Eerste schooldag

46

‘Tring tring tring!’ deed de wekker. Anne-Marie werd wakker en keek naar het uur. 7 uur, daar gaan we weer. Het was vandaag de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar. Ze zou vandaag haar vriendinnetjes terug zien na een hele lange vakantie! Goh, wat had ze genoten! Van haar mocht die vakantie wel langer duren.
Maar toch was ze blij dat ze haar vriendjes, vriendinnetjes en leerkrachten terug ging zien. Het was wel spannend met wie ze in de klas zou zitten! Ze had er veel zin in. Ze kon niet wachten tot ze weer sommetjes kon maken, dictees kon afleggen en het leukste: kon knutselen! Ze hield zoveel van knutselen! Na het dagdromen keek ze op de wekker, oei het was al 9 minuten na 7, tijd om haar klaar te maken dus!

Ze stond op, deed de kast open en keek erin. Wat was ze dom geweest! Ze had beter op voorhand klaargelegd wat ze wou aandoen. Nu wist ze het nog niet en het was al zo laat!
“Mama, wat moet ik aandoen?” riep ze naar de badkamer.
“Je bent toch oud en wijs genoeg om dat zelf te kiezen?” hoorde ze haar mama terugroepen.
“Ja, ja,” mompelde Anne-Marie. Ze was het een beetje beu dat mama dat altijd zei. Soms wou ze terug een klein meisje zijn en dat mama haar kleertjes klaar legde. Die tijden waren toch zo gemakkelijk!

Ze keek weer op de klok. Het was intussen 16 minuten na 7. Ze griste snel een jeansbroek uit de kast en een zwarte pull. Ze bekeek haar outfit in de spiegel.
“Ik heb geen tijd om me om te kleden!” riep ze kwaad naar de spiegel. Ze rende naar de badkamer. Daar kamde ze snel haar haren, waste ze haar gezicht en poetste haar tandjes.
“22 na 7,” fluisterde ze. Nog snel een boterham eten. “Ik mag toch niet te laat zijn op mijn eerste schooldag,” dacht ze bij zichzelf. Ze pakte een bord en smeerde op de chocoladeboterham nog eens choco. Mama zei altijd dat dat op chocoladebrood niet hoefde, maar mama lette dan ook altijd op haar lijn.
“Jij hebt dat nog niet geproefd, dus je kan dat niet weten,” zei Anne-Marie dan altijd tegen haar mama. Ze pakte nog een glas melk en dronk. Het was ook zo lekker.

“Anne-Marie, ben je klaar? Je moet vertrekken!” riep mama.
“Ja, ja,” riep Anne-Marie terug.
Nadat haar boterham op was, pakte ze haar jas en liep naar buiten terwijl ze riep dat ze vertrok. Omdat ze ‘oud en wijs genoeg’ was, moest ze alleen naar school fietsen. Vandaag vond ze dat niet erg: het was mooi weer. Ze keek op haar uurwerk: 13 minuten voor 8. Ze had nog een klein kwartiertje om naar school te fietsen; dat moest lukken. Snel sprong ze op haar fiets. Precies 12 minuten later kwam ze aan op school. Ze pufte. Zo snel had ze nog nooit gefietst. Maar ze was wel op tijd!

Ze keek rond op de speelplaats, op zoek naar haar vriendinnetjes. Oh daar stond Elena, haar beste vriendin! Ze stond in een hoekje te praten met een jongen die ze niet kende. Ze huppelde vrolijk naar Elena en toen ze dichtbij kwam, besefte ze dat die jongen, die ze eerst dacht niet te kennen, haar neef was!
“Oh wat doe jij hier, Jasper?” vroeg ze nieuwsgierig. Anne-Marie knuffelde hem. Ze waren samen opgegroeid en konden het heel goed vinden samen. Hij was 2 jaar ouder dan haar, dus zou hij waarschijnlijk naar het 6de leerjaar gaan.
“Ik ga hier naar school komen,” zei hij enthousiast. “Ik zit nu op internaat.” Hij lachte naar Elena.
Anne-Marie was haar volledig vergeten! Ze was dan ook volledig afgeleid door Jasper. “OMG Elena!” Ze gaf haar beste vriendin wel 100 kussen en een knuffel van wel 10 minuten lang.
Elena lachte. “Je bent nog niets veranderd!” zei ze. “Ik heb je gemist!”
Toen ging plots de bel. Elena pakte Anne-Marie bij de hand en zwaaide naar Jasper. “We moeten weg, doei!”
En weg waren ze.

~~~

De dag begon rustig. Allereerst moesten ze op de speelplaats staan. Daar zou de directeur zichzelf voorstellen en alle klassen afroepen met de juiste leerkracht. Wat was het een spannend moment! Ze wou zo graag terug met haar beste vriendin in de klas zitten! Ze beleefden samen echt de leukste momenten. Oh, daar was de directeur al! Iedereen was aan het fluisteren tegen hun vriendinnen en allemaal wachtten ze nieuwsgierig af tot hij iets ging zeggen.

“Welkom allemaal,” zei de directeur, rondkijkend, “op onze school Nieuwen Bosch. Ik wil jullie namens iedereen alvast bedanken dat jullie zich hier allemaal hebben ingeschreven. We hopen dan ook op een goede samenwerking en de beste resultaten.”
Elena fluisterde iets in haar oor. “Amai, zo professioneel dat hij praat, ik versta het al niet.”
Anne-Marie glimlachte, dat was typisch Elena.
“Het komt erop neer dat hij welkom zegt en hoopt dat we goede puntjes hebben voor onze toetsen.” Elena knikte.

Intussen was de directeur verder gegaan met zijn speech: “… zullen we nu verder gaan met de klasverdelingen.”
Dit was het! Het spannende moment waarop iedereen ging weten met wie ze in de klas zouden zitten. Zo spannend! Hij zat intussen al aan 4a: “… ook Ise, Ine, Niels, Anneleen, Justine, Karel, Elena…”
“Dat ben jij,” fluisterde Anne-Marie en stootte Elena aan.
“… Gilles, Arno zitten in de klas.”
“OMG! OMG!” herhaalde Elena.
“We zitten niet samen!” riep Anne-Marie verbijsterd. “Wat moeten we nu doen?”
Elena zag Anne-Maries tranen al komen. Elena was degene die zeer kalm bleef in onrustige situaties.
“We kunnen het misschien vragen aan de directeur?” probeerde Elena.
Maar daar kwamen de tranen al. Elena gaf haar een knuffel. “Anne, geen zorgen, het komt allemaal goed. We zullen wel iets regelen!”

Arm in arm stapten de beste vriendinnen richting directeur.
“Jij vraagt het hoor,” snikte Anne-Marie.
Elena nam het woord: “Dag meneer de directeur, mijn beste vriendin en ik zouden graag iets willen vragen.”
“Vraag maar hoor,” zei de directeur vriendelijk.
“Het zit zo dat we allebei in een andere klas zitten en,” begon Elena. Ze snikte.
“…we zouden graag bij elkaar in de klas zitten,” ging Anne-Marie verder.

“Zo zo,” knikte de directeur. Hij trok een bedenkelijk gezicht. En dan, alsof hij plots wist wat de oplossing was, knikte hij naar niemand in het bijzonder.
“Jullie zijn al slim genoeg,” begon hij, “dus ik geef jullie de toelating.”
“Yes!” riepen de meisjes in koor.
“Op 1 voorwaarde.”
Ze keken allebei verwachtingsvol naar hem.
“Dat jullie flink zijn en niet praten in de les.”
“Deal!” riepen de meisjes.

Ze waren op slag weer vrolijk. Wat hadden ze een geluk! Nu konden ze met een gerust hart het schooljaar beginnen. En het maakte hen zelfs helemaal niet uit wat ze deden, hoe ze het deden, of waar. Zolang ze maar elkaar hadden, zou alles altijd goed komen.

Reageer!