CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Papa Big zet alle koffers in de auto.
Een rode voor Mama Big.
Een groene voor Papa Big.
En een roze voor Biggetje Bee.

Ze stappen de auto in. Ze gaan op vakantie. 
Op vakantie bezoeken ze straks bergen en een groot bos.
Eerst moeten ze nog een stukje rijden.
Biggetje Bee kijkt naar buiten en ziet veel auto’s op de weg.
Wat is dat spannend op vakantie gaan.
Het is een lange rit. Biggetje Bee wordt moe en sluit haar ogen.

“We zijn er,” roept Papa Big.
Biggetje Bee wordt wakker. Snel stapt ze uit de auto.
Er staat een grote tent. Voor de tent ziet Biggetje Bee een kampvuur.
Biggetje Bee is vrolijk. Ze rent rondjes om het vuur. Net als een indiaan.
Papa Big haalt de koffers uit de auto.
Mama Big zet alles in de tent.
Biggetje Bee helpt Mama Big en zoekt een slaapplaats uit.

Het is bijna avond. Mama Big begint met het eten.
“We eten vanavond bij het kampvuur. Het hout is bijna op. Ga je mee naar het bos hout zoeken?” vraagt Papa Big aan Biggetje Bee.
Ze stormt de tent uit en loopt met haar papa mee. Samen zoeken ze naar hout.

Papa Big komt terug met een paar dikke takken.
Biggetje Bee houdt kleine takjes stevig vast. Het is zwaar, maar ze is dol op helpen.
Naast de tent leggen ze de takken neer.

Alles is klaar. De vakantie in de bergen kan beginnen.

Vorig verhaalEerste schooldag
Volgend verhaalDe oude doos

Reageer!