weer, die blij was dat haar broertje terugkeerde.

Hij deed zijn ogen open en daar stond ze, vlak voor hem. Amber knuffelde Odin.
“Gaat het met je Odin? Sorry dat ik je een duw gaf. Ik kon niet langer wachten. Het spijt me.”
Odin lachte en Amber wist dat het goed was. Anders had ze wel een klap kunnen verwachten.

Reageer!